Toen viel Djokovic stil

Roger Federer en Novak Djokovic zijn beiden toptennisser. Toch is er een groot verschil, merkte Nicole Lucas toen ze Djokovic naar zijn nationaliteit vroeg.

Nicole Lucas

is historica, Balkanspecialiste en chef van de nieuwdienst van Trouw. Ze twittert via @TrouwNLucas.

Hij heeft zich met een onwaarschijnlijke forehand uit verloren positie de finale ingeslagen, waarna hij zijn vierde Grand Slamtitel in de wacht heeft gesleept. Hij heeft met een brede lach, getooid met een cap van de New Yorkse brandweer, de trofee in ontvangst genomen. Hij heeft tientallen journalisten te woord gestaan en hij heeft feest gevierd. Maar als Novak Djokovic enkele dagen na zijn overwinning in de US Open in Belgrado aankomt, is hij vooral erg moe.

Dat hij bij de Daviscup tegen Argentinië als toeschouwer zal fungeren, lijkt een uitgemaakte zaak. Totdat Servië na de eerste dag op een schier hopeloze achterstand komt te staan. De euforische stemming onder zijn fans verandert op slag. Op internet ontspint zich een felle discussie.

In Servische hoek is de verontwaardiging enorm: "Waar blijf je nu? Toon je een patriot! Zijn wij het soms niet waard om voor te spelen?"

Zijn 'internationale' fans reageren furieus. "Hij heeft voor jullie vorig jaar al de Daviscup gewonnen. Hij is niet alleen van Servië, hij is ook van ons. En wij willen dat hij zich spaart. Er zijn belangrijker wedstrijden te winnen."

Uiteindelijk trekt iedereen aan het kortste eind; Djokovic speelt toch, raakt geblesseerd en verliest - en daarmee ligt Servië eruit. De rest van het seizoen lijkt hij weinig op de tennisser die eerder dat jaar zo'n furore maakte, al eindigt hij in 2011 wel als nummer 1 op de wereldranglijst.

Dit verhaal gaat over tennis. Maar het gaat niet over wie het beste volleert of de dodelijkste backhand slaat.

Ik ben geen sportverslaggever, geen tennisexpert. Maar na jarenlang verslag te hebben gedaan over de Balkan ben ik mij zeer bewust geworden van de rol van nationaliteit. Van de veiligheid, het gemak van het simpele feit dat je als inwoner van het ene land geboren bent. Of van de last die dat met zich mee kan brengen, ja, de gevangenis die het kan zijn. In de dagelijkse praktijk en door de verhalen die over je de ronde doen.

Dit verhaal gaat over Novak Djokovic en Roger Federer. Wie de beste is, die discussie ga ik niet aan. Sporthelden zijn het in mijn ogen allebei. Een held, schrijft de Amerikaanse hoogleraar journalistiek Jack Lule in zijn boek 'Daily news, Eternal Stories. The mythological role of journalism', is van onopvallende afkomst, zoals de meesten van ons dat zijn. Maar anders dan de doorsneemens heeft hij een enorme drang een zeker doel te bereiken. De weg daarheen is vol obstakels en tegenslagen, die hij allemaal overwint. Hij laat zien dat hard werken, goedheid en opoffering zin hebben. Hij maakt de samenleving beter.

Verhalen met Federer (hij is bijna 31) in de hoofdrol zijn er al langer, het afgelopen jaar kwam dat van Djokovic (25) erbij. Maar de structuur van de verhalen is heel anders, niet in de laatste plaats door de betekenis die er aan hun nationaliteit - en de geschiedenis van het land waar ze vandaan komen - wordt toegekend.

De geschiedenis van Roger Federer is het verhaal van hemzelf, van een jongen uit Bazel die gefascineerd is door een bal en een enorm talent voor tennis heeft. Van een jongen die heimwee heeft op het tennisinternaat, maar zich vermant. Van een jongen die zich aanvankelijk nogal eens misdraagt als hij verliest (en 's avonds moet huilen, zo bekende hij onlangs), maar ook daarin zichzelf tot de orde roept.

Het is het verhaal van iemand met een enorme discipline en een groot doorzettingsvermogen.

Het is ook een beetje een eenzame geschiedenis. Er figureren niet zoveel andere mensen prominent in zijn opmars naar de top. Niet zijn ouders, niet een sportleraar die hem onder zijn hoede nam, niet zijn vrouw, niet zijn kinderen. (Anders dan bij Kim Clijsters, die naar verluidt niet zo'n geweldige comeback had kunnen maken zonder haar dochter, die haar een andere kijk op het leven gaf. Maar misschien is dat gewoon seksisme.)

Federer, zo krijg je de indruk, doet en kan het zelf. Hij haalt alle motivatie uit zichzelf, hij heeft geen druk of aanmoediging van buiten nodig.

Verhalen over hem gaan nauwelijks over zijn achtergrond. Ze gaan over zijn uitzonderlijke successen, waarin de records aaneen worden geregen, zelfs als je denkt dat er niets meer te overtreffen valt. En ze gaan over het karakter dat hem wordt toegeschreven.

Uitzonderlijk getalenteerd is hij, maar desondanks ridderlijk, beheerst, bescheiden en welgemanierd. Zelfs als hij dit niet is, is hij het toch. 'Roger Federer valt uit zijn rol', kopte het AD na de kwartfinale op Roland Garros waarin Federer de eerste sets verkwanselde. Hij speelde slecht, werd emotioneel, misdroeg zich zelfs tegenover het publiek. Gelukkig hervond de Zwitser zichzelf net op tijd. In de woorden van een Volkskrant-verslaggever: "Hij was weer één met zijn reputatie. Hij viel weer samen met zichzelf."

Een Zwitser is hij. Maar doet het ertoe? Ja, als hij een 'koele Zwitser' wordt genoemd misschien. Maar er zullen niet veel mensen zijn die hem niet mogen vanwege het simpele feit dat hij uit Zwitserland komt.

Wie kan er bezwaren hebben tegen een land dat vooral associaties oproept met discipline, beheersing, efficiency, elegantie, neutraliteit, in één woord: beschaving? Bovendien, is dat niet Federer ten voeten uit?

De GOAT - oftewel Greatest of all Times -is een icoon. Typerend is een foto na zijn overwinning bij het traditionele toernooi waarmee het seizoen wordt afgesloten, eind vorig jaar in Londen. Hij staat afgebeeld met een haast dromerige glimlach, trofee in de hand, terwijl er allerlei lichtgevende papiertjes naar beneden dwarrelen. Door de wazige opname krijgt het beeld iets surrealistisch.

Federer lijkt, met andere woorden, bijna niet van deze wereld. Hij is in feite losgezongen van zijn nationaliteit.

Dat is wel het laatste wat je van Novak ¿okovi¿ kunt zeggen. Een verhaal over Djokovic is een verhaal over zijn achtergrond, getekend door dat geboorteland met zijn slechte reputatie. Dat land dat het zo bont maakte dat het in 1999 drie maanden lang door de Navo onder vuur werd genomen - Novak Djokovic was toen twaalf.

Ze nemen een prominente plaats in, die bombardementen. Ieder portret vertelt hoe de familie Djokovic tussen de bommen door bleef tennissen, om te overleven, om niet gek te worden. De nadruk is vaak zo sterk dat je je soms afvraagt: zou hij zonder die bombardementen wel zo ver zijn gekomen?

Treffend was een cartoon in de Servische krant Blic eerder dit jaar, kort nadat Djokovic in programma '60 Minutes' van de Amerikaanse tv-zender CBS was verschenen. Daarin is te zien hoe de tennisser de kelder bezoekt van zijn opa's flat in Belgrado waar zijn familie tijdens de Navo-aanvallen onderdak zocht.

De interviewer hoeft amper iets te vragen.

Die bombardementen, zegt Djokovic, "hebben ons sterker gemaakt".

In de cartoon reageren Bill en Hilary Clinton, gezeten voor de televisie, op die opmerking met een chagrijnig: "En hij heeft ons er niet eens voor bedankt."

Het doorzettingsvermogen van Djokovic, tegen de keer in, en de prestaties die hij inmiddels heeft geleverd, maken van de Serviër een held. Maar de redenen waarom dat doorzettingsvermogen nodig was, voorzien zijn heldendom ook van een venijnig randje.

Natuurlijk was Djokovic te jong om echt te weten wat er aan de hand was of zelfs betrokken te zijn geweest bij de oorlog, zo vertelde een bekend Amerikaans tennisverslaggever mij eens, maar het is een feit dat veel Servische politici terecht beschuldigd zijn van oorlogsmisdaden tijdens de Bosnische oorlog.

Djokovic mag dan, zo stelde hij, net als bijvoorbeeld leeftijdgenoot Ana Ivanovic, slachtoffer zijn geweest van de Navo-bombardementen, het was toch grotendeels Servië zelf dat die over zichzelf had afgeroepen door de weigering de etnische zuivering in Kosovo te stoppen.

Het maakt de toon waarop er over deze Servische vechtjas wordt geschreven nogal eens ambivalent. Op z'n minst, is de suggestie, komt hij uit een onbeschaafd deel van de wereld, met ouders en supporters die niet weten hoe het hoort door op het verkeerde moment te juichen en van de nette tennisbaan een voetbalstadion te maken.

En anders suggereren de foto's dat wel, waarop hij staat afgebeeld met gebalde vuisten, zijn gezicht verwrongen in een schreeuw, lelijk en agressief.

Allesbehalve subtiel was de Volkskrant-journalist die deze maand Djokovic nog met 'zijn benige schedel, zijn haakneus en zijn zwarte haardos' het uiterlijk (en gedrag) toedichtte van een aasgier. En vervolgens met een psychiater op de proppen kwam die beweerde dat Djokovic zijn hart aan tennis heeft verpand omdat hij anderen wil domineren.

Djokovic is zich heel bewust van deze ambivalentie. Vorig voorjaar werd de sportman ('The most dominant athlete on the planet') tijdens de Serbia Open, het internationale tennistoernooi van Belgrado, gevolgd door Scott Price, een journalist van het Amerikaanse Sports Illustrated.

"In een week waarin een parade aan Felliniachtige figuren langskomt die zelfs de meest doorgewinterde New Yorkse uitsmijter van zijn stuk zou brengen, zonder dat Djokovic verblikt of verbloost", schrijft Price, is er slechts één moment waarop de tennisser 'zichtbaar verstijft'.

Dat gebeurt in een grote tent, op een maandag in april tijdens een persconferentie, kort nadat Djokovic uit handen van de minister van buitenlandse zaken een diplomatiek paspoort heeft gekregen.

Daarop zegt een Nederlandse journalist: "Het is een stuk makkelijker om, bijvoorbeeld, Zwitserland te vertegenwoordigen dan Servië. Hoe zie je dat?"

Die Nederlandse journaliste was ik. Er was maar ruimte voor één vraag en van alle vragen die ik had bedacht was dit degene die ik moest stellen.

Het was een onvermijdelijke vraag, een logische ook. Maar tegelijk een heel ongemakkelijke, gezien de aannames die eraan ten grondslag liggen. Eentje waarop geen onschuldig antwoord mogelijk was. Het was een vraag immers waarop het antwoord al gauw een oordeel uitlokt niet over Djokovic-als-tennisser, maar over Djokovic als 'goed' of 'fout'. Het is het soort vraag waar Federer niet bang voor hoeft te zijn.

Djokovic was van zijn stuk, signaleerde mijn collega van Sports Illustrated, hij aarzelde, probeerde wat tijd te winnen door te zeggen: "Kun je de vraag herhalen?" De tennisser frutselde aan de microfoon, en zei ten slotte: "Dat is geen makkelijke vraag. En er valt geen eenvoudig antwoord op te geven."

In een interview later dat jaar laat hij meer los over de verantwoordelijkheid die zijn nationaliteit met zich meebrengt. Dan spreekt hij zich uit tegenover een verslaggever van Der Spiegel die hem volgt tijdens dat fatale Daviscup-weekeind.

Hij zegt, als het weer eens over het voorjaar van 1999 gaat: "De oorlog maakte van mij een beter mens omdat ik leerde dingen te waarderen en niets als vanzelfsprekend te beschouwen." En: "Het maakte me ook een betere tennisser omdat ik mezelf heilig voornam dat ik de wereld wilde laten zien dat er ook goede Serviërs zijn."

Wat een last. Want wat is dat: een goede Serviër? Daarover bestaat noch in het land zelf noch daarbuiten overeenstemming. Definities en verwachtingen zijn meer dan eens met elkaar in conflict. Zie de felle discussie over zijn al dan niet deelname aan de Daviscup, waarmee dit verhaal begon.

Lastiger is dat nog in de politieke discussies die Servië, niet alleen vanwege de oorlogsgeschiedenis, nog altijd oproept. Waarbij meer dan eens ook een standpunt van Djokovic wordt verwacht. Denk aan de arrestatie van Ratko Mladic of de kwestie-Kosovo.

Veel Serviërs laven zich aan de prestaties van hun landgenoot. Na jarenlang alleen geassocieerd te zijn met mensen die voor het Haagse Joegoslavië-tribunaal hebben moeten verschijnen, is de tennisser de eerste in jaren die Seviërs eens in een positief daglicht plaatst, een compliment oplevert.

Ook politici pikken daar graag een graantje van mee. Niet voor niets zat Boris Tadic - toen nog president - op de tribune van Wimbledon, toen Djokovic bijna een jaar geleden zijn kinderdroom waarmaakte en won.

Omdat Tadic als hervormingsgezind en pro-westers bekendstaat, werden aan zijn komst weinig woorden vuil gemaakt. Maar wat als een van de komende dagen Tomislav Nikolic zich bij een wedstrijd van Djokovic vertoont, de nieuwe president die er op papier wel mee doorkan, maar vanwege zijn eerdere banden met zowel Slobodan Milosevic als de in Den Haag vastzittende Vojislav Seselj argwaan oproept?

Het Zwitserse imago van neutraliteit geeft weinig aanleiding Federer in een politieke context te plaatsen. De recente geschiedenis van Servië laat Djokovic die vrijheid niet. Op soms heel onverwachte manieren.

Zo grijpen luidruchtige Amerikaanse fans hun steun nogal eens aan om hun afkeer van president Obama en zijn Democratische voorgangers te uiten. De Navo-bombardementen (daar zijn ze weer) die het hun idool zo moeilijk hebben gemaakt, bieden daarbij een dankbaar excuus.

Nee, Roger Federer werd geen fenomenaal tennisser, omdat hij het als Zwitser maar makkelijk had. En dat Djokovic qua spel wel, maar wat populariteit betreft Federer niet kan bijbenen, is geen anti-Servische samenzwering. (Inderdaad, hij liet zich gaan in de finale van Roland Garros en sloeg een racket kapot.) Maar ook in een internationale sport als tennis is nationaliteit geen te verwaarlozen gegeven. De mensen die weten dat er veel geld te verdienen valt aan topsporters beseffen dat als geen ander. Wat sponsorinkomsten betreft heeft Djokovic, ondanks zijn nummer-1-positie, nog steeds een straatlengte achterstand op de nummer 3 (en trouwens ook op de nummer 2, de Spanjaard Rafael Nadal).

Dat komt, zo valt regelmatig te horen, omdat Djokovic zelf vaak - te vaak - benadrukt dat hij uit Servië komt.

Wellicht is het daarom dat hij sinds kort in een ander tenue op het veld verschijnt. Broek en shirt van de laatste toernooien waarop de kleuren van de Servische vlag prominent aanwezig waren, zijn vervangen door een neutralere outfit.

'Uniqlo' heet zijn nieuwe kledingsponsor, afkomstig uit Japan. Via twitter maakte @DjokerNole (bijna een miljoen volgers) de overstap bekend: "Het is officieel mensen - vanaf vandaag ben ik een Samurai : -)."

Want ja, een vechtjas blijft hij natuurlijk wel.

Novak Djokovic in Cannes, tijdens een mode-benefietgala voor Japanse tsunamislachtoffers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden