Toen Leen in analyse ging, verdween zijn drijfveer

(Trouw)

Henk van Gelder schreef met compassie een biografie van acteur én zenuwpees Leen Jongewaard. Wat meer achtergrond had wel gemogen.

’Kind, ga nooit naar een psychiater, want het kost je je vreten’, waarschuwde Adèle Bloemendaal ooit. „Freud heeft ooit gezegd dat je een kunstenaar nooit in analyse moet nemen, omdat je hem berooft van zijn drijfveren”, zei Leen Jongewaard in een interview met het weekblad Vrij Nederland. „En dat is precies wat er met mij is gebeurd.”

Jarenlang had de Amsterdamse acteur bij een psychiater gelopen, totdat daar de oorzaken van zijn hunkering naar liefde, aandacht en waardering waren blootgelegd. Daarmee verdween ook zijn bijna dwangmatige drive. Er kwam rust over Jongewaard: hij hoefde niet meer zo nodig het podium op.

Veel was terug te voeren op zijn jeugd, blijkt in het begin van de door Henk van Gelder geschreven biografie ’Leen alleen’. De in het hart van de Jordaan geboren Leendert Jongewaard (1927-1996), een nakomertje, verloor vroeg zijn moeder en bleef alleen met zijn vader achter. Zijn broers en zus waren al het huis uit. Op Leens 21ste overleed ook de vader.

Toneel was de grote liefde van de jonge Jongewaard. Maar voor een volksjongen als hij leek dat een onbereikbare wereld. Een mooie hobby naast baantjes als ’aansmeerder’ in een boekbinderij en als kelner, meer zou er waarschijnlijk niet in zitten.

Uiteindelijk kwam hij toch in het vizier van de professionals en kon hij in 1953 plots kiezen tussen contracten bij Toon Hermans en bij toneelgroep Puck. Het werd het laatste, omdat die waarschijnlijk net wat meer vastigheid boden.

De doorbraak bij het grote publiek kwam in 1966 met de tv-serie ’Ja zuster, nee zuster’. ’’t Schaep met de vijf poten’ zou een paar jaar later al net zo’n klapper blijken. Ze maakten een ster van hem en legden hem ook financieel geen windeieren. De schaduwzijde was dat hij wat moeilijk los kwam van met name de opa-rol uit ’Ja zuster, nee zuster’. Zelfs in verre vakantieoorden loerde het risico van een ontmoeting met Nederlandse toeristen die zomaar ’M’n opa’ of ’In een rijtuigie’ konden aanheffen. Jongewaard vond dat verschrikkelijk.

Ze castten hem ook net wat te vaak als volks type. De acteur bestreed dat hij als Jordanees dat soort rollen zomaar uit zijn mouw hoefde te schudden. Dat was ook een miskenning van zijn manier van werken. Hij werkte zijn rollen uit tot in het detail, leefde zich volledig in. Regisseur Theo van Gogh had om die reden een zwak voor Jongewaard. IJdele acteurs probeerden slechteriken nog altijd wat sympathieks mee te geven. Als Leen Jongewaard een voze man moest spelen, liet hij de voosheid zonder voorbehoud zien.

Opmerkelijk is de diversiteit van de klussen die hij aanpakte. Jongewaard speelde toneel, musical (onder meer ’Heerlijk duurt het langst’ en ’Ping ping’), cabaret (Lurelei en een drietal spraakmakende programma’s met Robert Long) en deed tv. Ook had hij rollen in een aantal speelfilms. Te weinig naar zijn zin. Want juist bij films met de afzonderlijk opgenomen scènes kon hij klein en verfijnd spelen. Jongewaard hoefde er ook geen lappen tekst voor uit het hoofd te kennen. Dat bleef de acteur, een onzekere zenuwpees als hij was, een probleem vinden.

Henk van Gelder, die inmiddels een mooi oeuvre heeft opgebouwd als chroniqueur van de Nederlandse cabaret- en amusementswereld, beschrijft de worsteling van zijn hoofdpersoon met zijn vak, zijn homoseksualiteit en zichzelf met compassie en de nodige vaart. De schrijver laat het alleen te veel bij het aaneenrijgen van de diverse engagementen, getuigenissen en anekdotes. Wat meer context had geen kwaad gekund.

Al bij de aanvang van het boek wil de lezer meer weten over de wereld van het Leger des Heils tijdens de crisisjaren, het leger waar vader Jongewaard heilsoldaat is, maar veel komt hij niet te weten. Als het gaat over de latere jaren had in deze biografie wat meer achtergrond over het acteerklimaat in Nederland en de Amsterdamse homoscene in de relevante jaren niet misstaan.

Van Gelder geeft ook geen eindoordeel over Jongewaards oeuvre. De acteur mocht graag bijtanken in het Londen van zijn vriend Barrie Stevens en zich daar vergapen aan de kunsten van Laurence Olivier, John Gielgud en Alec Guinness. De biograaf geeft niet aan aan of Jongewaard behoorde tot de Nederlandse goden van het toneel en het amusement. ’Leen alleen’ wekt de indruk dat de loopbaan van Jongewaard daarvoor te veel alle kanten uitschoot. Hij was eerder een veelzijdig en zeer verdienstelijk ambachtsman dan een heel grote voordrachtskunstenaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden