Column

Tofik Dibi markeert het einde van het midden

De zaak-Mauro en de kwestie over de gewetensbezwaarde trouwambtenaren brengen, dwars door alle opwinding heen, een nieuwe ontwikkeling in de Nederlandse politiek in beeld: het verdwijnen van het midden.

Oplossingen moeten óf zwart óf wit zijn, tussenvarianten of pragmatische uitwegen zijn verdacht of taboe. Het Kamerlid Tofik Dibi van GroenLinks onderstreepte deze tendens kernachtig met zijn commentaar op de uitkomst van het debat over Mauro: 'We hebben gegokt en verloren'.

Dibi zag daarmee voorbij aan het resultaat: de Angolese Limburger heeft via de weg van een studievisum uitzicht op een verlengd verblijf in Nederland. De grond waarop dit gebeurt is dubieus, maar kijkend naar het lot van de jongen is een half ei beter dan een lege dop.

Voor oplossingen in het midden geldt dat zij zelden de schoonheidsprijs verdienen. Niet voor niets worden zij vaak gekwalificeerd als 'monstrum'. De toenmalige D66-fractieleider Terlouw voorzag eind jaren zeventig het abortuscompromis van CDA en VVD (vrouw en arts beslissen samen) van dat etiket. Zijn fractie stemde dan ook tegen, maar een feit is dat het compromis een eind maakte aan een heftige politieke strijd over de kwestie en maatschappelijk werkbaar bleek.

In het gepolariseerde politieke klimaat van Amerika is de abortuskwestie nog altijd niet gepacificeerd. Aan een compromis valt niet eens te denken, omdat politici die kans willen maken op een zetel in het Congres of op het Witte Huis slechts de keus hebben uit twee standpunten, óf pro-choice óf pro-life. Welbeschouwd is dat de staatkundige wereld op z'n kop: niet de politicus kiest een standpunt, maar het standpunt kiest een politicus.

Het resultaat van de onmacht maatschappelijke vrede te realiseren is maatschappelijke oorlog. In de Verenigde Staten zijn in de afgelopen decennia bij aanslagen op abortusklinieken acht doden gevallen. In staatkundige zin leidt een inzet van 'zwart of wit' tot een permanente patstelling met alle frustraties van dien. In een tweepartijenstelsel moet de electorale slag per definitie in het midden worden uitgevochten, omdat daar de twijfelende kiezers zitten, maar als vervolgens oplossingen in het midden onmogelijk zijn, loopt het systeem vast.

Degenen die de oplossingen in het midden uit weerzin of politieke berekening afwijzen, moeten zich dus wel realiseren dat het alternatief weinig aanlokkelijk is. De ontwikkeling naar een politiek à la Dibi gaat betrekkelijk snel. Tien jaar geleden was onder het tweede paarse kabinet-Kok nog een praktische oplossing mogelijk voor ambtenaren die vanwege gewetensbezwaren geen huwelijk tussen homo's wilden voltrekken. Als gemeenten er maar voor zorgden dat er kon worden getrouwd, hoefden ambtenaren met ernstige bezwaren daaraan niet mee te werken.

De meerderheid van seculiere partijen kwam zo tegemoet aan de bezwaren van de minderheid van christelijke partijen tegen het 'homohuwelijk'. Met dit kleine, maar principieel belangrijke gebaar maakte zij het voor deze minderheid gemakkelijker het meerderheidsbesluit te aanvaarden. Het toppunt van gesjacher met principes of het toppunt van praktische wijsheid en fijnzinnige democratische cultuur? Een meerderheid in de Tweede Kamer (links plus PVV) lijkt thans van plan aan de uitzonderingspositie van de enkele bezwaarde ambtenaren een eind te maken.

Lex Oomkes, de politiek commentator van deze krant, uitte afgelopen woensdag zijn verbazing over de opstelling van de PvdA in deze kwestie. Die verbazing is begrijpelijk, omdat uitgerekend Job Cohen destijds als verantwoordelijke staatssecretaris voor het homohuwelijk aan de minderheid tegemoet kwam. Nu kiest hij met zijn fractie voor de weg van botte meerderheidsdwang, zoals hij ook deed in de kwestie van het verbod op onverdoofd ritueel slachten. Die opstelling is niet alleen moeilijk te rijmen met zijn persoonlijke en politieke geschiedenis, maar ook met zijn strategie de PvdA op een redelijke middenkoers te houden.

In de oppositie valt de afweging dikwijls wat anders uit dan aan de macht (volgens de Britse wijsheid 'waar je staat, hangt af van waar je zit'), maar met de keuze voor Dibi-politiek dreigt een fundamentele breuk. Een overgang van wat André Rouvoet vorige week in deze krant een 'minderheidsdemocratie' noemde naar een meerderheidsdemocratie; van de redelijkheid van het midden naar de dwingelandij van een (toevallige) meerderheidsopvatting of naar hopeloze patstellingen.

De omslag in het politieke denken is al zo ver gevorderd dat de linkse oppositie in de zaak-Mauro de maximaal haalbare, maar voor de jongen zelf niet ongunstige, oplossing versmaadde. Die uitkomst was niet het resultaat van politiek gokken, maar van politieke strijd en vasthoudendheid van de CDA-Kamerleden Koppejan en Ferrier. Dat zij hiervoor niet het krediet krijgen, heeft naar mijn mening twee oorzaken. De eerste is dat de redelijkheid en lelijkheid van de uitkomst zo dicht bij elkaar liggen dat zij binnen de grenzen van de rechtsstaat niet meer van elkaar zijn te scheiden. Dat lukt alleen als daarbij de bredere notie wordt betrokken dat de universele mensenrechten niet volledig samenvallen met de rechten van onze nationale (en Europese) rechtsstaat.

De andere oorzaak van het misprijzen dat Koppejan en Ferrier ten deel valt, is het verdwijnen van het midden als kristallisatiepunt in de politieke cultuur. Dat heeft uiteraard veel te maken met de allengs kleiner wordende christen-democratische stroming, die al snel vanaf de invoering van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging in 1918 positie in het midden koos. De teloorgang van deze middelaar in de Nederlandse politiek zal nog eens worden betreurd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden