Toezien op een fragiel bestand

Driehonderd extra VN-waarnemers gaan naar Syrië om het staakt-het-vuren te controleren. Maar de missie vertrekt onder een ongelukkig gesternte - het bestand is wankel en de politieke wil om vrede te stichten lijkt afwezig.

Een groot succes was de allereerste inzet van VN-waarnemers niet. In juni 1948 werden zeventig blauwhelmen door de pas opgerichte VN-Veiligheidsraad naar het Midden-Oosten gestuurd, om toe te zien op een wankel staakt-het-vuren tussen de net uitgeroepen staat Israël en diens Arabische vijanden.

Het toezicht van deze Untso-missie bleek kansloos: binnen een mum van tijd begonnen de partijen weer te vechten. Pas een half jaar later leidden onderhandelingen tussen de strijdende partijen tot een iets duurzamere wapenstilstand. Maar vrede werd het niet. Nu, bijna 65 jaar later, bestaat de missie nog steeds: in de regio lopen nog altijd ruim 150 ongewapende militaire waarnemers rond, onder wie twee Nederlanders.

Het zijn deprimerende feiten voor de waarnemers die binnenkort in Syrië aan de slag gaan. Die allereerste missie van Unsto is namelijk wel enigszins met de huidige Syrië-missie Unsmis te vergelijken. De omvang is vergelijkbaar beperkt: dit weekeinde bepaalde de VN-Veiligheidsraad dat maximaal driehonderd waarnemers naar het land zullen afreizen. En ook in Syrië komen de waarnemers aan tijdens een wapenstilstand die die naam nauwelijks verdient.

Dat laatste is in de periode tussen 1948 en 2012 geen normale gang van zaken geweest, weet Richard Gowan, expert op het gebied van internationale vredesmissies aan de Universiteit van New York. "Het is zelfs erg ongebruikelijk dat waarnemers ingezet worden in een actief conflict als dit. Meestal komen ze pas aan als er al een solide vredesakkoord ligt, zoals een paar jaar geleden in Nepal." Daar waren de partijen - de regering en maoïstische rebellen - er al samen uitgekomen voordat de VN-missie begon.

In Syrië is de situatie omgekeerd, daar moeten de waarnemers, een beetje zoals destijds in Israël, een staakt-het-vuren waarborgen dat de strijdende partijen in staat stelt onderhandelingen te gaan voeren. Het Syrische bestand is echter fragiel, zo bleek de afgelopen twee weken. De als eerste gearriveerde waarnemers maakten het zelf mee toen ze op dag twee al in een schietpartij terecht kwamen in een buitenwijk van Damascus. "Er bestaat veel bezorgdheid over de veiligheid van de waarnemers", zegt Gowan. "Zo'n ongewapende groep is erg kwetsbaar."

Naast het persoonlijke risico dat de waarnemers lopen, zijn er tal van factoren die het welslagen van hun missie bedreigen. Wat kunnen ze eigenlijk helemaal doen met driehonderd man in zo'n groot land als Syrië, waar ook nog eens geen duidelijk front bestaat? Vroegere VN-missies waren vaak gericht op het handhaven van bestanden tussen staten, langs goedgedefinieerde bestandslijnen. In Syrië is een intern, onoverzichtelijk conflict gaande, tussen twee ongelijkwaardige partijen.

Dat komt wel vaker voor, maar de situatie in Syrië is toch vrij uniek. "In Nepal bijvoorbeeld waren de maoïsten goed georganiseerd en konden ze zich terugtrekken naar duidelijke bases", zegt Gowan. "In Syrië hebben de rebellen geen barakken en ook geen duidelijke leiding. De waarnemers kunnen daardoor veel makkelijker de Syrische troepen in de gaten houden dan de rebellen. Het regime zal zeggen dat dat niet eerlijk is."

Aan de andere kant: de waarnemers kunnen patrouilleren, in gevoelige gebieden als Homs permanente observatiemissies inrichten, met eenheden van het Syrische leger op stap, misschien zelfs praten met getroffen burgers. Maar de Syrische geheime dienst in de gaten houden is een stuk moeilijker - en die kan volgens sceptici daarom gewoon doorgaan met het martelen en terroriseren van dissidenten. Gowan: "Dan lijkt het misschien wel vreedzaam, maar gaat het geweld toch gewoon door."

Het bewijst allemaal dat het ook in Syrië allemaal draait om één ding: politieke wil. In Nepal kon een missie van 180 man de vrede handhaven, omdat de partijen vrede wilden. In 1998 en begin 1999, zo vertelt Gowan, lukte het niet om met 1400 ongewapende (OVSE-)waarnemers het kleine Kosovo voor escalatie te behoeden. "De waarnemers konden zien hoe het geweld zich ontwikkelde, maar ze konden het niet stoppen."

Als het om politieke wil gaat, ziet het er voor Syrië niet best uit. "Als je naar Syrië kijkt, lijkt het er niet op dat beide partijen willen stoppen met vechten", zegt Gowan. Hij stelt dat de missie er dan ook vooral gekomen is omdat de leden van de VN-Veiligheidsraad, ook Rusland, de indruk wilden wekken iets te dóen. "En dan is het sturen van blauwhelmen de simpelste manier. Maar hun aanwezigheid heeft meer te maken met politieke symboliek dan dat ze operationele impact heeft."

Helemaal pessimistisch wil hij ook niet zijn. "Het belangrijkste zijn nu de politieke onderhandelingen die Kofi Annan gaan voeren. Daarbij kunnen de waarnemers misschien een rol spelen. Hun aanwezigheid kan het regime weerhouden van al te grof geweld. En als het geweld luwt, geeft dat Annan tijd."

Andersom is dat laatste misschien ook wel de reden waarom het Syrische regime heeft ingestemd met de komst van internationale pottenkijkers - door de missie toe te staan maar deze tegelijkertijd te dwarsbomen, kan het tijd winnen. Of beter gezegd: tijd rekken. Want zolang er waarnemers zijn die een staakt-het-vuren controleren, hoeft het regime nog niet te vrezen voor een militaire interventie of andere narigheid.

Voor het frustreren van de missie heeft het regime talloze mogelijkheden, denkt Fred Grünfeld. De hoogleraar 'oorzaken van mensenrechtenschendingen' aan de Universiteit Utrecht moet nu al denken aan de huidige VN-missie in de Soedanese provincie Darfur. Die is in schaal en aard (met 20.000 bewapende troepen, geleverd door de Afrikaanse Unie) niet vergelijkbaar met de missie in Syrië, maar van de Soedanese president Bashir kan diens Syrische collega Assad nog veel leren. Grünfeld: "Bashir stemde in met die missie, maar pleegde daarna voordurend obstructie." Dat kan president Assad ook doen, ook al heeft hij toegezegd dat de VN-waarnemers vrij mogen reizen. Hij kan blokkades opwerpen, de waarnemers uren laten wachten, proberen ze alleen die dingen te laten zien die hij wil dat ze zien. "Slimme leiders als Bashir en Assad zeggen niet botweg nee - die zeggen: 'u heeft gelijk'", aldus Grünfeld. "En vervolgens saboteren ze de boel."

Ook Gowan ziet de bui hangen. "Ik ben er zeker van dat de Syriërs hebben bestudeerd hoe Soedan zich met de Darfur-missie heeft bemoeid. En er zijn andere recente voorbeelden, zoals in Tsjaad, Ivoorkust en Eritrea, waar vijandige regeringen erin zijn geslaagd om VN-missies te ondermijnen." Hij verwijst ook naar de missie in de door Marokko bezette Westelijke Sahara, waar al sinds 1991 tweehonderd waarnemers zitten zonder dat het ooit tot een politieke dialoog is gekomen.

De vraag is of de internationale gemeenschap Syrië de kans geeft tijd te winnen. De VS en Frankrijk hebben al aangegeven dat ze geen vertragingstactieken zullen accepteren. Maar de praktijk kan weerbarstig zijn. Als alles min of meer goed gaat, zijn de waarnemers de komende drie maanden zoet.

Drie generaties blauwhelmen
De Verenigde Naties hebben sinds de oprichting in 1945 tientallen keren blauwhelmen uitgezonden naar (voormalige) conflictgebieden om er de vrede te handhaven - van oudsher op verzoek van de strijdende partijen. De VN'ers houden zich daarbij aan twee regels: ze stellen zich onpartijdig op en gebruiken hun wapens alleen voor zelfverdediging.

Er zijn in de loop der tijd wel dingen veranderd. Professor Fred Grünfeld van de Universiteit Utrecht onderscheidt drie generaties blauwhelmen. Eerst werden ze vooral ingezet als buffer tussen de partijen, na afloop van een oorlog tussen twee landen. Later fungeerden ze ook als vredesmacht bínnen een land - zoals bijvoorbeeld in Bosnië.

Na het echec van VN-missies in Rwanda en Srebrenica, waar vredestroepen er niet in slaagden grootschalige massamoorden te voorkomen, werd de notie van onpartijdigheid en zelfverdediging iets bijgeschaafd, aldus Grünfeld. Tegenwoordig zijn blauwhelmen gehouden aan hun mandaat en mogen ze ook geweld gebruiken om dat mandaat te beschermen.

Naast gewapende VN-vredesmissies (vaak met duizenden blauwhelmen), zijn er de afgelopen decennia ook veel ongewapende missies geweest van militaire waarnemers. De huidige missie in Syrië is er één van. Ook deze blauwhelmen worden ingezet om de vrede te handhaven (of: te controleren), maar hebben daartoe nog minder middelen dan hun gewapende collega's.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden