Toch weer opera voor Haitink

Een zware verkoudheid deert hem niet. Hij vindt het niet prettig om verstek te laten gaan. De 78-jarige Bernard Haitink is terug in Londen. En dirigeert vijf uur lang de opera ’Parsifal’ van Wagner. De Britten zijn blij met de oude meester. Want hij dirigeert ’lumineuzer dan ooit’.

Bernard Haitink is terug in Londen. Terug als gast bij het Royal Opera House Covent Garden, het gerenommeerde instituut waar hij van 1987 tot 2002 Music Director was. De dirigent aarzelde over zijn terugkeer, maar de verzoeken uit Londen werden met zó veel warmte gedaan, dat hij uiteindelijk, vijf jaar na zijn vertrek, toezegde. Uiteraard speelde de opera die hij voor zijn terugkeer zelf mocht kiezen een belangrijke rol in deze beslissing: ’Parsifal’ van Richard Wagner. Vorig jaar dirigeerde hij Wagners Bühnenweihfestspiel ook al in de Opera van Zürich. Gevoegd bij de voorstellingen van Debussy’s ’Pelléas et Mélisande’ die hij afgelopen zomer in het Parijse Théâtre des Champs-Elysées leidde, waren dat heel wat opera’s voor iemand die verklaarde te willen stoppen met het genre.

Bij deze constatering lacht Haitink de van hem bekende en beminnelijke grimlach. In zijn Londense appartement, gelegen aan een prachtig, typisch 19de-eeuws plein in Kensington, zit Haitink snipverkouden te wezen. Toch wil hij zo vlak voor de slopende ’Parsifal’-voorstelling die ruim vijf uur in beslag zal nemen, best praten. Ondanks de schorre stem, de lopende neus en de tranende ogen. Afzeggen past niet bij hem.

„Het is nu twaalf uur geweest”, zegt Haitink, „en ze hebben nog niet gebeld van Covent Garden. Als ze me wél voor twaalven bellen dan weet ik hoe laat het is en vraag ik direct: ’Wie is er ziek?’ Alle zangers verkeren dus in goede gezondheid, alleen ikzelf ben zwaar verkouden, maar afzeggen? Nee. Je zou denken dat je op een leeftijd bent gekomen waarop je kunt doen en laten wat je wilt, maar dat is absoluut onwaar. Je hebt verplichtingen, mensen rekenen op je. Ik vind het niet prettig om verstek te laten gaan; ik ben erg ouderwets wat dat betreft.” Na even nadenken: „Het zou natuurlijk wel een leuke kans voor een jongere dirigent zijn als ik zou afzeggen; die kan dan mijn plaats innemen.”

De 78-jarige Haitink heeft kennelijk een goede constitutie, omdat hij zelfs met een zware verkoudheid onder de leden niet terugschrikt voor een opera die qua lengte met drie opeenvolgende Mahler-symfonieën te vergelijken is. „Ik heb geen speciale trucs of zo, maar ik probeer wel zo verstandig mogelijk te leven. En, afgezien van de tijdsduur, gaat die vergelijking met drie Mahler-symfonieën niet op, vind ik. Overigens heb ik nog nooit drie Mahlers achter elkaar gedirigeerd, maar in de bak van een operatheater maak je een heel ander proces mee dan op de de bok in een concertzaal. Je instelling is daar compleet anders, omdat je je niet zo alleen voelt. In de operabak word ik gesteund door iedereen om me heen, ook al omdat je met z’n allen een veel langere voorbereidingstijd hebt gehad. Tijdens zo’n proces groei je naar elkaar toe, haal je de energie en de kracht voor een deel uit elkaar. Voor een symfonisch concert heb je vaak maar twee of drie repetities en rust er veel meer verantwoordelijkheid op de schouders van de dirigent. Ik voel me daar vaak allener.”

„Ja”, mijmert hij dan, nadenkend voor zich uitkijkend. „Opera. Inderdaad wilde ik het eigenlijk niet meer doen. Ik vond het welletjes.” Korte pauze. „Ach, ik zeg wel vaker dingen waar ik later op terug kom. De titels van de aangeboden werken waren inderdaad belangrijk. In Zürich vroeg directeur Alexander Pereira me voor ’Parsifal’. Hij heeft ontzettend doorgedramd om mij zover te krijgen. In Parijs idem dito. Dominique Meyer, die binnenkort de Wiener Staatsoper zal gaan leiden, wilde voor mij nog een keer ’Pelléas et Mélisande’ op het repertoire zetten. Hij heeft veel overredingskracht moeten gebruiken.” Dan zegt Haitink ineens: „Ja, ’Parsifal’ en ’Pelléas’ – het zijn geriatrische opera’s.” Hij lacht even, ontkracht vrijwel direct zijn eigen grap en vertelt over de invloed die Wagner op Debussy heeft gehad en over het citaat uit ’Parsifal’ dat in een orkestraal intermezzo van ’Pelléas’ opduikt. „In Zürich ben ik overigens met Pereira al weer over iets anders in gesprek. Hij wil dat ik er in oktober Beethovens ’Fidelio’ kom dirigeren. Het is nog niet definitief, maar het lijkt erop dat opera vooralsnog niet uit mijn leven mág verdwijnen.”

Die avond in Covent Garden wordt duidelijk waarom al die operadirecteuren Haitink zo graag willen inroosteren. Met een zeldzame concentratie, een gevoel voor lijn en kleur en een onnavolgbare spanningsopbouw tilt Haitink de musici in de orkestbak en de zangers op het toneel naar een hoger plan. Dat begin alleen al! En de inleiding op de confrontatie tussen Kundry en Parsifal in de tweede akte – pure magie. Haitink laat de muziek zó ragfijn en terughoudend voor zichzelf spreken dat Wagner wel Debussy lijkt. Haitinks opkomsten in de bak na de beide pauzes zorgen voor enthousiaste bijval in de bomvolle zaal, maar als hij aan het slot door Petra Lang (Kundry) op het toneel wordt gehaald, juicht Covent Garden. De oude meester is terug en dat de Britten daar erg blij mee zijn, willen ze graag laten horen. De Britse pers stelt dat Haitink ’lumineuzer dirigeert dan ooit’ en dat ’zelfs Bayreuth jaloers zou kunnen worden op de klanken die hij zijn uitstekende troepen afdwingt’.

Bijzonder, en misschien wat wrang, is het feit dat de ’Parsifal’-enscenering in Londen die van Klaus Michael Grüber is, een productie die haar wereldpremière in 1990 in het Amsterdamse Muziektheater had, een operahuis waar Haitink nog nooit gedirigeerd heeft.

Het is een van de grootste mysteries van de afgelopen jaren, dat het De Nederlandse Opera niet gelukt is om een operadirigent met de status van Haitink naar het Muziektheater te halen. Velen, en de Britten al helemaal niet, begrijpen daar niets van.

Wat vindt Haitink zelf van deze omissie in zijn carrière?

„Ten eerste zie ik mezelf niet als operadirigent. Ik ben een dirigent die opera’s dirigeert. Iemand als Antonio Pappano, de huidige muziekdirecteur van Covent Garden, dat is een echte operaman.” Het is even stil; Haitink zoekt zijn woorden. „Er zijn indertijd wat vage gesprekken geweest met De Nederlandse Opera, maar het is nooit tot iets gekomen. En ik denk niet dat het er ooit nog van gáát komen. Als we nu iets zouden gaan bespreken, dan hebben we het over voorstellingen die op zijn vroegst over drie à vier jaar zouden moeten plaatsvinden. Je moet zó ver vooruit plannen bij opera. Gezien mijn leeftijd lijkt me dat niet erg wenselijk. Het is misschien iets raars van mij, maar over dit soort dingen maak ik me niet druk. Het is nu eenmaal zo en ik voel helemaal geen wrok. Sommige dingen in het leven komen niet tot stand. Punt. Ik heb ontzettend veel projecten waar ik heel blij van word en dan ga ik me over de zaken die niet lukken niet opwinden. Ik ben gevraagd om ’Parsifal’ ook in Wenen te komen dirigeren, maar ik doe het niet. Het komt te laat en bovendien is de repetitietijd die je daar krijgt minimaal. Ik vind dat niet verantwoord. Het is trouwens ook wel eens prettig om in volle overtuiging ergens ’nee’ tegen te kunnen zeggen.”

De enkele keren dat Haitink in Nederland opera doet, is dat in concertante vorm in het Concertgebouw. De Parijse ’Pelléas’ deed hij er afgelopen zomer en in februari leidt hij er de eerste akte van Wagners ’Die Walküre’.

De grote voorgangers van Haitink bij het Concertgebouworkest, Willem Mengelberg en Eduard van Beinum, dirigeerden nooit opera. De componisten waarop en waarmee zij hun carrière bouwden, waren vooral Mahler en Bruckner, die nooit een opera componeerden. Haitink komt uit dezelfde traditie en toch maakte hij wél met succes de sprong naar de opera.

„Opera zat niet in de genen van Nederland. Nu wél. De Nederlandse Opera heeft een enorme aantrekkingskracht en speelt voor volle zalen. Het voorziet in een grote behoefte. Ik kan me van lang geleden nog herinneren dat ik een vocaal werk dirigeerde, en ik een dame in het Concertgebouw op bekakte toon hoorde zeggen: ’Wij houden niet van zang’. Echt een opmerking van iemand die het Concertgebouworkest destijds onder zijn abonnementhouders had. Dat is gelukkig helemaal veranderd. Opera’s van Bruckner zouden denk ik vreselijk zijn geweest, maar Mahler, dat is wat anders. Hij had zo’n drukke baan als operadirigent dat hij gewoonweg geen tijd had om opera’s te componeren. Had hij die tijd wel gehad, dan had hij opera’s geschreven, daar ben ik van overtuigd.”

Bij het Engelse Glyndebourne Festival Opera leerde Haitink het operavak. In 1972 dirigeerde hij er Mozarts ’Die Entführung aus dem Serail’ en in 1978 werd hij er muziekdirecteur. „Het was niet zo moeilijk om die beslissing te nemen. Ik was naast mijn baan in Amsterdam ook chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra en dat was het huisorkest in Glyndebourne. De concertseizoenen waren in die tijd nog veel korter dan nu. Er wordt nu zó veel gereisd door orkesten. Volgens mij plannen orkesten eerst hun reizen en bouwen daaromheen hun verdere seizoen. Ook het Concertgebouworkest is héél vaak op reis. Ik vind dat geen goede ontwikkeling, maar ik mag me daar niet mee bemoeien. Enfin, omdat die seizoenen korter waren, kon ik makkelijk naar Glyndebourne, omdat dat zich in de zomer afspeelde. Het was een ideale manier om mij met opera bezig te houden.”

„Over mijn besluit om leiding te geven aan Covent Garden zou ik, met wat ik er nu ervaren heb, langer gedaan hebben. Ik ben er min of meer naïef ingesprongen. Ik was me bewust van het risico dat ik daarmee nam. Maar bij het Concertgebouworkest was het al aan het schiften en ik wilde per se niet naar een ander orkest. Dat zou een herhaling van zetten zijn geworden. Terugkijkend heb ik er absoluut geen spijt van; de opera heeft mij muzikaal enorm verrijkt. Ik voel me erg verbonden met dit orkest en dit huis. Het is hier rustig, er zijn geen stakingen zoals in Milaan of Parijs en er zijn oude vrienden.”

Op nog een ander vlak deed Haitink de laatste tijd van zich spreken: live-opnamen. „Ik heb me er vroeger altijd tegen verzet”, zegt Haitink, „omdat ik dacht dat je veel serieuzer kunt werken in de studio.” De dirigent is ervan teruggekomen. Op het label van het London Symphony Orchestra verscheen een fantastische complete Beethoven-cyclus en op het label van het Concertgebouworkest is Haitink present met Mahlers Vierde symfonie en Bruckners Achtste. Het Chicago Symphony Orchestra, waar Haitink sinds 2006 principal conductor is, bracht een live-opname van Mahlers Derde symfonie uit.

„Een prachtige ontwikkeling”, vindt Haitink, die ontelbare platen en cd’s maakte voor Philips en EMI. „Ik voelde me vroeger weleens gedwongen door de commercie om dingen op te nemen. De industrie is dood. Nu bepalen orkesten hun programmering en als ze iets de moeite waard vinden, dan brengen ze het in eigen beheer uit. Ik heb daarbij zelf het laatste woord. Zo heb ik een opname met het Concertgebouworkest van Bruckners Zevende tegengehouden. Het lag allerminst aan het orkest, maar ik vond dat ik me te veel uitwassen had veroorloofd. Jammer voor de Amsterdammers, want de eerstvolgende cd uit Chicago is ook een Bruckner VII; eentje die ik wel de moeite waard vond.”

Voor iemand die ooit zei liever herinnerd te willen worden als Beethoven-dirigent dan als Mahler-dirigent moet de nieuwe Beethoven-cyclus – Haitinks derde – een belangrijke gebeurtenis zijn. „Heb ik dat gezegd over mezelf en Beethoven? Hhm. Klassieke componisten als Beethoven zijn het moeilijkst om te doen. Mahler noteerde zó veel in zijn partituren; daar ligt het voor het grijpen. Bij Beethoven, hoe kan ik dat onder woorden brengen.., bij Beethoven moet je meer zoeken tussen de noten. Elke serieuze musicus zal dat met me eens zijn. Ik heb in mijn jaren stijlen en uitvoeringen zien veranderen. Het oppoetsen van Beethoven door specialisten heeft zeker nut gehad. Het heeft geen zin om te roepen dat het allemaal onzin is. Het heeft mij aangezet tot nadenken en het heeft mijn kijk op Beethoven absoluut veranderd.”

Heeft Haitink, zoals veel mannen die ouder worden en geen vaste professionele verbintenissen meer hebben, heimwee naar zijn wortels?

„Als je geen verantwoordelijkheden meer hebt, wordt je visie wijder. Het gedoe mis ik zeker niet. In Chicago doe ik het uit vrije wil, ga naar proefspelen als ik er toevallig ben en geef geen ongevraagd advies. Ik merk dat advies op vrijwillige basis meer effect heeft, dan wanneer het van je verwacht wordt. Als je ouder wordt, ken je je begrenzingen beter. Ik ben niet makkelijk in confrontaties met autoriteit. Nu ik dat niet meer heb, voel ik me wel zo prettig. En terug naar mijn wortels? Ik ben de uitzondering die de regel bevestigt. Amsterdam trekt me helemaal niet. Mijn laatste rustplaats? Ik maak er niet zo’n punt van, maar ik denk niet dat die in Nederland zal liggen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden