Toeren met een publiekslieveling

Een originele Volkswagencamper is een tijdmachine. Rijdend door een vergeten wereld van tweebaanswegen komt het vakantiegevoel van vroeger terug.

Claxonnades in de bossen bij Ommen.Dames met lichtblauwe en roze scooters toeteren en zwaaien naar ons. Mêp-mêp-mêp, antwoordt onze Volkswagencamper gedempt. De bus op Keverbasis is een echte publiekslieveling, ook in kampeertenue. Zelfs de milieuvriendelijkste hippie raakt nog op slag vertederd door het originele motorgeluid: een karakteristiek 'prûtte-prûtte-prûtte-prûtte-prûtte'. Je zou haast denken dat het busje leeft, zeker die van het oerontwerp. T1 en T2 voor intimi.

Ook op mij heeft de Volkswagencamper een wonderlijke uitwerking. Van kamperen houd ik namelijk helemaal niet. Toch had het maar een haar gescheeld of ik werkte ooit voor een bekend kampeer- en caravantijdschrift. Allemaal vanwege de vakantieverhalen die ik rondstrooide over de camper van Gert Jan. Op de hogeschool klikte het snel met hem. Als enige studenten hadden wij eigen auto's: ik een oud Escortje, hij toen een hoekige Volkswagen T3. Auto's bleken onze passie.

Al weer jaren rijdt Gert Jan rond in een juweeltje van een Volkswagen T2:een Amerikaanse in de modieuze seventieskleurstelling Panamabruin en Dakotabeige. Jaarlijks trekken we erop uit om bij te praten en herinneringen op te halen. Ditmaal is 'Nederland zonder snelweg' het reisdoel: dwalen door de Achterhoek, Twente en Salland. Eindeloos rijden. Cruisen met 80 kilometer per uur vindt een Volkswagenbusje namelijk te gek. Daarvoor leent Oost-Nederland zich prima.

Misschien dat die zwaaiende dames zijn achtergebleven na het evenement 'Boer Zoekt Vrouw Live' in Vilsteren bij Ommen. De brochure van VVV Vechtdal presenteert tv-presentator Yvon Jaspers in haar antieke blauwwitte Volkswagencamper. Mocht ze daar inderdaad heel Nederland mee afreizen van erf naar erf - een indruk die op televisie wel wordt gewekt - dan moet ze zeer lange werkdagen maken. Oude Volkswagenbusjes houden namelijk niet van snelwegen en al helemaal niet van 130 kilometer per uur.

Die les leerde ik dertien jaar geleden met de luchtgekoelde T3 van Gert Jan. Ondanks mijn twee linkerhanden liet hij me meebouwen aan een camperinterieur. We maakten daarna lange dwaalritten door Frankrijk over rustige Routes National tot aan het Middellandse-Zeestrand toe. Bij Marseille bleef ineens de versnellingsbak steken in het derde verzet. Onwrikbaar. Op die dag in 1999 waarop heel Europa, ook iedere Franse automonteur, naar de zonne-eclips tuurde, stonden wij stil aan het Rhônekanaal.

Mooi verhaal, oordeelden ze bij het kampeermagazine. Vooral dat deze oude camper bij de garagist onderaan de Mont Ventoux pas zijn ware aard onthulde. Door de blauwe laklaag heen werd de tekst 'Wasserij de Voortgang' ineens leesbaar. Hé, dat wisten we niet. Dankzij een noodreparatie konden we terug naar Nederland, maar wel via de snelweg Route du Soleil om schakelen zoveel mogelijk te vermijden. De camper veranderde ineens in een heuvelschuwe windvanger, een wegluis.

Bij het tijdschrift was ik welkom, maar ik vond mijzelf niet geknipt voor die baan. Aan andere campers, caravans en tenten zou ik te weinig lol beleven. Voor mij geen rijdende huiskamers met zithoek en satellietschotel en ook geen basaal tentje. Maar zo'n Volkswagencamper met hoepelstuurwiel, lange versnellingspook (waarmee je steeds een zoektocht start naar elke volgende versnelling) en de motor achterin, maakt vakantievieren comfortabel en puur tegelijk. Het rijdt heerlijk. Bij het gas geven voel je na elke nieuwe pruttel weer een vriendelijk duwtje in je rug.

Waar dwalen we heen, lijkt de Volkswagencamper ondertussen te vragen.

Inmiddels woon ik om de hoek van al die vakantiepleisterplaatsen uit mijn jeugd, zoals Planken Wambuis en Woeste Hoeve. Liever duiken we van de Veluwezoom de Achterhoek in bij Doesburg om over de lange, rustige Z.E.-weg (Zutphen-Emmerik) langs de IJssel in Zutphen te arriveren. Via het bos bij Lochem en de kanaalroute naar Goor rijden we door tot het statige stadje Delden. Daar kun je, zoals overal in het oosten, een vleesrijke 'Spies Onwies' bestellen. Het is daarvoor nog te vroeg. Misschien vanavond.

Een eindeloos landschap van bossen, weiden en riviertjes ontvouwt zich vanachter de panoramische voorruit. Je kunt uur na uur doorrijden. Op m'n schoot ligt een boek uit 1997 dat ik stratenbijbel heb gedoopt. Het heet 'De complete stratengids van Nederland' en ziet eruit als een oud postcodeboek. Het toont alle straten van Nederland, zelfs het plattegrondje van Fleringen waar we langsrijden. Geen digitale hulpmiddelen in dit snelwegarme land. Bovendien: nieuwe hoofdwegen zijn hier niet. Zo'n nostalgisch boek is actueel genoeg voor dwaaltochten.

In deze contreien tellen zelfs rijkswegen maar twee rijstroken. Aan weerskanten van de berm prijzen ondernemers hun koopwaar aan. Opvallend veel friet (met appelmoes), bier voor één euro, stenen tuinhaarden, gebuikte automobielen en oude tractoren. En buiten bric-à-brac kunnen inwoners van de Achterhoek en Twente kennelijk niet leven. In het idyllische heuveldorp - dus toeristenmagneet - Oostmarsum zwelt ineens een stroom klassieke auto's aan. Ik zie een Innocenti en een MG-B Coupé. Mêp-mêp, klinkt onze camper. En even de hand opsteken naar al die ex-legerdafjes.

Via Weerselo rijden we over de meanderende provincieweg N343 langs glooiend gelegen Tubbergen en de heidevelden boven Langeveen naar de strakke akkers van Kloosterhaar en Sibculo. Nederland oogt ongerept en onontdekt. Bij het lokale spoorknooppunt Mariënberg weerstaan we de verleiding 'slagersgehaktballen' te eten bij een snackkraam en rijden via het Vechtdal naar de boerencamping Boerhoes aan de kronkelende Vecht in Dalfsen.

Geen 'Spies Onwies' op de menukaart in Dalfsen. Salland is ook geen Twente. Dus dan maar een rib-eye van Vechtdalrund. Met wortelballetjes en uitzicht op de rivier. De herinneringen aan vakanties begin jaren tachtig borrelen op. Thuis maakten we gevoelsmatig lange ritten naar een vakantiehuis in een of andere lommerrijke streek via allerlei Rijksstraatwegen vol Chinese restaurants, Goudreinets en AC's. Toch waren we er altijd in een à anderhalf uur.

De volgende dag denk ik mijn aanval van vakantienostalgie te snappen. Dat gebeurt in Deventer. Voor het eerst rijd ik deze Hanzestad niet binnen vanaf de anonieme A1, maar via zijn verlaten voorloper, de gedegradeerde Rijksstraatweg. Ineens doemt de oude IJsselbrug op waarachter Deventer zich in vol ornaat presenteert aan de rivier. Alleen automobilisten uit Teuge, Twello en Wilp worden nog op dit stadsgezicht getrakteerd. Vanuit de wei rijd je pardoes de stad in vol flats, fabrieken en kantoren. Die ervaring mis je op de A1.

En kijk eens in mijn stratenbijbel! Ligt naast die oude IJsselbrug niet een nóg oudere oeververbinding, een verdwenen pontonbrug? Je merkt het al aan het stratenpatroon. De camper ronkt erheen en rijdt ineens door een statige bomenlaan met een nog indrukwekkender gezicht recht op Deventer, zoals je verwacht tijdens buitenlandse vakanties. We ontdekken geen geheimpje, want de touringcars staan hier massaal opgesteld.

Natuurlijk, de gedateerde techniek van klassieke Volkswagencampers verplicht je om de wegen van weleer te berijden. In feite geldt dat voor de meeste klassiekers. Tachtig is prachtig, harder niet. Met vier versnellingen en een onbekrachtigd stuurwiel sta je in directe verbinding met de techniek. Achteloos rijden gaat niet. De handrem oogt als een boksbeugel aan een metalen trekstang. Je ziet de stuurstang gewoon in de vloer verdwijnen. Je voeten vormen de kreukelzones.

Bewust van de langere remweg, de kleinere spiegeltjes en enkele gepensioneerde paardenkrachten achterin blijven we maar weg van de snelweg.

Die voorzichtigheid heeft ook te maken met de taxatiewaarde. Dit soort authentieke busjes stijgt in waarde. Ze zijn ooit gebouwd om ons tien jaar te dienen. Daarna at de roestduivel ze lekker op. Dus overgebleven oude Volkswagenbusjes - ook deze - moeten wel een goede beschermengel hebben. Dus Yvon: vermijden die waterplassen!

Langs de vergeten verkeersslagaders komen we meer vergankelijkheid tegen. Verlaten tankstations, lege garages, verweerde wegrestaurants en wanhopige winkeliers. Maar in Overijssel bestaan zelfs nog originele drukke Rijkswegen uit grootmoeders tijd. We rijden even op de N35 (Enschede-Zwolle) bij Wijthmen, de tweebaansweg die de twee grootste provinciesteden verbindt en dorpjes doorsnijdt. De provincie wil er een vierbaansweg aanleggen, de plannen zijn vergevorderd.

De lol van een oude Volkswagencamper is de versmelting van simpele techniek met het landschap. Als je 80 kilometer per uur ervaart als sensationele snelheidsbelevenis en bochten als een uitdaging, dan ben je 100 procent aan het autorijden. Provinciewegen mogen nog gekke kronkels hebben. Kom daar maar om bij snelwegen. Nog leuker is het arriveren op een camping om daar het Westfalia-dak omhoog te klappen en binnen drie tellen geïnstalleerd te zijn. Het verschaft je een ultiem gevoel van eindeloze reisvrijheid die je anders alleen in autoreclames ziet.

De vooruitgang houd je niet tegen. De wereld van tweebaanswegen krimpt. Straks rijden moderne kampeerders moeiteloos 130 kilometer per uur op een nieuwe, anonieme A35 bij Wijthmen. In hun toekomstige Volkswagencamper T6 met een zesversnellingsbak en airconditioning. Windgeruis en beslaande ruiten zijn dan onbekende fenomenen. Je vergeet het snel in zo'n moderne afgesloten cocon. Als je niet oppast, vergeet je zelfs hoe leuk de afslag is naar Dalfsen en Hoonhorst.

Quirijn Visscher is freelance-journalist. Voor Tijd schrijft hij regelmatig over auto's.

"Op m'n schoot ligt een boek uit 1997 dat ik stratenbijbel heb gedoopt".

Wereldhit naar Nederlands ontwerp
De Nederlander Ben Pon (1904-1968) is de geestelijk vader van het Volkswagenbusje. Bij een bezoek in 1947 aan de Engelsen die de naoorlogse Volkswagenfabriek beheerden, tekende hij spontaan een ruwe schets van een bestelwagentje in zijn zakagenda. Hij raakte geïnspireerd door een laadwagentje dat hij in de fabriek zag. Vanaf die - bewaard gebleven - schets ontstond de VW bestelbus met de motor achterin, net zoals bij de Kever.

Het leek er eventjes op dat importeur Pon naast de modernste Volkswagen Transporters (officiële naam), ook de oerbus in Nederland weer nieuw zou leveren. In Brazilië rolt 'the real thing' namelijk nog steeds van de band. Oké, met zijn plastic grille lijkt het alsof een kind met stift het VW-gezichtje een baardje heeft gegeven. Maar een nieuwgebouwde oerbus uit Brazilië trekt nog steeds publiek.

In Nederland ging het feestje niet door, omdat zelfs de Socialistische Partij (SP) niet meer gevoelig lijkt voor de sfeer van de jaren zeventig en tachtig die rond het VW-busje hangt. Na principiële SP-Kamervragen over de emissie- en importregels ging het hele feest niet door en is het bij één 'nieuwe oude Volkswagencamper' op Nederlands kenteken gebleven. Die je kunt huren. Maar er zijn natuurlijk ook veel origineel pruttelende VW-campers te huur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden