Review

Toekomst van de cinema ligt in onbekende culturen

Een nieuw kunstjaar ligt in het verschiet. Tijd voor andere accenten, nieuwe ideeën, eigenwijze invalshoeken? Voor een deel zal 2003 kunstzinnig gezien een gezicht krijgen door zaken en personen die - al dan niet postuum - bijzondere aandacht verdienen, vanwege een jubileum of anderszins. In een serie verhalen licht Trouw alvast een paar van die gebeurtenissen en jubilarissen uit. Vandaag: Vijftien jaar Hubert Bals Fonds

Het International Film Festival Rotterdam, dat in januari zijn 32ste editie beleeft, doet zijn naam eer aan. In Rotterdam zijn films uit alle uithoeken van de wereld te zien. Films afkomstig uit Argentinië, Brazilië, Afghanistan, Kongo, Egypte, Thailand, Wit-Rusland, noem maar op. Het internationale karakter van Rotterdam is hoofdzakelijk te danken aan het Hubert Bals Fonds (HBF) dat volgend jaar vijftien jaar bestaat.

Het klinkt wat bescheiden, vijftien jaar Hubert Bals Fonds, maar het jubileum kan met recht worden gevierd. Het valt namelijk op een moment waarop een aantal kwalitatief zeer hoogwaardige Hubert Bals Fonds-projecten het licht ziet, en ook de internationale waardering voor het Fonds vorm krijgt. Het begon dit jaar in Cannes waar de Mexicaanse film 'Japon' van Carlos Regeydas insloeg als een bom en zo'n beetje alle covers van de festivalbladen haalde. De teneur was dat hier een Mexicaanse Tarkovsky was opgestaan, en daarmee was niets te veel gezegd. De film, waarin we het pad van een zelfmoordenaar volgen, blinkt niet alleen uit in zijn vormgeving, maar ook in zijn humane thematiek, en een zekere verwantschap met Kiarostami's Iraanse meesterwerk 'De Smaak van Kersen' is 'Japon' zeker toe te schrijven. Een debuutfilm dus van een onbekende Mexicaan die met steun van het Hubert Bals Fonds tot stand kwam en die na zijn wereldpremière in Rotterdam en een subtiele hermontage hoge ogen gooide in Cannes, een festival dat zich normaliter laat voorstaan op primeurs, maar voor 'Japon' blijkbaar graag een uitzondering maakte.

Tegelijkertijd was in het competitieprogramma in Cannes een Palestijnse film opgenomen, 'Divine Intervention' van Elia Suleiman. Een briljant mozaïek waarin de absurditeit van het Midden-Oosten-conflict zijn beslag krijgt, in losjes aaneengeregen scènes, vol laconieke humor. Een Hubert Bals Fonds-film die er prompt met de prijs van de internationale filmkritiek vandoor ging en die straks als het paradepaardje van het Hubert Bals Fonds ook naar Rotterdam komt.

Bij de oprichting van het Hubert Bals Fonds in 1988 werd het doel al duidelijk omschreven: steun verlenen aan filmmakers uit onbekende filmculturen en ontwikkelingslanden, precies zoals Hubert 'Huub' Bals, de grondlegger van het International Film Festival Rotterdam, dat eigenlijk altijd al had gedaan. Toen Hubert Bals in 1988 plotseling overleed, werd in datzelfde jaar nog het naar hem vernoemde fonds opgericht. Bals was altijd in de rotsvaste overtuiging geweest dat de toekomst van de cinema niet in Europa of Amerika lag, maar in de ontdekking van die onbekende filmculturen. Een filmmaker als Bela Tarr werd door Bals in de armen gesloten, en als het moest steunde hij hem uit eigen zak. Inmiddels zijn we vijftien jaar en honderden filmprojecten verder, en is het Hubert Bals Fonds, dat steun ontvangt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, HIVOS, NCDO, Stichting Doen en de NPS, behalve een instituut ook een aardig succes. Wie er wat simpele statistieken op na slaat en bijvoorbeeld te rade gaat bij een overzicht van geselecteerde Hubert Bals Fonds-projecten (over de periode 1988-2002) ziet een helder verband tussen de opkomst van de 'Nieuwe Argentijnse Cinema' midden jaren negentig en de activiteiten van het Hubert Bals Fonds in die periode. Jonge onbekende Argentijnen als Pablo Trapero en Adrian Caetano konden met financiële steun van het fonds hun eerste films maken. Inmiddels behoren ze tot de boegbeelden van 'Nuevo Cine Argentino' waarvan in Rotterdam volgend jaar de nieuwste vruchten te zien zijn. Trapero's 'El Bonaerense', opnieuw tot stand gekomen met financiële steun van het fonds, zal er zijn Nederlandse première beleven. Een aangrijpende film over het corrupte politiekorps van Buenos Aires.

Te doen valt er nog genoeg. Er zijn internationale filmfestivals in Ouagadougou (Burkina-Faso) en Harare (Zimbabwe) en zelfs op Zanzibar, het eiland voor de kust van Tanzania, maar de filmistributie in Afrika is nog steeds problematisch. Marianne Bhalotra, verantwoordelijk voor het Hubert Bals Fonds, zegt financiële steun te leveren waar mogelijk. Er wordt geld gegeven voor de uitbreng van Afrikaanse films en voor filmvertoningen in de townships. In januari belegt het festival ook een conferentie, gewijd aan filmdistributie, DVD-uitbreng en filmconservering in ontwikkelingslanden. Het is duidelijk dat niet alleen het publiek in de Europese 'arthouses', maar vooral ook het publiek in de ontwikkelingslanden zelf alle aandacht moet krijgen.

Dat het Museum of Modern Art (MoMa) in New York en het Walker Art Center in Minneapolis in het voorjaar van 2003 een selectie uit het inmiddels rijke aanbod aan Hubert Bals Fonds-films zullen vertonen, mag een kroon op het werk heten. Het eveneens in New York gevestigde, nieuw opgerichte Global Film Initiative zal zelfs een tournee van HBF-films langs een aantal steden in de Verenigde Staten organiseren. Het is alsof de ontwikkeling van de gemiddelde Amerikaan daarmee ook is geholpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden