Toch weer de straat op om heroïne te scoren

Beeld Patrick Post

Oude drugsproblematiek lijkt een beetje terug van weggeweest in Amsterdam nu de hoofdstad 's avonds geen medische heroïne meer uitdeelt. De gebruikers zijn niet meer de jongsten.

Twintig meter van een hip koffietent-terras in Amsterdam kijkt een vrouw met grijze haren en een hoog opgetrokken broek warrig om zich heen. Michael (51) ziet het vanachter zijn cappuccino en dichtgeslagen boek al rokend aan. Het is half vier in de middag en rond dat tijdstip kan hij hier elke dag oude bekenden uit de drugswereld zien langstrekken, op weg naar het GGD-pand aan het Weesperplein. Hij wijst naar de warrige vrouw: "Zij zit ook in het project".

Hij noemt 'het project' een godszegen, hij zit er zelf ook in, maar wat is het? Bij de Geïntegreerde Voorzieningen van de GGD kunnen zij en ruim honderd andere verstokte verslaafden sinds begin deze eeuw dagelijks medische heroïne roken in een bewaakt lokaal. Michael is zelf 35 jaar verslaafd aan de drug. Volgens hem kan de groep 'zeer kwetsbare mensen hierdoor weer redelijk goed functioneren in de samenleving'.

Althans, vóórdat de GGD afgelopen december besloot dat het niet meer uit kan om de heroïne drie maal daags te verstrekken. Er heerst personeelstekort, stelt de instelling. Niet iedereen mag het zomaar uitdelen, je moet goed opgeleid zijn om te weten wat te doen bij een overdosis.

Nachtrust

Daardoor krijgt Michael zijn 'medicijn' nu alleen nog om half tien 's ochtends en vier uur 's middags. Níet meer in de avond, terwijl hij die avondverstrekking nodig zegt te hebben om de nacht rustig door te kunnen komen.

Dat drie maal per 24 uur uitdelen onder toezicht begon in 2003, toen duidelijk begon te worden hoe groot de voordelen voor een stad eigenlijk zijn. In dat jaar had hoogleraar Wim van den Brink (UvA) net de resultaten binnen van zijn experiment in acht Nederlandse steden. "We begonnen daarmee in 1998, toen er nog veel meer overlast was op straat", zegt hij. "Veel diefstal en open drugs-scenes, plekken in grote steden die het grote publiek meed. De Wallen in Amsterdam, de passage onder het station in Utrecht maar ook het gebied achter het Rotterdamse Centraal Station."

Die overlast ga je tegen door het onder toezicht verstrekken van medische heroïne, schrijft Van den Brink in 2003 in medisch vakblad British Medical Journal. En het bevordert ook nog eens de gezondheid van de verslaafden, die nu een hogere kwaliteit drugs krijgen en geen rare fratsen hoeven uit te halen om eraan te komen.

Sterker: dat Nederland nu zo weinig drugsoverlast meer kent, komt naast betere huisvesting voor verslaafden zeker ook door de heroïneverstrekking, denkt de hoogleraar. Veel landen sloegen daarna dezelfde weg in - Canada, Duitsland, Engeland, België. Hij zegt dat drie maal daags toedienen waarschijnlijk het best is. "Al zou laat in de middag of begin van de avond misschien een tussenoplossing zijn."

 'Chasing the dragon'

Dat drugsgebruik in het GGD-pand bij het Weesperplein ziet er als volgt uit. In groepjes van zeven komen de gebruikers een speciale kamer binnen. Daar krijgen ze allemaal een stuk aluminiumfolie, heroïne, een aansteker en een buisje in de hand. Spuiten doet haast niemand meer, volgens hoogleraar Van den Brink slechts 5 tot 10 procent. Het roken heet 'chasing the dragon', de rookwalm (de draak) die na de verhitting opstijgt moet je met het rietje uit de lucht vangen om op te roken. Na een half uur moeten de cliënten hun portie op hebben, twee verplegers kijken al die tijd toe vanachter een glaswand.

Beeld Patrick Post

Maar de middag als laatste heroïnemoment is voor Michael te vroeg op de dag om die nacht rustig te slapen. "Ik val sinds de avondsluiting in december pas om één uur in slaap en word om drie uur alweer wakker. Spierpijn, een zere maag en een onrustig gevoel. Vanaf dat moment zit ik klaar tot ik om half negen 's ochtends weer heroïne mag roken." Hoe hij die tijd doorkomt? "Beetje lezen, beetje wandelen." Overdag slaapt hij veel om de onrustige nachten in te halen.

Michael is een wat atypische gebruiker, ziet er fit uit en draagt een korte broek en teenslippers. Hij wil niet met zijn achternaam in de krant, en wordt fel als je vraagt waarom dat is. "Jij kunt niet begrijpen hoe mensen tegen je aankijken als je een junk bent. Je bent automatisch een leugenaar, een dief. Vrouwen dumpen je zodra ze erachter komen. En als je baas ervan weet, kun je gelijk je biezen pakken. Maakt niet uit hoe lang je er al werkt of hoe goed je het doet."

Hij heeft tientallen jaren in de horeca gewerkt. Binnenkort hoopt Michael weer ergens aan de slag te kunnen, maar dat gaat alleen lukken als hij weer drie keer per dag heroïne mag roken.

Zuiver

Ironisch genoeg voelt de groep zich nu vooral afhankelijk van de GGD, vervolgt hij. Het spul daar is ontzettend zuiver. "Op straat is de heroïne ongeveer 70 procent minder sterk." Dat is precies de reden dat hij en de anderen bang zijn dat het project ooit stopt. Ze zijn nu hooked aan de sterke variant, kúnnen bijna niet meer terug de straat op. Zelfs als ze al geld hadden, zegt hij.

Medisch-ethisch is dit inderdaad niet te verkroppen, zegt hoogleraar Van den Brink. "Je biedt die mensen iets aan waar ze goed op reageren, waardoor ze het beter doen in de maatschappij. En dan zeg je ineens: 'Sorry joh, het gaat niet meer door'." Toch denkt hij niet per se aan onwil bij de GGD, hij wijst op de personeelstekorten die overal in de geestelijke gezondheidszorg aanwezig zijn.

Op het zonovergoten terras op het Weesperplein noemt Michael het een godswonder dat het hem al die jaren lukte te overleven zonder dit project. In de jaren tachtig gebruikte hij alles door elkaar, alles waar hij zijn hand op kon leggen. Alcohol, cocaïne, wiet. Hij staat nog helemaal van de kaart op fotoreportages van Paradiso in die tijd. Net als veel anderen begon ook hij als gevolg van een moeilijke jeugd. Met een vader die overleed toen hij anderhalf was en een door concentratiekampen getraumatiseerde familie. Uiteindelijk lukte het hem met alles te stoppen. Behalve met de heroïne.

Jatten bij de AH

Sinds die roerige jaren tachtig en negentig slinkt de groep gebruikers, ieder jaar overlijden er een paar zonder nieuwe aanwas. Volgens de cijfers van de GGD zijn ze gemiddeld 54 jaar oud, en Michael ziet dat ook bij die zeventig gebruikers in Amsterdam-centrum (de overigen van de in totaal 120 gebruikers gaan naar de GGD in Amsterdam Zuidoost).

"Dertigers zitten er amper tussen, hooguit een paar. Het begint een beetje in de veertig, maar het merendeel is goed in de zestig", zegt hij. "Sommigen zijn psychiatrisch patiënt, daar komt geen zinnig woord uit. En de meesten hebben wel een strafblad." Nu die zelf weer meer aan heroïne moeten komen, vervalt een deel volgens hem terug in oude, criminele gewoonten. Fietsen jatten, maar ook dingen uit Albert Heijn. Michael: "Die koop ik soms van ze over. Zij wat geld, ik goedkope producten." Er zitten ook écht ruige types tussen, weet hij, tot gewelddadige overvallers aan toe. "Maar die zijn nu dus in de zestig en fragiel. Ze zullen zo'n overval niet snel meer plegen, denk ik."

Straatcoach

Ron Huffman van de Cliëntenadviesraad in Amsterdam Zuidoost vreest de eventuele heropleving van de overlast ook. Ook in Zuidoost stopte de avondverstrekking afgelopen december. Huffman staat de gebruikers bij, onder meer als straatcoach. "In september vroeg ik bijna veertig van hen een enquête in te vullen, en de meesten verwachtten toch weer de straat op te moeten om te scoren."

Huffman herinnert zich nog goed hoe gevaarlijk het op sommige plekken was in de stad toen hij zelf nog verslaafd was, in de jaren negentig. "Een drama." Tegenwoordig is de ervaringsdeskundige alweer decennia clean.

Hij noemt het besluit van de GGD 'te gek voor woorden'. Volgens hem is de GGD niet rechtsgeldig bezig door zijn bindende advies tot heroverweging vanuit de Cliëntenadviesraad te negeren. Ook het ministerie van volksgezondheid en de Inspectie van Gezondheidszorg zijn het niet eens met het besluit. Die laatste onderzoekt momenteel de situatie om te kijken of die onverantwoord en risicovol is voor de cliënten.

Terug naar de centrumlocatie aan de rand van het Weesperplein. Om het half uur komen een paar mensen naar buiten die zojuist hun heroïne hebben gehad. Bedaarde gezichten, al danst eentje vrolijk in cirkels met een grote koptelefoon op zijn hoofd.

Een van de rustige types is Falix (63), die voor de ingang een sjekkie draait. Veertig jaar gebruikt hij nu, en sinds de avondsluiting scoort hij weer bij op straat. "Heroïne werkt maar zo'n zes uur, daar kom ik de nacht niet mee door." Dus nu belt hij weer met dealers om af te spreken. Bij hem thuis, of anders waar het de dealer uitkomt.

Dat kost hem ongeveer twintig euro per dag. "Van mijn uitkerinkie gaat dat niet lukken", zegt Falix in plat Amsterdams. Daarom pakt hij af en toe iets uit de Albert Heijn, of steelt hij een fiets. Dat hij er zo netjes en verzorgd uitziet - geschoren, nieuwe jas met daaronder een witte trui - helpt daarbij. "Zo word je toch iets minder snel gepakt", zegt hij.

De achternamen van Michael en Falix zijn bekend bij de redactie.

GGD herkent zich niet in de klachten

De GGD Amsterdam heeft eerder aangegeven zich niet volledig te herkennen in de klachten. Ziek worden van heroïnetekort is volgens een woordvoerder niet aan de orde, liet hij vorige week aan Het Parool weten. Volgens hem kunnen cliënten een hogere dosis krijgen in de middag als ze daarom vragen. Dezelfde woordvoerder laat nu weten er niet verder op in te willen gaan. "We maken een pas op de plaats. De laatste tijd krijgen we hier van veel kanten telefoontjes over, en al die aandacht maakt de cliënten alleen maar onrustiger."

Die aandacht kwam onder meer van SP-raadslid Nicole Temmink, die vorige week aan het stadsbestuur vroeg de verslaafden niet aan hun lot over te laten. "Intussen is al wel een half jaar bekend dat er een personeelsgebrek is en hebben we nog steeds geen oplossing", schreef ze toen. "Ik maak me zorgen over de signalen die we horen van belangenverenigingen."

En methadon dan?

Maar heroïneverslaafden krijgen toch gewoon methadon? Die andere opiaat stilt hun pijn toch, en vermindert afkickverschijnselen? Waarom dan ook nog medische heroïne uitgeven? Jawel, de gebruikers in het heroïne-project krijgen óók methadon, maar dat helpt volgens de verslaafden waarmee de krant sprak alleen tegen lichamelijke klachten. Het gaat pijn tegen, maar niet de onrust die hen belet in slaap te vallen 's nachts. Ze zitten nu juist in het medische heroïne-project omdat ze na jaren van methadontherapie alsnog niet van hun verslaving afkomen. Methadon is zelf ook erg verslavend.

Volgens hoogleraar Wim van den Brink die dit project ooit hielp opzetten, kan het kloppen dat methadon niet helpt tegen geestelijke onrust, maar verschilt het erg per persoon.

Lees ook: Het aantal drugsdoden in Nederland is verdubbeld: hoe kan dat?

Het aantal drugsdoden in Nederland is razendsnel gestegen. Dat komt onder meer door sterkere pillen. 

Lees ook: Kunnen drugs de nieuwe plofkip worden?

Recreatief drugsgebruik heeft maatschappelijke consequenties. Heeft een moreel appèl op gebruikers kans van slagen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden