Toenemende interesse voor Chinese les

Nederlandse scholen beginnen aarzelend met lessen Chinees. De belangstelling groeit snel, maar goed lesmateriaal is er nog niet. De leerlingen zelf dienen als recensent van de eerste cursussen. “Die klank moet je in de lucht laten hangen en er even lekker tussendoor hijgen.“

door Andy Langenkamp

Het Visser 't Hooft Lyceum in Leiden is een van de negen scholen in Nederland die op dit moment lessen Chinees aanbieden.

Normaal is het een aardrijkskundelokaal, met globes op de kasten en wereldkaarten aan de muur. Maar de sinoloog Ans van Broekhuizen-De Rooij legt er elke dinsdag aan 19 vierde- en vijfdeklassers uit hoe ze de ingewikkelde Chinese karakters moeten uitspreken. “Die klank moet je wat bekakter uitspreken, alsof je lid bent van de Leidse studentenvereniging.“ En: “Met een beetje theater en lef graag, door lekker te overdrijven en aspireren, want Chinees is een levende taal.“

Zo'n twintig scholen overwegen het vak Chinees te gaan aanbieden. De vraag onder leerlingen neemt snel toe en ook politici en zakenmensen benadrukken de noodzaak ervan, gezien het toenemende economische belang van China.

De leerlingen in de klas van Van Broekhuizen hebben de toonsoorten van het Mandarijn inmiddels al redelijk onder de knie. Ook de eerste karakters komen al behoorlijk uit de verf, vindt Van Broekhuizen: “Jullie maken al heel mooie karakters en dat zeg ik niet om jullie te paaien.“

Ze laat de kinderen veel oefenen, bijvoorbeeld door kleine dicteetjes te geven met zinnetjes als 'Is zij mooi?' Al lopend door de klas geeft ze aanwijzingen: “Eerst de vlag en dan de lange stok. Ja en nu het klapdeurtje.“ Een leerling kijkt verschrikt op als Van Broekhuizen over hem heenbuigt, maar zij zegt geruststellend: “Dat gaat goed, erg goed.“

Luisteren en spreken vormen echter de hoofdmoot van de les. Van Broekhuizen leert tellen en dirigeert daarbij met de vingers. Na gezamenlijk een stukje gelezen te hebben, wil ze ten slotte nog wat zinnetjes horen.

Van Broekhuizen ontwikkelt het lesmateriaal met twee collega's van de Universiteit Leiden en legt het materiaal meteen aan de leerlingen voor. “De klas fungeert als recensent, de leerlingen zijn het beste klankbord voor wat wij schrijven.“ Het team probeert elke keer een les voor te blijven en op deze wijze hopen ze in de zomervakantie een flinke berg geschikt materiaal af te hebben.

Van Broekhuizen en de andere sinologen gebruiken een denkbeeldig flatgebouw in Peking als kapstok voor de lessen. Aan de hand van de inwoners van dit gebouw komen zaken als grammatica, cultuur, geschiedenis en uitspraak aan bod.

Ook het Gemeentelijk Gymnasium in Hilversum heeft inmiddels Chinees op het curriculum staan. Daar geeft Tin Chau Tsui les aan de onderbouw. Hij probeert de tweedeklassers zo min mogelijk te confronteren met expliciete grammatica-regels en vertrouwt op de intuïtie van zijn leerlingen.

De bevlogen Tsui is net als Van Broekhuizen het lesmateriaal nog aan het ontwikkelen. Hij hoopt in september een compleet eerste lesjaar af te hebben. Nu nog werkt hij met een Engels boek, maar Tsui vindt dat “niet creatief, weinig uitdagend en iets te kinderachtig“.

Het schrijven van karakters wordt volgens Tsui steeds minder belangrijk door het gebruik van computers. Daarom legt hij veel nadruk op lezen, spreken en luisteren.

Tsui en Van Broekhuizen ontwikkelen hun lesmateriaal onafhankelijk van elkaar, maar dat wil niet zeggen dat ze elkaar als concurrenten zien. De rector van het Visser 't Hooft Lyceum, Joost Kuurman, ziet de methodes in de toekomst wel samensmelten.

Hij hoopt dat het komend schooljaar zestig leerlingen Chinees gaan volgen. Deze zestig maken dan deel uit van de ongeveer 30 miljoen niet-Chinezen die op dit moment Mandarijn leren. Dit lijkt veel, maar het aantal verbleekt nog altijd bij de naar schatting 300 miljoen Chinezen die Engels onderwijs volgen of hebben gevolgd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden