Toen trok de paus zijn schoenen uit

Paus Benedictus XVI veroorzaakte in september wereldwijd woede onder moslims na een rede in Regensburg waarin hij de islam gewelddadig had genoemd. Bij zijn bezoek eind november aan Istanbul bad hij als een moslim in de moskee. Lodewijk Dros denkt dat de paus ergens tussen Regensburg en Istanbul iets te binnen moet zijn geschoten.

Even was de Beierse theoloog terug onder vakgenoten, in de universiteit van Regensburg. Herr Professor Doktor was inmiddels Zijne Heiligheid geworden, maar achter het spreekgestoelte was hij op 12 september 2006 weer even zijn oude zelf: niet echt een sprankelend spreker, wel haarscherp. Zijn lezing lardeerde hij rijkelijk met citaten uit de theologiegeschiedenis die hijzelf goed kent.

In de lijn van zijn betoog – dat vrijwel niemand heeft gelezen, met al die voetnoten – kwam die keizer uit 1400 voorbij, Manuel II Paleologus. Ratzinger ontrukte hem aan de vergetelheid. Doel: illustreren dat in godsdienst geen dwang kan bestaan. De Byzantijnse keizer had van Mohammed alleen maar ’slechtheid en onmenselijkheid’ ondervonden, en geloof dat met het zwaard was verspreid. Die woorden noemde Joseph Ratzinger ’verbazingwekkend grof’, maar ze pasten in de lijn van zijn betoog, vandaar.

Toch was het beeld gecreëerd: de paus had de woorden van die keizer wel in de mond genomen. Toen sloeg de vertroebeling toe. Duizenden moslims bewezen dat die keizer geen onzin had uitgekraamd over het verband tussen islam en geweld. In Somalië vermoordden ze een non, kerken in Irak werden het doelwit (al waren het geen rooms-katholieke kerkgebouwen, en wat dan nog), op de BBC eiste een Britse moslimvoorman op hoge toon excuses van de paus.

Benedictus was al weer hoog en breed in Rome, hij, de erudiete, de verlegen en precieze man die al anderhalf jaar een wereldkerk leidde.

Bij zijn vorige bezoek aan Duitsland was het allemaal glad verlopen. Papa Ratzi was populair, het land gloeide nog na van trots over zijn verkiezing (’Wir sind Papst!’), de jongeren juichten hun idool toe op de Wereldjongerendagen, hij bezocht een Keulse synagoge. Zo bewees hij toch wel wat te lijken op die reuzengestalte in wiens schaduw hij jaren had geopereerd: Johannes Paulus II, bij wiens dood de massa scandeerde subito santo – heilig, en wel meteen. Die in het jaar 2000 dat grootse gebaar maakte bij de Klaagmuur in Jeruzalem, de grote knieval voor wat het Joodse volk was aangedaan. Benedictus trad in het voetspoor van JP II, in die Keulse sjoel. Maar, anders dan de Poolse paus, bad de Duitse er niet.

Wat was er in Regensburg fout gegaan? Ratzinger had geen idee. Excuses maken deed hij niet. Hij maakte zich wel klaar voor zijn eerste reis naar een overwegend islamitisch land waar de christelijke minderheid door de troebelen der tijd flink was uitgedund en steun nodig had.

Het juiste moment was daar. Turkije zat net in cruciale besprekingen met de Europese Unie: doorpraten of niet. Daarom kwam premier Ayyip Erdogan terug op zijn aanvankelijke schoffering van de grootste religieuze leider van het Westen. Hij wilde de paus tóch de hand schudden.

Veel hartelijkheid viel de Heilige Vader in Turkije niet ten deel. Ze riepen, zoals moslimdemonstranten altijd doen, bij tienduizenden ’Allah is groot’. Er hingen spandoeken met ’Nee tegen een verbond met de kruisvaarders’.

Een dag vóór het pausbezoek escaleerden de gesprekken tussen de EU en Turkije dat bleef weigeren om EU-lid Cyprus te erkennen.

Turkije’s president Sezer maakte nog eens fijntjes duidelijk dat hij weinig voelde voor teruggave van zelfs een fractie van de door de staat geconfisqueerde kerkelijke goederen. Istanbul is zomaar weer het oude, christelijke Constantinopel, en waar zijn we dan als moslims helemaal mee bezig.

De gevoeligheden lagen hoog opgetast: als de paus maar niet ging bidden in wat ooit de Aya Sofia was, de belangrijkste kerk van het oosters christendom en sinds 453 de Aya Sofiamoskee (en nu museum). Als hij maar geen uitspraken deed die de orthodoxe kerk in islamitische kringen in het nauw kon brengen. Met die tak van het christendom, in 1054 gescheurd van de westerse rk kerk, voelt de paus zich zo sterk verbonden dat hij het liefst de scheur zou lijmen. Dat was voor hem het belangrijkste thema tijdens zijn reis naar de ’natuurlijke brug tussen de continenten’.

Toen trok de paus zijn schoenen uit: een moskee betreedt men ongeschoeid. Hij droeg geen sokken maar sloffen. Zo liep hij de Blauwe Moskee binnen, het was een inderhaast ingelast bezoek aan hét heiligdom voor moslims in Istanbul. Naast hem stond de grootmoefti, Mustafa Cagrici. En daar bad de paus wél, het hoofd gewend naar Mekka. Hij sloot zijn ogen, zijn lippen zeiden een geluidloos gebed. De persfotografen deden hun werk.

Voorop de Hürriyet, de grootste Turkse krant, stond daags erna de paus, in de moskee. „Hij heeft er als een moslim staan bidden.” Daaronder een close up van die sloffen, crème-wit.

De grootmoefti vond het gebaar van meer waarde dan een ’verontschuldiging voor de Regensburger rede had kunnen zijn’.

Als kardinaal was Joseph Ratzinger nog de scepticus die Turkije niet bij Europa vond passen. Was hij in zijn nieuwe waardigheid van standpunt gewisseld? Was de paus een windvaan?

Ergens tussen Regensburg en Istanbul moet hem iets te binnen zijn geschoten. Niet dat hij zijn pleidooi tegen relativisme ergens boven de Egeïsche Zee het vliegtuig uit moest gooien. Niet dat de

islam en het christendom in wezen inwisselbaar zijn. Niet dat christenen in Turkije feitelijk weinig vrijheid genieten en in Arabische landen al helemaal niet.

Wel realiseerde hij zich dat hij een kardinaal van de studeerkamer was geweest, een theoloog die in de Congregatie van de geloofsleer zijn scherpte kwijt kon en zijn Duitse hang naar voetnoten. Dat hij daar de hoeder van de grenzen was geweest.

Hier, op weg naar islamitische bodem, wist hij het: als je al paus moet zijn, dan een hoeder van een wereldkerk, en dan geen woord-, maar een beeldpaus. Zoals Sixtus V in de zestiende eeuw door zijn architectuuropdrachten Rome van gedaante deed veranderen. Zoals Johannes XXIII met het bijeenroepen van het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren zestig het aanzien van de rk kerk transformeerde. Zoals Johannes Paulus II, de reispaus en tv-personality, in de late twintigste eeuw de politieke wereld met een Wende omkeerde.

Joseph Ratzinger, 79 inmiddels, werd een beeldpaus. Eentje die – voor Nederlanders is het potsierlijk – naar de Turkse vlag zwaait. De camera’s doen hun werk. De Turken smelten.

De beeldpaus creëert een nieuw imago, om zo zijn ongewijzigde ideeën uit te kunnen dragen, niet meer gehinderd door woedende volksmassa’s.

Het moet voor de kerkvorst een opluchting zijn geweest dat dat gelukt is. In het vliegtuig terug naar Rome vroeg een journalist hem: „Bent u nu happy?”

Antwoord: „Happy-issimo!”

Voor de orthodoxe kerk, waar Ratzinger het zo graag goed mee wil maken, hebben de sloffen van de paus waarschijnlijk meer vooruitgang betekend dan alle knappe boeken van de Duitser bij elkaar.

Tijdens zijn visite zegende de paus samen met patriarch Bartholomeus I de gelovigen. Met een triomfantelijk gebaar hief de patriarch de arm van de paus omhoog. Dat ontleende de geestelijk leider van de orthodoxen niet aan de kerkelijke choreografie; het was een geste van de buitencategorie, die nog het meest leek op de manier waarop je de winnaar van een bokswedstrijd bekendmaakt. Op 30 november, de heiligste dag van de orthodoxe liturgische kalender.

Voor de verhouding met de islam kan Ratzinger, de scherpe analyticus, veel meer betekenen dan romanticus JPII ooit gedaan heeft, al kuste die de Koran.

Ergens tussen Regensburg en Istanbul daagde er een nieuw besef. Kardinaal Ratzinger is paus Benedictus geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden