Toen is de bron wat drooggevallen

Zijn laatste column voor Trouw, jongstleden maandag, pleit voor eerbied en artisticiteit -heilige huiver voor het oude goud van de taal van de schrift en kunstzinnigheid bij de vertolking ervan. Ds. N.M.A. ter Linden verlaat na vijftien jaar 'slijpen en rijpen' de krant. Een artiest, een heer van stand en stijl.

Al vijf jaar lang vult Ter Linden (63) zijn dagen als een kluizenaar met het voltooien van zijn 'magnum opus', Het verhaal gaat..., een kinderbijbel voor volwassenen. Hij heeft nog drie jaar te gaan.

,,Het werk is nog net zo leuk als in het begin. Het tempo ligt onveranderd hoog.'' Met een rode pen corrigeert hij deel IV en in de tekstverwerker is deel V al in de maak.

,,Ik ben bezig met de profeten, een wereld waar ik weinig van af wist. David, dat leest als een opera, maar met de profeten kun je je veel moeilijker identificeren. Laatst heb ik me door kenners laten voorlichten over Jeremia, en over Jesaja. 'Jij kent de paden, help me door het bos'. Ik kan me behelpen met wat hebreeuws, zoals dominees dat in de pastorie doen, maar een bijbelwetenschapper ben ik niet. Bij Het verhaal gaat... moet je voortdurend keuzes maken. De tekst van Micha is hier en daar zo corrupt als de pest. Soms weet je niet of iets een heils- of een onheilsprofetie is. De commentaren zijn het er niet over eens. Dan vaar ik dus blind op iemand als Niek Schuman of bij andere gedeelten op Karel Deurloo.

Een echte theoloog ben ik niet. Ik pronk nogal 'ns met andermans veren. In Nederland ruim ik voor velen de brokken op die de kerk heeft veroorzaakt omdat ze de gelovigen moderne inzichten onthield. We hebben het volk misleid, angst aangejaagd, dom gehouden. De vervuiler betaalt.

Het is heel bijzonder dat mijn boeken in veel landen verschijnen. Goede theologie, die ik dankbaar aan anderen ontleen, krijgt zo een breed publiek. In het buitenland kunnen ze nog wat leren over de verhouding tussen Oude en Nieuwe Testament en kerk en Israël, waar we hier al veel verder mee zijn.''

,,Tijdens mijn predikantschap heb ik nooit het leesrooster gevolgd, eenvoudig omdat ik met sommige teksten niks heb en er ook niks mee krijg. Als er niets gebeurt tussen je hoofd en je hart, gebeurt er niets tussen jou en de mensen vóór je.''

,,Wat ik doe in mijn boeken, is het verhaal doorvertellen. Mensen lezen het aan tafel, weet ik. Grootouders geven het hun kleinkinderen. (Eerst vragen ze natuurlijk of ze het lezen anders is het zonde van het geld.) Maar toen ik laatst een aantal ouwe studievrienden tegenkwam, wisten ze van mijn schrijverij niets. Wat ik doe, blijkt vooral 'inwendige' zending.

Een oude vrouw, opgevoed in de Vreze des HEEREN, schreef me dat ze in haar eenzaamheid tot dezelfde ideeën was gekomen als die ze bij mij las. Ze dankt God voor dat boek, maar haar man durft ze het niet te vertellen. Terugschrijven mocht niet, want daar kwam gedoe van.''

Ze is niet de enige zware gereformeerde bij wie Ter Lindens werk aftrek vindt. Zijn boeken worden in die kringen goed verkocht. Maar een mannenvereniging op G.G. of meisjesvereniging Eben Haëzer heeft hem nog nooit als spreker uitgenodigd.

,,'Hoe kun je geloven in Pasen zonder lichamelijke opstanding van Christus?' Ik laat zien dat dat goed kan: het graf was niet leeg én we zijn gered. Dat is voor sommigen een bevrijding, anderen worden er bang van. Ik counsel de angst van 'waar blijven we?' Een man als Andries Knevel van de EO begrijpt daar oprecht niks van.''

,,Ik heb Drewermanns Markusexegese toen die uitkwam meteen doorgeploegd. Bij veel passages dacht ik 'verdraaid, dit is 't, nu komt het dichtbij, hier moet het over gaan'. Natuurlijk heeft Drewermann zijn eenzijdigheden, maar kom maar eens met wat beters, denk ik dan.''

In de honderden preken uit de Westerkerk valt een forse desinteresse voor Paulus op. Het brievendeel van het Nieuwe Testament is stiefmoederlijk bedeeld in Ter Lindens preekarbeid. In de nog op stapel staande delen Het verhaal gaat... zal hij het gat niet opvullen. ,,Ik heb geen inzicht in wat Paulus beweegt, mis er de antenne voor. Gaan theologen discussiëren en wordt het theoretisch, dan haak ik af. Ik begrijp het gewoon niet, ben slecht in abstract denken. Met die beschouwende teksten kan ik niks, dus waarom zou ik me bezighouden met woorden, waar ik geen affiniteit mee heb? De bijbel is dik zat. Paulus is een mooi klusje voor iemand anders.

Ik ben nu bezig met Ruth en worstel met de vraag: hoe vertel ik deze lieftallige novelle? Zij zit boordevol prachtige theologie, meer dan ik ooit zag, maar hoe vertel ik dat met behoud van de simpele schoonheid van dat verhaal?

Ruth heb ik ook in Stompetoren bepreekt, mijn eerste gemeente. Toen ik bij het slothoofdstuk was, zat de kerk voller dan anders en moesten we wachten op mensen die nog ergens moesten parkeren. 'Ze willen weten hoe het afloopt', zei de ouderling.

Het eerste deel van Het verhaal gaat... was met 165000 verkochte exemplaren een regelrechte bestseller. Van de twee volgende delen werden er samen net zoveel verkocht. Het heeft 'veel geld' opgeleverd. ,,In het buitenland loopt het niet erg, al waren de recensies prachtig. Wat een rol speelt, is of je boek bij een seculiere of een religieuze uitgeverij uitkomt. Seculiere hebben veel beter toegang tot de markt.''

Ter Linden deed in zijn column Kostgangers af en toe verslag van zijn omzwervingen langs plaatsen waar zijn werk was vertaald. Het steekt hem dat lezers hem verweten zijn stukje op maandag als advertentieruimte te misbruiken, ,,en je kunt je er niet tegen verweren''.

Wie in Nederland de publieke aandacht krijgt en zich ook nog met geloof bemoeit, kan van kritiek verzekerd zijn. Ter Linden kreeg die uit twee hoeken. De eerste komt van de Maassluis-kant, naar de geboorteplaats van Maarten 't Hart. Fundamentalisten van de zware soort stoorden zich aan het vrijzinnig gehalte van Ter Lindens geschrijf. 't Hart zelf hoort daar in wezen ook bij, want enige verandering in uitleg van de heilige Schrift stuit hem tegen de borst: hij wil tegen het vertrouwde blijven aanschoppen. De andere kritiek is van de Kousbroek-soort en meer gericht tegen de literaire kwaliteit. Ter Linden zou artistiek onder de maat zijn. ,,Voor armen van geest is geloof een surrogaat voor kunst'', sneerde Kousbroek, een stelling die hij onderbouwde met verwijzing naar Het verhaal gaat...

Waar Ter Linden steeds in verzorgde zinnen en zonder haperen spreekt, kost het hem eerst moeite te reageren. Dan: ,,Die kritiek raakt me niet. Dat wil zeggen: ik vind het natuurlijk het prettigste als iedereen het mooi vindt. Verder zal het me worst wezen. Waar ik echt mee bezig ben, is om die gedreven auteurs van toen te laten zien aan mensen van nu''.

Eén reactie trok hij zich wel degelijk aan. De NRC-recensente schreef dat hij te veel grappigheden rondstrooide. ,,Die kritiek was terecht. Een vriend zei dat ik nog te veel schreef alsof ik preekte, met een witz tussendoor. In latere drukken heb ik bijvoorbeeld de 'ongewenste intimiteiten op de werkvloer' van Jozef geschrapt. Ik wilde daar geen gedoe over. Nu schrijf ik met minder krullen, misschien ook wel omdat ik verder van de preekarbeid af sta. En dan zijn er weer mensen die het nu minder sprankelend.''

Zijn eerste column Lieve Landgenoten (in Hervormd Nederland) ging over een Stompetorense boerin, ,,veracht door de polder. Bij haar overlijden heb ik over deze niet zo deugdzame gelovige verteld. Dat vonden ze heel mooi, waren er dankbaar voor.'' In 1985 stapte Ter Linden over naar Trouw. Hij 'stond' toen al enige tijd in Amsterdam. Pastorale ontmoetingen in en om de Wester vormden vaak het onderwerp van zijn stukjes. ,,Die ontmoetingen zijn zo fascinerend en inspirerend, ze maken van alles in je los: vreugde en treurigheid, bewondering en boosheid. Het houdt je geloof levend. Ik genoot zo van die gesprekken, maar wel altijd in mijn eentje. De schoonheid en de troost bleven binnenskamers. Via de krant kon ik anderen deelgenoot maken. Dat legde ik de mensen over wie ik wilde schrijven voor. En altijd was er die verbazing: wilt u over mij schrijven? Was dat zo belangrijk, zo mooi?''

Hij verzint het echt niet, verzekert Ter Linden. ,,Er zit nooit veel Dichtung in.'' De meeste 'kostgangers' kwamen 'gewoon onder hun echte naam' in de krant. In al die jaren was het maar één keer dat iemand moeite had om zijn verhaal wereldkundig te laten maken. ,,Dat kon ik goed begrijpen.''

Hij leest een verhaal voor dat hij bij de voorbereiding van deel V tegenkwam in een oude preek. Spijt in zijn stem: ,,dit verhaal komt dus nooit meer in een column. De eeuwigheid heeft een krant niet, maar zo'n verhaal stelt de verdamping van de mens wel even uit. Ik zie de stukjes als monumentjes.''

''Eén column las de 'Grote Berger' (Prof. W., Ter Lindens pastorale leermeester) tijdens colleges wel voor, maar nooit tot het eind, want dan moest hij janken.''

Met het stukje over zijn moeder is hij nog altijd zeer ingenomen. ,,Het was een eerbetoon aan haar. Eerlijk zijn bij haar sterven tegenstrijdige gevoelens niet uit de weg gaan. 'Over de doden niets dan goeds' betekent: op een juiste wijze spreken over de overledene. Niet: schaduwzijden toedekken. Uit reacties begreep ik dat het ruimte gaf voor verboden gevoelens.''

Minder tevreden is hij met een recent stuk, dat velen de gordijnen injoeg: over de vistest, een quizachtige toets uit evangelicale hoek voor wie wil weten of-ie wel echt gelovig is. Ter Linden zakte voor de test. ,,Ik had me moeten beperken tot die malloot die die test had gemaakt''. De reacties waren venijnig en 'op de man'. ,,Misschien ligt het aan het veranderde karakter van de columns. Men zegt dat ze kritischer zijn geworden. Dat zou kunnen. Ik schrijf niet meer vanuit de pastorale praktijk. Ik hoorde altijd dat mijn stukjes zoveel ruimte gaven en mild waren. De breedheid van voorheen heb ik niet meer.''

De discipline van Kostgangers is nu voorbij. Het lucht hem op. ,,Na mijn vertrek uit de Wester is de bron langzaam opgedroogd. De columns van een pastor zijn die van een schrijver geworden.''

De NCRV wil een blad uitbrengen, Mens en religie, en heeft gevraagd of hij daar een column voor wil maken. ,,Over het werken aan mijn boeken. Hoe zoiets totstandkomt, de klippen die je tegenkomt, het handwerk.''

Voor Trouw geen columns meer. ,,Maar op zijn tijd wel weer een stuk, als jullie het goedvinden. Als ik denk dat ik iets te melden heb.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden