Toen emotie nog privé was

Aan het begin van het nieuwe jaar belicht Trouw werken die een culturele omslag hebben ingeluid. Aflevering 2: De tranen van Wiegel.

Er hadden best al wat tranen over de beeldbuis gerold. Mies Bouwman had gesnikt van vermoeidheid en geluk na een etmaal ’Open het Dorp’, Jan Janssen had tranen gezweet bij de overwinning in de Tour de France. Maar puur verdriet, dat was iets anders. Daaraan was de tv-kijker in 1981 nog niet gewend.

Daarom was het zo schokkend dat VVD-politicus Hans Wiegel in een verkiezingsdebat door een publieksvraag werd geconfronteerd met zijn verse weduwnaarschap en begon te huilen.

De live-uitzending van Avro’s ’Vragenvuur’ werd afgebroken. De televisiebeelden zijn nooit herhaald en dat kan ook niet meer. Op de onderzoeksafdeling van het Instituut voor Beeld en Geluid gaat het gerucht dat debatleider Jaap van Meekren zich zo schuldig voelde over het voorval, dat hij de banden uit het archief had gehaald. „Ze zullen bij zijn kinderen op zolder liggen”, vermoedt onderzoeker Hans van den Berg.

Die avond waren er twee fotografen aanwezig, de jonge Bert Verhoeff en de oudere Dolf Toussaint. Ze reageerden heel verschillend. Haast alsof ze twee visies op het vak vertegenwoordigden. Alsof het antwoord op de vraag hoe privé verdriet hoort te zijn, niet meer zo vanzelfsprekend was als voorheen.

De een wilde fotograferen, de ander troosten.

Verhoeff (61) herinnert zich hoe Wiegel opeens niet meer uit zijn woorden kwam. „Ik begon foto’s te maken. Er gebeurde immers iets opzienbarends en ik was daar als nieuwsfotograaf.” Hij herinnert zich dat Toussaint geen foto’s maakte. „Toussaint troostte Wiegel zelfs, legde een arm om hem heen, ook al was hij een PvdA-stemmer.”

Dat Verhoeff fotografeerde, lag op de studiovloer zeer gevoelig. Er werd meteen op hem ingepraat, niet door het gevolg van Wiegel maar door Avro-medewerkers. „Het woord paparazzo bestond nog niet, maar in hun ogen was ik een hyena.”

Nadenkend over de omstandigheden van die avond, zegt Dolf Toussaint (86) fotograferen op zo’n moment ’onbehoorlijk’ te vinden. „Je legt iets vast waar je buiten moet blijven. Fotografie moet geen bemoeizucht worden.” Hij spreekt van een plotselinge privésituatie. Dat een tv-uitzending zo publiek is als het maar kan, maakt niet uit. In zijn ogen zijn er grenzen aan het aanwezig mogen zijn. „De kwetsbaarheid van het leven staat bij mij boven alles en daaruit voort komen de argumenten om te twijfelen. Een fotograaf heeft een beschermende functie, net als artsen en ouders. Als er iets met een kind gebeurt, ga je niet fotograferen zonder hulp te verlenen. Niet het vak, maar de mens is heilig.”

Verhoeff zegt terughoudend te hebben gefotografeerd. Hij maakte twee of drie beelden, met een telelens vanwege de afstand. „Later liep Wiegel vlak langs me, zo aangeslagen nog dat hij amper wat zag. Toen heb ik geen foto gemaakt. Ik wilde niet te opzichtig, niet te gulzig zijn.”

Dat hij wel fotografeerde op afstand, in de anonimiteit, maar niet in de openheid, wijst dat op aarzeling? „Als ik tijdens de uitzending dicht bij Wiegel had gestaan, weet ik niet wat ik had gedaan.”

Later heeft hij wel eens besloten om geen foto te maken in een pijnlijke situatie. Op Marken fotografeerde hij een begrafenisstoet in de sneeuw. „Opeens viel de kist hard op de grond. De verstoorde blikken die ik zag toen ik de eerste foto had gemaakt, werden nu vijandig. Ze waarschuwden: waag het niet om dit vast te leggen.” En dat deed hij ook niet.

Een begrafenisstoet is zowel openbaar als heel intiem. Maar hoe privé kan een live uitgezonden politiek debat zijn? Privacy was bovendien niet het voornaamste bezwaar tegen het gebruik van de foto’s van Wiegel. Dat was de vrees dat de VVD kiezers zou verliezen. D66’er Jan Terlouw zou volgens Van Meekren hebben verzucht dat dit tien- of twintigduizend stemmen zou schelen.

Verhoeff ging naar huis. Het was te laat om de foto bij de kranten aan te bieden, maar dat was hij ook niet van plan. De volgende dag belde de Volkskrant met de vraag of hij zijn beelden wilde opsturen. „Ik antwoordde dat ik daarover na moest denken. Ik wilde eerst voor mezelf uitmaken of het juist was of niet. Ik was een jonge fotograaf en wist niet wat dit voor gevolgen kon hebben. Misschien zou de VVD me voortaan wel negeren.”

Daarvan heeft hij later niets gemerkt. Maar het was ook niet zo dat de foto de voorpagina’s haalde. Ze werd binnenin en niet zo groot afgedrukt. Ook al verzacht de troostende hand van Joop den Uyl het beeld – Wiegel is niet alleen in zijn verdriet.

„Blijkbaar heerste ook op de redacties de vraag of dit wel kon of niet.” Huilen op tv was toch nog niet geaccepteerd. „Daarbij ging het niet om een vrouw, maar om een man met gezag.”

Slechts enkele jaren later was emotie al heel vakmatig in kaart gebracht. Een tv-genre met eigen regels. Tranen van verdriet of geluk, dat maakte niet meer uit. Ze waren hoe dan ook goed voor kijkcijfers.

En er waren tranen genoeg, merkte Ruud van Gessel, die meewerkte aan de ’Surprise Show’, in 1988 nog bij de KRO. Hij regisseerde de opnames waarbij Henny Huisman onverwacht bij mensen het huis binnenstapte. „Je hoefde maar op de deur te kloppen of ze begonnen al te huilen.” Twee weken lang zag hij huilende mensen, de opnameploeg kreeg er de slappe lach van.

Eenmaal besloot hij het gehuil niet in te korten in de montage. „Ik liet een man de volle veertig seconden lang uithuilen. Daar stak Joop van den Ende een stokje voor. Huilen is een prettige manier om mensen te exploiteren, maar als ze echt gaan huilen, gemeend, verdragen we het niet. Als het niet weer snel afgelopen is, past het niet in het tv-plaatje. Echt verdriet voelt heel ongemakkelijk. En het probleem van dat ongemak is dat de kijkcijfers naar beneden duikelen.”

Als iemand eenmaal begint te huilen, moet de cameraman steeds dichterbij komen. Een close-up vergroot de betrokkenheid bij de kijker. Maar het hoofd moet er wel helemaal op, anders kun je de beelden wel weggooien, zegt Van Gessel.

„De cameraman gaat voor het beste shot zo dicht bij de huilende persoon staan dat de arm op de schouder buitengewoon dichtbij is. Maar dat zal hij nooit doen.”

Troosten of filmen? Het antwoord is altijd filmen. „Cameralieden zijn daarin zo geconditioneerd dat ze iemand ook na de opnames niet even een schouderklop geven.”

Toen Verhoeff in 1993 de PvdA volgde, barstte de aftredende staatssecretaris Elske ter Veld bij haar persconferentie in tranen uit. „Ik mocht daarna gewoon mee in de auto, waarin ze getroost werd door Jeltje van Nieuwenhoven.”

Voorlichters denken nu anders over het tonen van emotie. Zoals huilen bij tv is gaan horen. „De mensen die gevolgd worden, weten dat ze moeten huilen”, zegt Verhoeff. „En doen dat ook braaf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden