Toen zijn vader kwam logeren

Dinsdag komt keizer Akihito van Japan aan in Nederland, voor een staatsbezoek van drie dagen. Dertig jaar geleden was zijn vader hier. Dat bezoek werd een fiasco. Een moeizaam gevecht van Wim Kan ging daaraan vooraf.

Het is februari 1971 en Wim Kan rust uit. Voor het eerst speelt hij een solovoorstelling, 'Wim Kan alleen met Corry aan zijn zijde' ('Corry' is natuurlijk zijn vrouw Corry Vonk met wie hij sinds 1933 is getrouwd). De keuze voor een one-man-show blijkt een voltreffer, de theaters zijn steevast uitverkocht. Maar de tournee is ook slopend. De cabaretier verblijft in zijn chalet de Enzian in het Zwitserse Langwies, als hij in zijn dagboek noteert: ,,Op bed. Moe en weinig adem. Hirohito komt naar Nederland.''

Kan grijpt naar de telefoon, belt Henk van der Meyden van de Telegraaf om hem een ingezonden stuk te dicteren: ,,Als krijgsgevangenen van het keizerlijk paar mochten wij destijds zes weken in de strafgevangenis van Rangoon 'acclimatiseren', voor wij als dwangarbeiders naar de spoorlijn in Burma werden gestuurd.'' Kan is 'blij dat hij eindelijk iets kan terugdoen' en hoopt dat de keizer op kosten van de Nederlandse regering in de Scheveningse strafgevangenis zal willen vertoeven.

Het stuk verschijnt met andere boze brieven in de Telegraaf en ook in andere kranten staan verontwaardigde ingezonden stukken. PSP-kamerlid Van der Spek stelt vragen aan minister-president De Jong. Zal de keizer ook officieel eerbetoon te beurt vallen? De Jong antwoordt dat het bezoek ,,privé'' is en ,,zal plaatsvinden met niet meer, noch minder beleefdheid dan het internationaal gebruik in dergelijke gevallen meebrengt''.

De Jong verhult hiermee dat Hirohito koningin Juliana zal ontmoeten. Terugblikkend zegt De Jong: ,,Natuurlijk antwoordde ik bewust in wat omfloerste bewoordingen. Als je weet dat iets rellen geeft, moet je geen olie op het vuur gooien. Natuurlijk moest de keizer de koningin zien. Ik heb haar gevraagd of zij met hem een hapje kon eten.'' Het bezoek was omstreden, zegt De Jong. ,,Onze mensen hadden het in de kampen vreselijk gehad, allemaal in naam van die keizer. Aan de andere kant hadden de Amerikanen Hirohito geaccepteerd. Daarbij was de vraag slechts of hij hier mocht uitrusten tussen bezoeken aan Engeland en Duitsland in. Ik wist dat er rumoer zou komen, maar een oude man een dag rust weigeren, dat ging me wat ver.''

Voorlopig valt het 'rumoer' mee. De slachtoffers van de Japanse bezetting zijn een kleine, vrij stille groep, Nederland slaat niet aan. Wim Kan stort zich weer op zijn voorstellingen, vast gelovend dat anderen spoedig wel een storm van protesten zullen ontketenen. Maar het wordt eind augustus, en er gebeurt niets. Totdat premier Biesheuvel, De Jongs opvolger het onomwonden bekendmaakt: Hirohito logeert op Huis ten Bosch en luncht met Juliana op Soestdijk.

Kan is razend, wanhopig. In zijn dagboek: ,,In elk huisje van de Japanse wacht hing -tijdens de Tweede Wereldoorlog- het portret van de keizer. Van de keizer die straks op Soestdijk zal komen lunchen. En in naam van dezelfde keizer moesten wij de portretten van Koningin Wilhelmina en onze Nederlandse vlaggen verbranden. Op het vinden van dergelijke dingen stond de doodstraf.''

Kan schrijft Juliana een brief: ,,Majesteit! (...) Men beweert dat U keizer Hirohito straks op Soestdijk zult ontvangen. Onze vraag is dan of U dat alstublieft niet zou willen doen. (...) Als hij nou ook nog komt met zo'n gezicht van 't is allemaal zo leuk weer tussen de Koningin en mij, dat is een klap in ons aller gezicht!'' Juliana's particulier secretaris antwoordt dat de vorstelijke ontmoeting plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de regering en een consequentie is van internationaal gebruik: ,,Naar ik hoop verstaat u de positie van de Koningin, zoals de Koningin de gevoelens van Uw hart verstaat.''

Het is rond deze tijd dat Hans van der Werf, politiek redacteur en nieuwslezer bij het NOS Journaal, een telefoontje krijgt van Kans manager, Wout van Liempt. Kan wil een actie beginnen en vraagt Van der Werf om advies. De twee brengen samen enige tijd door in Zwitserland, raken bevriend. Van der Werf: ,,Toen het bezoek dichterbij kwam, en Kan merkte dat de media niet aansloegen, begon hij mij steeds vaker op te bellen als hij thuis kwam na de voorstelling. Om twee, drie uur 's nachts. Dan praatte ik op hem in, om hem te kalmeren. Hij was door het dolle heen, wilde bij wijze van spreken voor de auto van de keizer springen. Hij huilde, schold. Het waren aangrijpende gesprekken.''

Wim Kan bezorgd over bezoek Hirohito, koppen de kranten op 18 september. Kan heeft, drie weken voor het bezoek, een open brief geschreven aan Biesheuvel met de vraag het bezoek -of ten minste de lunch met Juliana- af te gelasten. Hij krijgt een vriendelijke doch afwijzende brief terug: ,,We weten uit ervaring dat in een zaak als deze langs de weg van de overtuiging geen bruggen kunnen worden geslagen.'' Kans overige bezwaren blijven hangen tussen de muren van de theaters.

Kan gaat akkoord met een optreden in Vara's 'Achter het nieuws'. Hij bereidt de hele uitzending van begin tot eind voor: de onderwerpen, de vragen van presentator Hans Jacobs en zelfs de cameravoering. Het werkt. Zijn emotioneel appel aan Biesheuvel en zijn oproep tot geweldloze actie slaan in als een bom.

Het is belangrijk te begrijpen dat Kan in deze tijd een nationale figuur is, een man van aanzien en iemand die maar zelden op tv wil. Zijn shows zijn altijd uitverkocht en als hij iets zegt, hangt Nederland aan zijn lippen. Hij waakt dan ook voor eenduidige standpunten. Maar er is één uitzondering: de Japanse bezetting van Nederlands-Indië.

De gangbare opvatting onder historici is dat Hirohito weinig te zeggen had over de agressieve expansiepolitiek van Japan. Maar Kans blinde vlek is te verklaren: hij was erbij. In 1939 was hij voor een tournee naar Nederlands-Indië vertrokken om aan de Europese oorlogsdreiging te ontsnappen, maar in maart 1942 viel die kolonie in handen van de Japanners. Kan, omroeper bij het Knil, werd krijgsgevangen gemaakt.

De herinneringen staan op zijn netvlies: hoe hij en anderen met stokken de stinkende ruimen van snikhete schepen werden ingeranseld voor transport naar Burma. Hoe sommigen stikten, hoe anderen werden doodgemarteld. Drie jaar moest hij werken aan de Burmaspoorweg. Niet aan het spoor -dat deden zijn medekrijgsgevangenen van 's ochtends vroeg tot diep in de nacht- maar aan cabaretvoorstellingen, om het moreel hoog te houden. Kan had dankzij die voorstellingen vaak privileges in de kampen, maar medegevangene J. Arends vertelde in een interview met de NOS in 1989: ,,Sommige Japanners vertrouwden zijn cabaret niet. Dan werd hij beurs geslagen. Ondanks dat heeft hij toch zijn cabaret doorgezet, tot het einde toe.'' Corry Vonk moest de verschrikkingen van een vrouwenkamp op Java trotseren. Ook zij gaf de hele oorlog voorstellingen.

Met de uitzending van Achter het nieuws op drie oktober, vijf dagen voor de aankomst van de keizer, begint pas goed wat Kan in zijn dagboek zou noemen: 'een week van zeventig dagen'. Hij wordt overspoeld door brieven en telegrammen, veelal adhesiebetuigingen. Kranten, gezagsdragers, Kamerleden en actiegroepen hebben opeens allemaal een mening over het bezoek. Maar er is weinig echte actie. Kan is dé spreekbuis.

Hij trekt zich terug op de Veluwe, ver van alle commotie, krabbelt blocnotes vol met gedachten, grappen, oefeningen voor interviews, telefoongesprekken en brieven. Elke ochtend om zeven uur drukt hij een klein radiootje tegen zijn oor voor het laatste nieuws, na weer een slapeloze nacht. In zijn dagboek: ,,Alleen met Corry. Urenlange zwerftochten, herten in de verte. Corry doet de telefoon. Wandeling totaal alleen. Liggen op een stukje mos, anderhalf uur. Denkend: ik geef het op, alles is verloren.''

Hij mag nog een keer op televisie, bij zijn vriend Hans van der Werf in het Journaal. Hij wil het parlement mobiliseren. Van der Werf, achteraf: ,,Ik heb er met Kamerleden over gepraat, met Kamervoorzitter Van Thiel, met Biesheuvel, allemaal mensen die heel welwillend waren, maar zeiden: ja, dat kan niet joh, wat hij wil. Ik kende Barend (Biesheuvel, red.) heel erg goed. Hij had geweldig met Kan te doen, maar hij kon formeel geen actie ondernemen. Het bezoek was al helemaal geregeld. Biesheuvel zat ermee opgescheept.''

De Tweede Kamer reageert niet. Nog één dag voor de keizer komt. 's Middags is Kan op de radio bij NCRV's Hier en Nu. Of hij zichzelf ooit heeft gezworen zo'n actie te ondernemen, wil de interviewer weten. ,,Ik niet'', zegt Kan, ,,De mensen met wie ik gezeten heb, hebben het me gevraagd. En die mensen zijn dood.'' Kan snikt, de opname stokt. Van der Werf: ,,Kan was op het toppunt van zijn roem en dacht: ik kan echt iets betekenen. Maar hij merkte dat zijn succes als cabaretier niet betekende dat hij ook op andere terreinen van de samenleving invloed had. Daardoor raakte hij gefrustreerd.''

Op een nachtelijke persconferentie in het Zwolse Odeontheater, na een voorstelling, roept Kan de bevolking op rustig te demonstreren. De regering vraagt hij of hij de keizer zijn Burma-dagboek mag aanbieden. Zonder resultaat. De volgende ochtend, vrijdag acht oktober, landt de keizerlijke DC-8 op Schiphol.

Het bezoek wordt een fiasco. De keizer wordt met een noodvaart door het land gereden. Nederlanders blijven weg van de route, of trakteren de vorst op claxonconcerten. Sommigen demonstreren. Bij de Euromast komt een bommelding binnen, in Rijswijk gooit iemand met een thermosfles een gat in de buitenste ruit van Hirohito's auto. De paar honderdduizend Indische Nederlanders roeren zich. Hun integratie na de oorlog leek rimpelloos, maar in eigen kring overheerste het gevoel van een kille ontvangst. De komst van de keizer symboliseert het gebrek aan erkenning.

Er gaan bakstenen door de ruiten van de Japanse ambassade, 'Hirohito oorlogsmisdadiger' wordt op muren gekalkt, voor moordenaar wordt Hirohito uitgemaakt en voor Hitler. Eén man probeert hem een klap te geven, Japanse vlaggen worden verbrand en bespuwd, de auto van de keizer zelfs een keer bestormd. De aanwezige Japanse pers is verbijsterd.

Zaterdagmiddag belt Van der Werf de cabaretier: ,,Ze zitten aan tafel.'' Kan klinkt zwaar, schorrig. ,,Ik heb tot het laatste moment gehoopt: de koningin zou toch ziek kunnen zijn.'' Hij gaat tekeer. ,,Wij zijn een dermate kleine groep die gewoon maar in z'n smoel geslagen kan worden. Zesentwintig jaar geleden zag ik mannen en vrouwen onder stokslagen voor de keizer buigen. Dat zie ik nu weer, dat is onvoorstelbaar! En onherstelbaar!''

Zondagochtend, de keizer gaat weg. Kan en Vonk ontmoeten in de persruimte op Schiphol twee Japanse journalisten. Een Japanse tolk heeft het initiatief genomen. De toon van de Japanners is vijandig. Hun vlag is geschonden en Wim Kan is, denken zij, de onzichtbare man achter de schermen. Kan loopt leeg. Daar staat hij helemaal niet achter. Het is alleen gekomen door die schandalige stommiteit van onze regering. Hij is juist pacifist, wereldfederalist. Hij dacht alleen maar: laten we rouwbanden omdoen, de gordijnen sluiten, in Nederland tekenen van verdriet. ,,Niet die rotzooi, waar je nooit een stap verder mee komt. Nooit, nooit, nooit!'' Kan moet pauzeren, huilt, overhandigt tranend achter een zonnebril een kopie van zijn Burma-dagboek aan de -bekoelde- Japanner. Geregisseerd door God, schrijft Kan.

De Nederlandse regering biedt Japan tot tweemaal toe excuses aan voor de incidenten tijdens Hirohito's bezoek. De Japanse pers pent furieuze commentaren neer. De Nederlandse ambassade in Tokio ontvangt boze telefoontjes, dreigementen en zelfs een bommelding. Maar een rampzalig verlopen bezoek? Oud-premier De Jong vindt van niet. ,,Wat je ook doet, er zijn altijd relschoppers''

Bij Kan in de theaterzalen lijkt het de eerste maanden een protestdemonstratie. Als hij zijn 'stukje Hirohito' doet explodeert de zaal bijna van solidariteit. Maar de affaire eist zijn tol. Het dagboek: ,,Lag sinds 4 uur alweer wakker. Slaap al 1 jaar precies slecht. Was net een beetje beter. Nu deze 'zaak'. Gaat weer helemaal niet.'' En: ,,Nu is het woensdag. Ik kan niet meer en ben totaal kapot.''

Op het toneel blijft Kan tot aan zijn dood aandacht besteden aan 'Japan', steeds weer een nieuw couplet aan zijn 'railroadliedje' uit 1970 breiend:

Er leven niet veel mensen meer die het hebben meegemaakt/de vijand heeft er ongeveer éénderde afgemaakt/Die slapen in een jutezak/de Burmahemel is hun dak/De kampen zijn verlaten, leeg de cellen/Er leven niet veel mensen meer die het kunnen navertellen

(...)En toch leeft er nog altijd één/die het navertellen kan/die de geschiedenis kent als geen/de keizer van Japan/Nou hij niet opgehangen is/had op Soestdijk toen aan de dis/tenminste toch eens iemand kunnen vragen hoe dat zat destijds in Burma/aan die railroad/met die doden/en die zieken/en die honger/en die cellen/Wat had'ie dat/terwijl hij at/móói kunnen navertellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden