Toepassing van dwang is een laatste redmiddel

Met gedwongen opname van verslaafde zwangere vrouwen moeten we voorzichtig zijn. In welke situatie is drang en dwang bijvoorbeeld gerechtvaardigd?

Guido de WertJohan de Jong en Ron Berghmans en Guy Widdershoven

Jelis van Leeuwen en Rian Teeuw pleitten in Trouw van zaterdag voor de gedwongen opname van verslaafde zwangere vrouwen als het ongeboren kind groot risico loopt. Hiervoor is een verandering van de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Bopz) nodig. De wet zou moeten voorschrijven dat rechters de gevaren voor het ongeboren kind ’als eerste overweging’ meenemen.

Bij dat pleidooi willen we een paar kanttekeningen maken. Zo heeft de vrouw met de beslissing een zwangerschap uit te dragen de morele verantwoordelijkheid jegens het toekomstige kind om, (vooral) door een gezonde leefstijl, gezondheidsschade zoveel mogelijk te voorkomen. Deze verantwoordelijkheid kan en moet worden erkend zonder dat dit leidt tot een ondermijning van de vrijheid om te kiezen voor een abortus – al zullen sommigen het debat mede voor dit laatste willen gebruiken

We vinden toepassing van dwang, ook als het gaat om verslaafde zwangere vrouwen, een laatste redmiddel. Vaak volstaan minder vergaande maatregelen dan klinische dwangtoepassing. Te denken valt aan een voorwaardelijke rechterlijke machtiging, waarbij een vrouw akkoord gaat met een zorgplan in de thuissituatie, gericht op het afwenden van gevaar, met als consequentie een beter perspectief voor het toekomstige kind. Als zij zich daar onverhoopt niet aan houdt, kan zij alsnog gedwongen worden opgenomen.

Er bestaan ook andere vormen van drang of bemoeizorg, waarbij minder vergaande middelen worden ingezet om medewerking van de zwangere te bewerkstelligen. Een voorbeeld is het regelen van huisvesting onder de voorwaarde dat de cliënt meewerkt aan een behandelplan.

Daarnaast is er behoefte aan meer duidelijkheid over de bestaande wettelijke mogelijkheden voor dwang. Jurisprudentie laat zien dat de Wet Bopz enige ruimte biedt voor dwangopname van verslaafde zwangere vrouwen om de ongeborene te beschermen, althans vanaf het moment dat de foetus levensvatbaar is (na 24 weken). Hier lijkt echter de schoen te wringen; bij een ernstige verslaving wordt al vroeg in de zwangerschap schade toegebracht. Ethisch gezien is de grens van de levensvatbaarheid niet beslissend voor de legitimiteit van dwangmaatregelen.

Of ter bescherming van het toekomstige kind, ook in de vroege zwangerschap, een wetswijziging nodig is, hangt mede af van de vraag in hoeverre andere wetgeving, bijvoorbeeld de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), mogelijkheden biedt voor dwangbehandeling. Er moet dan sprake zijn van wilsonbekwaamheid bij de zwangere vrouw, met andere woorden: zij moet niet in staat zijn tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake. Dit kan bij ernstig en langdurig verslaafde zwangere vrouwen het geval zijn. Voor toepassing van de WGBO is, anders dan bij de Wet Bopz, de aanwezigheid van een geestelijke stoornis geen voorwaarde.

De vraag of de wettelijke mogelijkheden voor dwang jegens verslaafde zwangere vrouwen moeten worden uitgebreid, is uiteindelijk een ethische en rechtspolitieke kwestie. Een discussie is nodig over de vraag in welke situaties drang en dwang gerechtvaardigd zijn. Prenatale kindermishandeling is een wellicht aansprekend, maar vaag concept dat gemakkelijk verleidt tot steeds grootschaligere preventieve maatregelen. Het proportionaliteitsbeginsel eist dat dwangmaatregelen beperkt blijven tot de echt ernstige gevallen. De zwangere vrouw die rookt of regelmatig twee glazen drinkt, hoort daar niet bij – al is het bijna politiek incorrect om dit te zeggen. Voor minder ernstige risico’s zijn pogingen tot overreding, ondersteuning bij aanpassing van de leefstijl en eventueel morele druk aangewezen.

Tot slot: een goede evaluatie van drang- en dwangmaatregelen is cruciaal. Leveren deze inderdaad op wat wordt beoogd? En wat zijn de onbedoelde effecten? Angst voor bemoeizorg en eventuele gedwongen opname kan verslaafde zwangere vrouwen ervan weerhouden om prenatale hulp of verslavingszorg te zoeken. En dat is nu juist niet de inzet van de discussie over verruiming van dwangmogelijkheden met het oog op het belang van het kind. Nog een argument om zuinig te zijn op het recht op zelfbeschikking van zwangere vrouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden