Toeval bestaat niet, toch?

De mens denkt in oorzaak en gevolg, en negeert toeval. En dat is maar goed ook.

Toeval past gewoon niet in het menselijk hoofd. Je weet dat het bestaat, maar je leeft er niet naar. En dat is maar goed ook, zegt Michiel van Elk, psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam, want je zou de deur niet meer uit komen.

Van Elk is een van de auteurs van de bundel 'The Challenge of Chance' (Uitdaging van het toeval), die deze week wordt gepresenteerd in Nijmegen. Aan de Radboud Universiteit wordt de 'Week van het toeval' gehouden, met conferenties en debatten over het fenomeen toeval in uiteenlopende wetenschappelijke disciplines, van natuurkunde tot theologie.

In de bundel belicht Van Elk, met twee collega's, de rol van toeval in de psychologie en de neurowetenschappen. Het menselijk brein, zegt hij, bouwt een model van de wereld waarin alle gebeurtenissen een oorzaak hebben en toeval niet bestaat. "De basis daarvan ligt in de evolutie; het is een evolutionair voordeel om uit te gaan van oorzakelijke verbanden, om te denken dat waar rook is ook vuur moet zijn. Veronderstellen dat rook toeval is, kan de mens duur komen te staan."

Uitgaande van dit verband tussen oorzaak en gevolg, slaat de mens vrolijk aan het experimenteren, zegt Van Elk: "Als je niet zeker weet of je de loop der gebeurtenissen kunt beïnvloeden, dan kun je ofwel niets doen ofwel iets proberen." En dus gaat de mens bij extreme droogte op trommels slaan. En als het dan gaat regenen, denkt hij dat dat door zijn geroffel komt. Van Elk: "Zo werkt ook homeopathie. Je neemt zo'n medicijn, voelt je wat beter, en denkt dat dat komt door dat homeopathische middel." En omdat tromgeroffel en homeopathie doorgaans weinig kwaad doen, kunnen die een gewoonte worden, een bijgeloof of ritueel dat zich in het menselijk bestaan nestelt.

De mens gaat niet alleen, ten onrechte, uit van een wereld vol oorzakelijke verbanden, maar hij wordt ook nog eens gehinderd door een overschatting van zijn eigen invloed daarop. Wie met een dobbelsteen een 6 moet gooien en dat vijf keer achter elkaar doet, denkt dat hij geweldig kan gooien. Maar heeft hij na vijf keer nog geen 6 gegooid, dan denkt hij dat er iets mis is met de dobbelsteen. Zoals, zegt Van Elk, tennistopper John McEnroe zijn winstpartijen toeschreef aan zijn geweldige spel en zijn verliespartijen aan gestuntel van de umpire.

Zicht op toeval wordt de mens ontnomen door zijn eigen verwachtingen. Hij weet best dat, na vijf dobbelsteenworpen, de kans op 6-6-6-6-6 even groot is als de kans op 2-5-1-6-5. Maar in het eerste geval heeft hij de neiging op zoek te gaan naar een verklaring, terwijl hij daar bij de tweede reeks geen enkele behoefte aan heeft, want die is zo willekeurig, zo toevallig. Die misvatting is bij een potje dobbelen thuis niet zo erg, maar kan in het casino leiden tot serieuze dwalingen en gokverslaving (zie kader).

Is het denkbaar dat de mens zijn wereldbeeld vol oorzakelijke verbanden inruilt voor een wereld met louter toeval? Nee, zegt Van Elk: "Het zou je totaal verlammen. Je zou je huis niet meer uit komen, alles wat buiten gebeurt is dan willekeurig, je hebt er toch geen invloed op. Je wordt geheel passief."

Week van het toeval

Een gesprek tussen een paar Nijmeegse onderzoekers over de rol van toeval in hun vakgebied, leidde tot een werkgroep waarin alle faculteiten vertegenwoordigd zijn, een bundel én de 'Week van het toeval', die vandaag begint aan de Radboud Universiteit. Op de campus zijn de hele week 'mystery colleges'. Vanavond wordt 'Wrong time, Wrong place' vertoond, de documentaire over de aanslagen van Anders Breivik in Oslo en op Utoya. En natuurlijk is er een tombola. Hoofdprijs: een reis naar Genève inclusief bezoek aan de deeltjesversnellers van onderzoeksinstituut Cern. De fysici die daar werken kennen toeval als geen ander.

Aan de roulettetafel

Harry was geen wiskundige, maar hij was ervan overtuigd dat hij hét systeem had gevonden om rijk te worden aan de roulettetafel. Hij had een tijd zitten kijken en het balletje nu eens op rood zien vallen en dan weer op zwart. En hij had in de gaten dat vijf keer dezelfde kleur op rij zelden voorkwam. Dus dit werd zijn systeem: hij zou wachten tot de bal vijf keer op rood was gevallen, en in de volgende ronde op zwart inzetten. Of omgekeerd: na vijf keer zwart op rood inzetten, want dat móest het wel worden.

Dit voorbeeld (uit 'The pig that wants to be eaten' van de Britse filosoof Julian Baggini) laat zien hoe het brein kan worstelen met toeval en kans. Want rijk is Harry niet geworden. De kans op zes keer rood is inderdaad klein, zoals hij dacht (nog geen 2 procent). Maar nadat de bal vijf keer op rood is gevallen, is de kans op rood in de volgende ronde gewoon weer 50 procent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden