Toen won Ajax nog van iedereen

Het is morgen exact twintig jaar geleden dat Ajax zich kroonde tot winnaar van de Champions League via een 1-0 zege op AC Milan in Wenen. Journalist Edwin Struis was dat seizoen bij elk Europees duel van de partij. Een persoonlijke terugblik.

Athene, 28 september 1994

"Wat komen de heren hier doen?" Bulderend stemgeluid vult de lobby van hotel Aphrodite in de chique Atheense wijk Vouliagmeni, maar we hebben geen idee waar het vandaan komt.

We hebben op deze woensdagochtend een strategische plek ingenomen met zicht op de buitendeur en de lift, maar de eigenaar van de stem is in geen velden of wegen te zien. Wel te horen. Dat stemgeluid kennen we als geen ander. Meteen maakt een ongemakkelijk gevoel zich van me meester. Zo moeten die moeilijk opvoedbare kinderen zich ook hebben gevoeld in zijn vorige leven als leraar. Bij het minste of geringste die stemverheffing, vreselijk.

De bulderstem komt van boven, het is een luchtaanval. De receptioniste van het hotel, toch wel iets gewend waar het om ongefundeerde woede-uitbarstingen gaat, we zijn in Griekenland nietwaar, verschiet bijna van kleur. Briesend komt Louis van Gaal de trap afgedaald, hij is duidelijk op oorlogspad. "Wie denken jullie wel dat je bent? Barend en Van Dorp? Iedereen in Nederland weet dat het spelershotel verboden gebied is voor de media." Demonstratief gaat hij vlak voor ons staan, de armen over elkaar.

Ik kijk Trouw-collega Eric Hornstra eens aan en schraap de keel. Het is de dag van AEK Athene-Ajax, de tweede wedstrijd in een reeks van elf die Ajax ten slotte de winst in de Champions League op gaat leveren, maar dat weten we op dat moment nog niet.

Wat we wel weten is dat er achter de inzetbaarheid van gangmaker Frank Rijkaard een vraagteken staat vanwege een onwillige tussenribspier. Omdat ik als GPD-journalist ook een paar middagbladen bedien, leek het me - in ieder geval vooraf - een goed idee om even te informeren naar de fysieke gesteldheid van Rijkaard, die op een veldje nabij het hotel een laatste test heeft ondergaan.

Wat een rare kwibus, denk ik niet voor het eerst, maar indachtig de opvoeding die ik heb genoten, blijf ik beleefd en leg ik rustig uit dat ik ook maar m'n werk doe. Dat ik alleen maar wil weten of Rijkaard vanavond meedoet, dat een hotel een openbaar gebouw is en dat hij anders bewaking bij de deuren moet zetten.

"O, vind jij dat", luidt zijn commentaar, nog steeds op orkaankracht, gevolgd door een welbekend 'Ongelofelijk'. Tegelijk keren we elkaar de rug toe, hij gaat hoofdschuddend de trap op, wij de deur uit. Nooit zal ik nog één voet in een spelershotel zetten waar volgelingen van Louis gehuisvest zijn. 's Avonds wint Ajax, zonder Frank Rijkaard, met 2-1 van AEK Athene.

undefined

Rottach-Egern, 4 april 1995

Er is een beurs in München, de hotels zitten vol. De Nederlandse pers neemt zestig kilometer buiten de Beierse hoofdstad haar intrek: in Rottach-Egern aan de Tegernsee, een verre inworp verwijderd van de Oostenrijkse grens.

Een dag voor de halve finale tussen Bayern en Ajax rijden we op en neer naar München, zetten bij terugkomst wat letters achter elkaar, spoelen een reuzenschnitzel weg met nog grotere glazen pils en gaan daarna op zoek naar verder vertier.

Dat valt een beetje tegen. Het gehucht telt slechts één uitspanning die je met wat fantasie als een discotheek zou kunnen bestempelen. Op deze dinsdagavond is die vrijwel leeg.

NRC-collega Guus van Holland ontdekt al snel nog een andere, aanpalende ruimte waar een man zit geflankeerd door twee vrouwen. Om de beurt nemen een kijkje bij het trio. Tot het moment dat de man zich boos opricht en op ons afstormt. De eerste die hij in het vizier krijgt, is de nietsvermoedende Rob Pietersen, bezig aan zijn eerste Europacuptrip voor het ANP, die een vuistslag op de neus krijgt te verwerken.

Dat is het sein voor de rest om zich op de onverlaat te werpen. Er vallen rake klappen, een zwaar verzilverde asbak knalt vlak naast zijn hoofd kapot. De man geeft zich niet snel gewonnen, pas als de eigenaar dreigt met een stroomstok, bindt hij in. "Maar ik kom terug met mijn vrienden", klinkt het vrij dreigend. Dat moment wachten we maar niet meer af, ook al omdat het hier om een 'criminele Albaniër' gaat, volgens de eigenaar.

De volgende dag gaan we per bus naar het Olympiastadion van Bayern. Op straat zien we de Albaniër lopen. Joelend, wijzend en op het raam slaand nemen we afscheid van hem en het lieflijke Rottach-Egern. 's Avonds houdt Ajax keurig stand (0-0) tegen Bayern waarna het twee weken later het karwei gedecideerd afmaakt in het eigen Olympisch Stadion (5-2). We mogen naar Wenen.

undefined

Wenen, 24 mei 1995

Uren staan we nu al te posten bij het Intercontinental hotel van Wenen. Ajax heeft AC Milan voor de derde keer verslagen dit seizoen en deze keer is het echt prijs. Ergens binnenin staat de belangrijkste Europese Cup te glimmen. Dat wordt stevig gevierd, alleen zonder perspottenkijkers. Ongetwijfeld een verordening van karatekid Louis himself.

Heel af en toe vangen we een glimp op van de festiviteiten, maar pas als matchwinnaar Patrick Kluivert even naar buiten komt, kunnen we ernaar vragen. Het is de dag voor Hemelvaartsdag, er komt morgen geen krant uit, dus we hebben nog even de tijd. Ik wil wat meer weten over een man die in een oogverblindend gifgroen pak zich bemoeide met de warming-up van het elftal, maar Kluivert is dat mysterieuze personage allang vergeten. Oorzaak: drank in combinatie met de euforie over de beslissende goal.

Zijn moeder had het voorspeld en het kwam nog uit ook. "Ik draag de cup op aan m'n moeder. Ik hou van Ajax, hier ligt m'n hart, ik blijf hier minimaal nog twee jaar spelen. Dat beloof ik jullie." Dat zijn teksten die we graag willen horen.

Pas diep in de nacht gaan de hoteldeuren ook voor ons open en treffen we enkel nog assistent-trainer Bobby Haarms aan in de bar. De whisky glinstert in zijn glas. "Hé snuit, wat wil je drinken? Ze hebben hier alles."

Dat treft. Als de zon opkomt, stiefel ik terug naar m'n hotel. Of het door de drank komt, weet ik niet, maar zelfs ik voel me een beetje Europacupwinnaar.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden