Toe, lees ze voor

Zelfs Obama zei het, in zijn rede tot het Congres: Haal de kinderen weg van televisie, games en internet en lees ze voor.

Wim Boevink

Ik dacht hieraan terug op een kleine bijeenkomst in het Spoorwegmuseum in Utrecht. Daar arriveerde gisteren prinses Laurentien, langzaam aan al een klein boegbeeld van de alfabetisering, om in het kader van het project ’Het begint met lezen’ een eerste startpakket van voorleesboeken te overhandigen aan Sharon Dijksma, staatssecretaris van kinderopvang.

Alle medewerkers van de kinderopvang in Nederland mogen zich op dit present verheugen, want die moeten, voor zover ze dat al niet deden, aan de slag met dat voorlezen, want leren lezen begint met voorlezen en kan taalachterstanden in een vroeg stadium voorkomen.

Voorlezen verrijkt de woordenschat. Volgens prinses Laurentien staat een kwartier voorlezen per dag gelijk aan een miljoen woorden per jaar en ik neem dat maar voetstoots aan van Hare Koninklijke Hoogheid, want daarom is ze Hoogheid geworden, al zijn er altijd lezers – in Sint Jansklooster bijvoorbeeld – die dat nog eens even gaan narekenen. Zelf leest de prinses ’s avonds voor aan haar prinsessenkinderen. ,,En als wij er niet zijn, is er iemand anders.”

De hofvoorlezer natuurlijk.

Het Spoorwegmuseum was als locatie gekozen omdat het startpakket heruitgaven bevat van de boeken van Beertje Paddington, die zoals wij allen weten, precies vijftig jaar geleden gevonden werd bij het Londense station Paddington.

Goede voorleesboeken vergen veel van hun schrijvers (en vertalers) in woordkeus, zinsbouw en vooral ritme.

Een goed voorleesboek is een glijbaan, een achtbaan. Soepel, spannend, geestig. Kikker en Pad van Arnold Nobel, de Gruffalo van Julia Donaldson, Jip en Janneke natuurlijk. Je glijdt er voorlezend moeiteloos doorheen.

Maar soms stokt het. zoals bij het Koekemannetje uit de Gouden Boekjes-serie, daar kwam ik, ondanks de bewerking van Annie M.G. Schmidt, bij dat herhaalde ik ben niet bang voor jou, ik ga zo gauw gauw gauw met het ritme in de knoei. En zo ontwikkel je als voorlezer voorkeuren. En afkeuren.

Vermoeiend: Hans Hagens Jubelientje. Vervelend naar kind, veel gezeur om niks met al die flauwe kinderdingen. In een van de slaapkamers staat een stapelbed. ’Ik wil boven’, zegt Jubelientje. ,Ik ook’, roept Dirk-Jan.

Als je dat voorleest wil je al bijna gaan slaan. En wie heet er nou Jubelientje! Wat is dat voor naam? Ik mocht ’r niet. Meteen al niet. Onredelijk, maar ik ben ook maar een mens. Werd gewoon chagrijnig van dat kind. Les 1: lees alleen voor wat jezelf leuk vindt.

Zoals ’Bezem’ van Bibi Dumon Tak – héérlijk. Of ’Hoe komt daar die schram’ uit het grote werk van Joke van Leeuwen – briljant. En: ’De geheime tuin’ van Frances Hodgson Burnett – wonderschoon.

Fijn hoor, zoiets voorlezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden