Toevluchtsoord voor geschrokken burgers Guusje ter Horst

Minister Ter Horst vond de Eerste Kamer weleens vervelend. Senator Ter Horst ontdekte hoe belangrijk het is dat die Kamer een wet kan tegenhouden. Het laatste van drie gesprekken met vertrekkende senatoren.

Ergens vorig najaar ging bij senator Guusje ter Horst de telefoon. Aan de lijn hing Elske ter Veld, voorzitter van de benoemingsadviescommissie, met een grafstem, en een vervelend bericht: de kandidatencommissie voor de Eerste Kamer had besloten Ter Horst in 2015 op plaats tien te zetten.

Guusje ter Horst kende de peilingen.

Ter Veld ook.

Iedereen wist dat de PvdA in maart 2015 minder dan tien zetels zou gaan halen. "Dan trek ik me terug", zei Ter Horst aan de telefoon. Het antwoord van partijvoorzitter Hans Spekman op dat besluit is tot op de dag van vandaag een gevleugelde uitdrukking in huize Ter Horst. Vinden ze iets zogenaamd heel erg, dan kijken zij en haar vriend elkaar aan en zeggen met de nodige pathos: 'Dat vind ik é-nórm jammer.'

Ter Horst, droog: "De ranglijst die de kandidatencommissie opstelt, gaat altijd eerst langs het partijbestuur. Als iemand me op een hogere plek had kunnen zetten, was het Spekman zelf geweest. Dat heeft hij dus niet gedaan. É-nórm jammer."

De dag van dat telefoontje was de dag waarop aan de politieke carrière van de 63-jarige Guusje ter Horst onverwacht een einde bleek te zitten. In juni pakt ze haar boeltje in de Eerste Kamer, en lijkt de politiek voorgoed verleden tijd.

Het was een ongeplande loopbaan, maar wel een die dertig jaar duurde. Waarin ze raadslid was (in Amsterdam), wethouder (ook Amsterdam), burgemeester (Nijmegen), minister (van binnenlandse zaken), Eerste Kamerlid.

undefined

Ze zei nee

Het had anders kunnen zijn. Als ze drie jaar geleden - ook zo'n telefoontje - ja tegen Diederik Samsom had gezegd, was ze nu weer minister zijn geweest. Dan zou het kantoor-met-uitzicht in het ministerie van binnenlandse zaken, de plek waar nu Ronald Plasterk zit, opnieuw het hare zijn geweest. Maar ze zei nee. Uit principe, omdat politie en veiligheid niet meer onder Binnenlandse Zaken vielen.

'Schan-da-lig', zegt Ter Horst. Ze kan er nog altijd niet bij dat haar partij daarmee akkoord is gegaan. Het was misschien niet altijd handig, twee ministers die verantwoordelijk zijn voor de politie, maar het is onjuist om politie en justitie samen onder één ministerie te brengen.

"Overal: in Frankrijk, in Duitsland, is het ministerie van binnenlandse zaken het belangrijkste ministerie. Omdat het verantwoordelijk is voor de veiligheid, voor de politie. Als ergens een terroristische aanslag is, zie je altijd de minister van binnenlandse zaken optreden. Alle landen om ons heen begrijpen dat het niet goed is alle macht ten aanzien van rechtshandhaving in één hand te houden. We hadden in de Eerste Kamer een bijeenkomst van rechtsgeleerden - die gruwen daar echt van."

Nee, Ter Horst zag er weinig in, al deed haar besluit de vrouwenzaak geen goed. "Bij de presentatie van het kabinet kreeg Samsom meteen te horen dat er weinig vrouwen in zaten. Ik voelde me aangesproken toen hij antwoordde: 'Dan moeten ze wel willen'. Maar louter in het kabinet gaan voor de vrouwenzaak, dat zou me te ver gaan." De vrouwenstrijd lijkt haar overigens ook wel gestreden. "Ik ben altijd voor quota geweest. Ik heb als minister zelf vrouwenquota ingevoerd in de politietop. Maar nu lopen vrouwen zó ver in op mannen, dat het niet lang meer kan duren of ze zijn in alle toppen doorgedrongen."

undefined

Mismoedig

Achteraf moet ze ook zeggen dat dat allerhoogste ambt, dat van minister, haar het minst paste. Ze was minister van binnenlandse zaken in het kabinet Balkenende IV, tussen 2007 en 2010. Niet haar leukste tijd. Haar karakter is beter verenigbaar met vraagstukken waarin mensen een rol spelen, dan met bestuurlijke.

"Dan was er op donderdagavond een vergadering, 'bewindspersonenoverleg'. Daar zat iedereen, niet alleen de ministers en staatssecretarissen. Er was altijd wel het één of ander probleem. Dan maakte Wouter Bos eerst een rondje. Om de beurt zei iedereen wat hij ervan vond. Na een praatje of wat had ik dan wel een beeld. Dacht ik: 'Oké, zo doen we het dus'. Maar zo ging het niet. Wouter deed dan, met alle geduld van de wereld, nóg een rondje. Het was donderdagavond hè, aan het eind van zo'n zware ministersweek, 's avonds laat."

Het kostte haar moeite haar rol te vinden. "Bij Binnenlandse Zaken gaat het vaak over bestuurlijke kwesties. Dat is interessant en belangrijk, maar heeft niet direct te maken met de mensen in het land. Destijds was het enige concrete wat die post had: de politie, de portefeuille veiligheid. Ambulancemedewerkers werden aangevallen, agenten hadden te maken met geweld. Daar had ik nog wel het gevoel dat ik met een werkelijk probleem bezig was."

"Als je nou het idee had dat het allemaal bijdroeg aan het welzijn van de mensen in het land, maar dat had ik lang niet altijd. Eén van mijn taken was het aantal ambtenaren te verminderen, ook bij de AIVD. Als je kijkt naar hoe daar nu over wordt gesproken, dan word je daar toch een beetje mismoedig van. Zonde, denk ik nu."

Inmiddels worden de die bezuinigingen bij de veiligheidsdienst over de hele linie gehekeld. Bestendiger was haar inspanning op het politiedossier. Ter Horst en haar CDA-collega Ernst Hirsch Ballin gingen samen over de politie, zij vanuit Binnenlandse Zaken, hij vanuit Justitie. "Wij waren een goed team. Als wij iets vonden, dan durfde niemand in het kabinet ons nog tegen te spreken." Zo kwamen er hogere straffen voor geweld tegen mensen met een publieke taak, en kwamen er publiekscampagnes.

Maar overal om haar heen rommelde het. "We zaten in een kabinet van PvdA en CDA. De mensen konden het aardig met elkaar vinden, maar eigenlijk ging het niet goed. Ik was naar Den Haag gekomen nadat ik burgemeester was geweest. Ik dacht: Een kabinet, dat is net zoiets als een college van burgemeester en wethouders. Je gaat bij elkaar zitten en je probeert het beste te doen voor de stad of het land. Maar zo werkt het dus niet. In dat kabinet niet. Er ging eindeloos veel energie verloren in gesprekken over de omgang met het CDA.

"En er was nog iets wat me tegenviel: de waardering voor politici. Die was voor een minister een stuk minder dan ik gewend was als wethouder of als burgemeester. Daarop werd ook gemopperd, maar er was ook waardering - voor het werk en voor de persoon. Als minister merkte ik dat het aanzien eigenlijk aan het verdwijnen is. Er wordt op een andere manier naar politici gekeken.

"Het is niemands schuld, het komt doordat er sowieso minder respect is voor de elite. De waardering voor politici komt niet veel hoger uit dan die voor autoverkopers. Een burgemeester heeft meer gezag, doordat hij wordt benoemd en niet als politicus wordt gezien. En terecht. De burgemeester is toch de laatste plek waar iemand terecht kan."

undefined

Vervelend

Haar volgende politieke functie, die van Eerste Kamerlid, paste beter. "Als minister was de Eerste Kamer voor mij wel vrij ver weg. Dan had je alles gehad - je eigen collega's, het kabinet, de Tweede Kamer - en moest dat nog. Ik heb het weleens heel vervelend gevonden dat dan juist een woordvoerder van mijn eigen partij moeite had met een voorstel."

"Nu kijk ik ernaar vanuit een ander gezichtspunt. Het interessante doet zich voor dat je als lid van de Eerste Kamer vrij veel contact hebt met de burger. Wij krijgen brieven van mensen, opgeschrikt door de publiciteit over iets wat al in de Tweede Kamer is aangenomen. Je bent dan een soort laatste toevluchtsoord voor ze - een rol die ik als burgemeester ook leuk heb gevonden. Ik denk dat de Eerste Kamer de laatste vier jaar iets goeds heeft gedaan voor Nederland, juist door een aantal wetsvoorstellen te blokkeren."

Ze heeft het over de wet op het ritueel slachten. Over een wet die ouders verantwoordelijk zou maken voor de daden van hun kinderen. Maar ze doelt ook op artikel 13 van de zorgverzekeringswet, die eind vorig jaar mede door haar toedoen werd afgestemd. "Drie mensen van de PvdA waren tegen, waaronder ik. En verschillende andere partijen waren tegen. Samen vormden we een meerderheid tegen het wetsvoorstel. Ik denk nog steeds dat het goed is dat die wet niet is aangenomen. Het machtsevenwicht raakte ermee uit het lood, de zorgverzekeraars kregen te veel. Ik vond het wel heel vervelend om te moeten doen, zeker voor de minister. Ik wist hoe belangrijk het voor haar was."

undefined

Tegenwicht

Het is goed, dat tegenwicht. Zeker in het geval van initiatiefwetten, die uit de Tweede Kamer zelf komen. "Er is dan bij collega's daar enige welwillendheid om zo'n wet doorgang te laten vinden, maar opvallend vaak houden wij die tegen." Wat Ter Horst betreft, hoeft de rol van de Eerste Kamer niet te veranderen. Maar het vergt sterke, autonome mensen. "Het is voor iemand uit een coalitiepartij heel moeilijk om onafhankelijkheid en autonomie te bewaken. Je moet zelf een afweging kunnen maken en tegen een wetsvoorstel kunnen stemmen. Maar tegelijk heeft mijn partij twee jaar geleden besloten dat de leden van de Eerste Kamer het regeerakkoord dienen te onderschrijven. Ik vind dat die regel moet worden teruggedraaid."

De komende jaren zal haar leven, gokt ze, bestaan uit 'alleen maar leuke dingen'. De fysiotherapeuten vragen drie dagen per week van haar: ze is sinds vorig najaar voorzitter van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Ze heeft boeiende functies op het gebied van energie en cultuur. Eindelijk is er balans tussen werk en leven. Wordt ze nog voor iets gevraagd, door de partij, dan zal ze het overwegen. Al zal het antwoord eerder dan vroeger 'nee' zijn. "Ik ben meer een bestuurder dan een politicus. Mij moet je niet met theoretische verhandelingen lastigvallen; die boeien me niet zo. Ooit heb ik in een commissie gezeten voor een nieuw beginselprogramma. Ik denk niet dat iemand het ooit gelezen heeft. Nee, daarin schuilt niet mijn kracht."

Waarin wel?

"In problemen oplossen. Iets voor mensen betekenen. Ik denk nog weleens terug aan Nijmegen: daar was een gezin dat tegenover een garage woonde. Hun dochter kon niet slapen omdat boven die garage een gigantische lichtbak hing. Ben ik in gedoken. Die bak was zo verdwenen, er was niet eens een vergunning voor. Die mensen waren dolgelukkig."

undefined

Wie is Guusje ter Horst?

1952Geboren in Deventer

1986Gemeenteraadslid Amsterdam

1994 Wethouder Amsterdam

2001 Burgemeester Nijmegen

2007 Minister van binnenlandse zaken

2011 Eerste Kamerlid

2014Voorzitter Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden