Toeristen weten Kos weer te vinden

op de vlucht | reportage | Vluchtelingen en vakantiegangers zitten elkaar niet meer in de weg op Grieks eiland.

Antonis Ioannidis (45) spreidt zijn armen, alsof hij het lege pleintje voor zich omhelst. "Zie jij problemen? Nee toch?" vraagt de ober van taverne Drosos in het dorp Pyli op het Griekse eiland Kos retorisch. "Kijk, daar zitten er twee. Daar heb ik natuurlijk helemaal geen last van."

De twee mannen op wie Ioannidis wijst zijn vluchtelingen uit het kamp aan de rand van Pyli, een dorp in het binnenland van Kos, zo'n twaalf kilometer buiten de gelijknamige hoofdstad. "Soms geef ik ze te eten tegen een vriendenprijs. Die mensen zijn ellende ontvlucht, wat moet ik dan?"

Tot enkele maanden terug was dit soort geluiden schaars op het vakantie-eiland. Lokale politici en bewoners verzetten zich massaal tegen de komst van een registratie- en opvangkamp voor vluchtelingen. Ze waren bang dat een kamp een aanzuigende werking op vluchtelingen in Turkije zou hebben. Dat zou desastreus zijn voor het toerisme, waarvan vrijwel het hele eiland afhankelijk is, was de redenering.

Tijdens de bouw van het kamp liepen enkele protesten uit op rellen. Woedende demonstranten verhinderden de verantwoordelijke minister van defensie zelfs te landen op het eiland. Uiteindelijk was het kamp als laatste van de vijf zogeheten hotspots op de Griekse eilanden klaar in februari, nadat het leger voor bescherming van de bouwvakkers had gezorgd.

Acht maanden later is het protest geluwd. Ook dat van Ioannidis, die destijds op de barricades stond. "Natuurlijk. Wie wil er nou een kamp met vluchtelingen in zijn achtertuin? Maar ik denk dat we onze problemen beter voor onszelf kunnen houden. Vakantiegangers moeten niet worden afgeschrikt."

Dit soort geluiden hoort Marco Procaccini, hoofd van het team van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR op Kos, tegenwoordig vaker. Hij wil niet betweterig zijn, maar zijn organisatie riep een jaar geleden al dat de situatie toen veel schadelijker was voor het toerisme. Destijds kampeerden de vluchtelingen in perkjes en op het strand in de hoofdstad, te midden van tavernes en geschokte toeristen. De boekingen voor Kos zakten snel in. "Mensen begrijpen nu dat het beter is de crisis te managen dan op z'n beloop te laten."

Het helpt allicht dat de situatie in de hoofdstad sinds de komst van het kamp weer normaal is. In de perkjes zitten weer toeristen op bankjes, in plaats van vluchtelingen in tentjes. De hekken rondom de restaurants bij het politiebureau, waar vorig jaar dagelijks honderden vluchtelingen tegelijk zich meldden, zijn verdwenen. Ook op en om het kamp is het rustig. Dat is wel anders op de eilanden Lesbos en Chios, waar gefrustreerde vluchtelingen regelmatig met elkaar op de vuist gaan en brandstichten.

Procaccini denkt dat de late bouw van het kamp op Kos een voordeel is. "Alles is nieuw en goed gebouwd. Op andere eilanden zijn in alle haast oude fabrieken en legerkampen omgebouwd. Hier is meer ruimte, zijn de sanitaire voorzieningen beter en is er voldoende eten."

Dat wil niet zeggen dat er geen problemen op de loer liggen, haast Procaccini zich te zeggen; ook hier huisvest het kamp bijna twee keer zoveel vluchtelingen als de duizend voor wie het ontworpen is. Sinds maart mogen ze niet meer doorreizen naar het vasteland van Griekenland. En de asielprocedures verlopen ook hier tergend langzaam, wat tot frustraties leidt.

Maar voorlopig is de sfeer deze middag ontspannen. Een groep jongens speelt een potje volleybal voor het kamp. Anderen zijn onophoudelijk met hun telefoon in de weer. Anders dan op Lesbos en Chios kunnen buitenstaanders het kamp zonder problemen in- en uitlopen.

Toch heeft de lokale politiek de strijd tegen het kamp nog niet opgegeven. "Dat het nu goed gaat, komt niet doordat dat kamp zo goed werkt, maar doordat er nauwelijks vluchtelingen meer aankomen", zegt Ilias Sifakis, als onderburgemeester verantwoordelijk voor onder meer toerisme. "Hoe gaat dat als de deal met Turkije klapt? Op Kos is zo'n 90 tot 95 procent van de inwoners direct of indirect afhankelijk van het toerisme, meer dan op elk ander eiland. In zo'n omgeving hoort geen kamp."

Maar Sifakis stelt wél tevreden vast dat vakantiegangers Kos weer weten te vinden. In de zomer van vorig jaar stortte het toerisme in. De Britsen en Duitsers kwamen al eerder in deze zomer terug, en vanaf augustus ook de Nederlanders. In september landden er bijna 15.000 op het vliegveld, ruim 40 procent meer dan vorig jaar.

Ook Sakis Tzanis (22), eigenaar van het restaurant Smiley's in het stranddorp Marmari, merkt dat de klandizie aantrekt. "Gelukkig maar, want met alle belastingverhogingen is het al lastig genoeg", zegt hij nadat hij zojuist drie pita's gyros aan Britse toeristen heeft geserveerd. Het kamp in Pyli ligt hier nog geen vier kilometer vandaan, dus regelmatig komen vluchtelingen hier een duik nemen en wat eten. Tzanis haalt zijn schouders op. "Zolang alles rustig blijft en ze geen problemen maken, vind ik het best."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden