Toen de hele wereld nog een zonnige dag was

Clairie zwaait de super-8 Kodachrome uit, in het filmproject van Johan Kramer. (Johan Kramer)

Filmmakers en fotografen grijpen uit nostalgie terug naar oude beelddragers. Waar komt die heimwee vandaan? En hoe leuk is fotograferen nog, nu alles al eens digitaal is vastgelegd?

They give us those nice bright colors’, zong Paul Simon in een ode aan Kodachrome, de revolutionaire smalfilm uit 1935. Een filmpje duurde slechts tweeënhalve minuut, beelden waren zoet van kleur, geluid was er niet. Volgens Simon gaf Kodachrome ons het gevoel dat de hele wereld een zonnige dag was.

In het nummer, dat al in 1973 op het album ’There Goes Rhymin’ Simon’ verscheen, zong Simon liefdevol over de film, die toen nog volop werd gebruikt. Nostalgische gevoelens over het filmpje, waarop alle verjaardagen en vakanties in de jaren zestig en zeventig werden vastgelegd, werden sindsdien enkel groter.

Al sinds 2005 wordt het type film niet meer gemaakt en nu kan het ook niet meer worden ontwikkeld, sinds het laatste laboratorium dat dat nog deed, in het Amerikaanse Kansas, eind december 2010 de deuren sloot.

Voor filmmaker Johan Kramer was het aanleiding om de Super-8 Kodachrome filmpjes ’uit te zwaaien’ in het project ’Bye Bye Super-8! Afscheid van Kodachrome 40 asa’. De laatste 25 films die hij kon vinden gebruikte Kramer om 25 kinderen, allemaal acht jaar oud, te filmen. Steeds volgens hetzelfde patroon. Eerst een portret van het kind, dan een moment waarop het kind zijn naam opschrijft, en tenslotte een scène waarin het zwaait – want dat is de beeldtaal van super-8 Kodachrome. Tussendoor vroeg hij zijn modellen iets te laten zien. Te tekenen, te dansen. Een jong meisje trok achtereenvolgens haar tien mooiste jurken aan. Steeds met in het achterhoofd: We hebben maar beperkt de tijd.

„Heimwee”, heeft Kramer naar Kodachrome. Vraag hem naar de aantrekkingskracht van de film en hij zegt vastberaden: „Kodachrome ontroert.”

Hij is niet de enige die terugverlangt naar oude manieren om beeld vast te leggen. In een tijd waarin digitale mogelijkheden onbeperkt zijn, wil een groepje romantici terug naar materiaal met grenzen.

Polaroid stopte in 2008 met de Polaroidfilm. Het kleine fotootje met de witte rand, waarvan het beeld door te wapperen tevoorschijn komt, was niet meer. Tot twee fanatiekelingen de apparatuur redden, in de voormalige Polaroidfabriek in Enschede. Zij hervatten de productie en met succes. Maar omdat het aanvankelijk niet zonder slag of stoot ging, noemden zij hun initiatief ’The Impossible Project’.

En dan is er de iPhone-applicatie Hipstamatic. De applicatie, waarmee digitale foto’s een analoog sausje krijgen en gebruikers hun beelden opzettelijk ’verlelijken’, gaat met miljoenen over de toonbank.

„Ik hou van de imperfectie die hoort bij Super-8 Kodachrome. Van de ongelukjes”, zegt Kramer. „Het kraakt, het vertedert. Het beeld manipuleert een beetje, de kleuren zijn dieper. Deze film is zó gevoelig, er hoeft maar iéts in het licht te veranderen en je hebt een compleet ander filmpje. Soms valt een beeld mooier uit dan je had durven hopen.” Met Kodachrome weet je, anders dan met een digitale camera, niet van tevoren wat je krijgt. „Film is daardoor altijd een cadeautje.”

Fotograaf Menno Kok beaamt het verrassingselement van oude beelddragers. Hij doceert aan de Fotoacademie in Amsterdam en maakt veelvuldig gebruik van de analoge camera. „Twaalf shots, mijn filmrolletje dichtlikken. Met het rolletje in m’n zak – oppassen dat ik ’m niet kwijtraak! – naar het fotolaboratorium. Zweethanden! Zou het gelukt zijn? Die spanning, en dan: ’Yes, ik heb ’m!’ Dat dus, versus de verzameldrang die eigen is aan het digitaal fotograferen.”

Van ’heimwee naar analoog’ wil Kok niet spreken. „Ik heb het immers nooit losgelaten”.

Hij roemt de ambachtelijkheid van de analoge fotografie. „Het proces in de doka, dat is leerzaam. De invloed die je kunt uitoefenen tijdens het ontwikkelen van je negatieven, met die stappen ben ik opgeleid. En wat mij aanspreekt aan analoge fotografie is het feit dat ik meer ’kijk’ dan ’schiet’. Dat bevordert de dialoog tussen mij en mijn onderwerp.”

Andere docenten op de academie spreken hem er soms op aan: ’Menno, het is niet realistisch om dat analoge te pushen’. „Maar ik push het niet. Ik bekroon het alleen. Ik hou van de korrel, van de rauwheid. Ik hou van de krasjes, haartjes en oneffenheden op mijn foto’s. Ik luister muziek op mp3-formaat, maar dat is gecomprimeerd. Leuk hoor, maar soms wil ik Nina Simone, ouderwets op een plaat. Soms wíl ik die kraak.”

De digitale camera noemt Kok „de uitvinding van de eeuw”. En zeker voor commerciële klussen is de camera handig. „Vroeger ging ik voor een opdracht twee, soms drie keer per dag naar het fotolaboratorium op en neer. Met de digitale camera schiet ik een portret, ik bewerk het en ’s avonds is het af. Ooit mocht ik voor Playboy een naaktserie maken – een jongensdroom! – en dan is het schieten, hup, putjes uit de billen weg met Photoshop en klaar. Maar dat is meer ’beeld engineering’ dan fotografie. Je ziet, nu het grootste deel van de fotografen digitaal werkt, dat de stijl verandert. Beelden zijn hyperrealistisch. Bij analoog vóel ik meer.”

Voor Johan Kramer zit de aantrekkingskracht van Super-8 Kodachrome vooral in de beperkte tijd die er is: in tweeënhalve minuut moet het gebeuren. Filmpjes waren duur en dus werd in de jaren zestig en zeventig alleen gefilmd op bijzondere gebeurtenissen als jubilea, verjaardagen, tijdens vakanties of tijdens een dagje uit. Tegenwoordig wordt werkelijk álles vastgelegd, zegt hij. „Ik vraag me wel eens af of we niet vergeten te kijken. Weet je nog dat we Japanse toeristen belachelijk maakten? Zij bekeken, op vakantie in Nederland, alles door een schermpje. Pas terug in Japan zagen ze waar ze waren geweest. Maar wij doen nu precies hetzelfde. In Paradiso zien we concerten door een camerascherm en maken we foto’s, misschien niet eens voor onszelf, maar meer als ’bewijs’ voor vrienden.”

Soms gaat Kramer, zegt hij, bewust een uur in een café zitten of in de trein. Om te kíjken, naar dat wat 99 van de honderd mensen ontgaat. „En dan zie ik iets gebeuren en denk ik: ’Had ik maar een camera’. En het moment erna weet ik: ’nee, beter van niet, want dan keek ik niet meer’.

Menno Kok: „Alles is al een keer gedaan, alle foto's zijn al een keer gemaakt. Als ik hier en nu een foto van een oerwoud nodig heb, dan heb ik ’m met één muisklik gevonden. Er is een zekere vluchtigheid ontstaan. Uit mijn eigen jeugd heb ik twee mooie Polaroids, inmiddels vergeelde foto’s, die me heel dierbaar zijn. Mijn zoon heeft later een enorm archief van zichzelf. Honderden foto’s en bewegende beelden, met geluid zelfs.”

„Als je álles kan, kan je eigenlijk niets”, zegt Johan Kramer. Hij signaleert een soort vermoeidheid, voortkomend uit de overdaad. „Het was heerlijk toen we met Kodachrome de vakantie in twee filmpjes konden vangen. Vijf minuten vakantiefilm, heerlijk! Tijdens de laatste vakantiefilm van mijn zus viel ik drie keer in slaap. Zoomde ze wéér eindeloos langzaam in op een cactus. Mensen worden moe van de veelheid, er treedt als het ware inflatie op. Hoeveel mensen filmen niet urenlang om vervolgens maanden achtereen op te zien tegen het monteren van al dat materiaal? Of tegen het inplakken van honderden foto’s, na drie weken vakantie? Dat maakt onrustig. Misschien is die heimwee naar materiaal met beperkingen wel gewoon een verlangen naar rust. We willen het overzicht terug.”

Ís er nog een weg terug, na de digitale camera? Menno Kok: „Generaties reageren altijd op elkaar. Er zal altijd wel een klein clubje zijn dat analoog blijft fotograferen.”

Johan Kramer: „Binnen de digitale fotografie zie je ook alweer niches ontstaan. Ik voorzie wel dat we veel bewuster met beelden omgaan. In Japan zijn er al groepjes die zich afsluiten voor beeld. Misschien zijn er wel mensen die straks helemaal stoppen met filmen. Niets meer fotograferen en genoegen nemen met de herinnering. Bij telefoons zie je die trend ook al: de John’s Phone, die kan alleen maar bellen en heeft geen extra functies.”

Hij grijnst. „Misschien komt de brief wel terug.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden