Toer van Schayk sampelt een nieuwe 'Toverfluit'

Wayne Eagling wil graag iedereen te vriend houden. Hij weet dat er in ons land een groot publiek voor mooi aangeklede verhalende balletten bestaat, maar ook dat hem bij herhaling gevraagd wordt waarom telkens weer dezelfde verhalen gedanst worden. Daarom wil hij Het Nationale Ballet eens in de twee jaar een gloednieuw balletverhaal laten presenteren. Twee jaar terug was dat de 'De notenkraker en de muizenkoning'. Op 10 februari gaat 'De toverfluit' in première, een hernieuwe samenwerking van Toer van Schayk en Wayne Eagling.

Opnieuw zal Van Schayk voor de aankleding, het toneelbeeld en een deel van de choreografie zorgen. Welke scènes voor rekening van Eagling komen staat nog niet vast. Liefhebbers van Mozarts 'Zauberfl"te' zullen bij de balletadaptatie vreemd opkijken: hoeveel Mozart-klanken ook uit de orkestbak opstijgen, geen noot daarvan komt uit de opera die in september 1791 in Wenen in première ging. Ook aan het oorspronkelijke libretto van J. Schikaneder, gebaseerd op de door C. N. Wielandt en J.A. Liebeskind gebundelde verhalen onder de exotische naam 'Dshinistan' (1787), zal flink gesleuteld worden. Eagling en Van Schayk voelen zich vrij om hun eigen fantasie en respect voor Mozart te volgen. Zij willen zich uitleven in een oosters getinte fantasiebeschaving. De koningin van de nacht en hogepriester Sarastro worden neergezet als een echtpaar dat vecht om de voogdij van hun docher Pamina. De koningin heeft in de ogen van Van Schayk alle reden om woedend te zijn. In het ballet worden drie soorten liefdes verenigd: die van Pamina en Tamino staat voor de zuivere onschuld, de hofmakerij van Papageno en Papagena voor het komische element en tot slot zal de Koningin van de Nacht haar goedheid laten blijken door zich met Sarastro te verzoenen. Kortom, een happy end na twee uur spektakel.

Net als bij zijn 'De notenkraker' wil Van Schayk allerlei theatertechnische stunts uithalen. Destijds veranderde de vloer in een schaatsbaan, dijden meubelstukken en wanden al voorover hellend uit en kon het publiek zich door een lumineuze belichting in het interieur van een laterna magica wanen. Het Muziektheater, zo demonstreerde Van Schayk reeds bij de opening van dit gebouw in 1986 met zijn Zoals Orpheus, biedt nog veel meer mogelijkheden. Ditmaal zal hij het het middendeel van het veertig meter diepe achtertoneel bij de toneelactie betrekken en wil hij meerdere vloerniveau's creëren door de vijf heftonelen tot drie meter hoogte op te vijzelen. Deze Toverfluit zal dus alleen in het Muziektheater gespeeld kunnen worden.

Omdat deze opera in de tijd van de preromantiek werd gecomponeerd, zal hij zich - in tegenstelling tot zijn aankleding van 'Romeo en Julia' (Renaissance), 'Het Zwanenmeer' (Barok) of 'De notenkraker' (Napoleontische Tijd) - ook niet tot een specifieke periode beperken. Een zekere Egyptische invloed, maar dan door vroegromantische bril, is bijvoorbeeld in de figuur van Sarastro gekropen, maar ook in de bunkerachtige panelen die voor een diep perspectief zorgen. Het toneel oogt niet alleen als de ingewanden van een pyramide, maar ook als een glooiend landschap in Sarastro's brein. Alle figuren zijn bovendien minder zwart-wit getekend dan in de oorspronkelijke opera. Maar hoe angstaanjagend oogt nu al de legerschare van de Koningin van de Nacht op Van Schayks loodgrijze schetspapier. Het leger nam de vorm aan van een reusachtige blauw-zwarte spin. De getrapte poten zullen als zeisen door de leerlingen van de Nationale Balletacademie worden gehanteerd. Minstens even fraai is de roomkleurige, gevleugelde draak.

Van Schayk en Eagling, beiden grote Mozart-liefhebbers, lieten zich muzikaal adviseren door Jan Pieter Koch en David Prins. Zij benadrukken dat Mozart (een begenadigd danser van menuetten) een aantal pogingen tot balletmuziek ondernam, zoals 'Les Petits Riens'. Maar omdat hij minder gelukkig was met zijn choreografen werd niet hij maar Gluck de grote balletcomponist van de achttiende eeuw. Tot de muziek waarin nu naar hartelust gesampled wordt behoort o.a. een presto uit 'Musikalischer Spass', 'Gallimathias Musicum', delen uit het fluitconcert in D, maar ook kamermuziek voor houtblazers (KV608), de ouvertures van 'Idomeneo', 'Il re Pastore' en 'La clemenza di Tito'. Voor de verbroederende finale staat het adagio van de gran partita uit de 39ste symfonie.

De stevig gesponsorde Toverfluit van Het Nationale Ballet staat weliswaar al in papieren steigers, maar eind november was er aan de dansers nog geen pas bekend. De tijdnood wordt extra nijpend omdat de Kerst-serie van 'De notenkraker' in de repetitieperiode is gepland. Maar zoals Rudi van Dantzig al opmerkte naar aanleiding van het zojuist verschenen boek over tovenaar Van Schayk: 'Toer never takes an easy ride...'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden