Toen sigaretten nog onschuldig waren

Jonathan Coe roept de jaren vijftig in herinnering

Het begint allemaal zo veelbelovend voor Thomas Foley. In 1958 wordt hij door de Britse geheime dienst naar de Brusselse Wereldtentoonstelling gestuurd om zes maanden lang een oogje in het zeil houden in de pub die naast het nationale paviljoen is verrezen. Een luizenbaantje, ware het niet dat hij er zijn gezin voor in de steek dient te laten en in het motel van de expo een kamer moet delen met ene Tony. Deze wetenschapper had de zogenaamde ZETA-machine in elkaar gezet, een toestel dat kernfusie kon uitvoeren - en daar kwamen spionnen natuurlijk op af als vliegen op een pot stroop.

Lastiger wordt het Belgische uitje als hij opdracht krijgt de dochter van deze Amerikaanse nucleair expert uit de handen van een Sovjetspion te redden door haar te verleiden. Moet hij zijn verse liefde voor de Vlaamse Anneke zomaar overboord zetten? En belangrijker nog: moet hij ontrouw worden aan zijn vrouw en babydochtertje die in de Londense buitenwijk Looting op hem zitten te wachten? Vertwijfeld vraagt Thomas Foley zich af wat James Bond in zo'n situatie zou doen.

De Engelsman Jonathan Coe (1961) maakte twintig jaar geleden een overdonderende entree in de wereldliteratuur met een bijtend kritische roman over Margaret Thatchers neoliberale regime, 'What a Carve Up!' Ook in latere boeken als 'The Rotters' Club' en 'The Closed Circle' bewees hij meer te willen zijn dan zomaar een verteller van mooie verhalen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat zijn nieuwe roman de grenzen van het grappige spionageverhaal ver overschrijdt. 'Expo 58' is onder meer een zoektocht naar wat het betekent Brit te zijn. Zo vraagt expositiesamensteller Sir John zich op zeker moment af waarom een optreden van de Grenadier Guards, een veredelde militaire fanfare, op een festival van hedendaagse muziek zou misstaan. Mag je het verleden en je nationale tradities nog koesteren of moet je vooruitkijken naar een wereld zonder grenzen of afgebakende nationale identiteiten?

Alleen al omwille van de achtergrondtekening is 'Expo 58' de moeite waard. Coe was altijd al een kei in het kenschetsen van een tijdperk. Ook in dit geval blijkt hij goed geïnformeerd en laat hij mooi zien hoezeer de wereld in een halve eeuw veranderd is.

Eind jaren vijftig vierde het vooruitgangsoptimisme hoogtij en het belangrijkste gebouw van de tentoonstelling, het Atomium, een tot een hoogte van 102 meter opgeblazen elementair ijzerkristal, stond daar symbool voor.

Het atoomtijdperk had zijn intrede gedaan en kernenergie zou voortaan niet alleen goedkope elektriciteit waarborgen, maar ook de wereldvrede. Hoe vreemd deze gedachte vandaag de dag klinkt, mag blijken uit het feit dat CNN begin dit jaar het nog steeds fier overeind staande Atomium uitriep tot bizarste gebouw van Europa.

Maar ook in 1958 kende het atoomtijdperk al zijn tegenstanders. Coe laat Thomas bijvoorbeeld door een krant bladeren waarin Bertrand Russell oproept tot nucleaire ontwapening. Ook andere fenomenen uit het tijdperk dat nogal eens nostalgische gevoelens oproept worden door de mangel gehaald. In het beruchte 'Congolese dorp', een exotische fantasie bestaande uit een aantal strooien hutten, zitten de speciaal naar Brussel gehaalde inboorlingen te verkleumen tijdens een typisch Belgische zomer. Overal worden sigaretten uitgedeeld en op de bewering dat er misschien wel een verband is tussen roken en longkanker wordt vol ongeloof gereageerd.

Ook al leven de personages uit 'Expo 58' in het putje van de nucleaire winter en blijkt Ian Flemings James Bond bij vriend en vijand een bekende held, toch beseft Thomas dat de realiteit andere prioriteiten stelt dan de spionageroman. Op de vraag wat James Bond in zijn situatie gedaan zou hebben, weet hij dan ook meteen zelf het antwoord: hij zou überhaupt nooit in die situatie beland zijn, want in spionageromans hebben de helden geen vrouw en kind. Een subtiele kritiek op een masculiene cultuur die eind jaren vijftig nog weinig weerstand ondervond.

Jonathan Coe: Expo 58 (Expo 58) Vert. Luud Dorresteyn en Otto Biersma. De Bezige Bij, Amsterdam; 319 blz. euro 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden