Toch maar samenwerken, na dertig jaar oorlog

Vandaag tekenen twee gezworen aartsvijanden, Gerry Adams en dominee Ian Paisley voor een gezamenlijke regering voor Noord-Ierland. Na dertig jaar eindelijk vrede.

’Ik zal nooit met Gerry Adams om de tafel zitten”, zei Ian Paisly in 1997. Meer dan dertig jaar weigerde Paisley te onderhandelen met de terroristen van het verboden Republikeinse Leger.

Wat tot voor kort volstrekt ondenkbaar was gaat toch gebeuren. De voorheen strijdende partijen gaan samenwerken aan een betere toekomst voor de 1,7 miljoen inwoners van Ulster.

Op 26 maart werd in een historische ontmoeting tussen Adams en Paisley de datum geprikt. Morgen bevestigen de voormalige tegenstanders deelname een een gezamenlijke regering voor Noord-Ierland.

Met zijn onverzoenlijke taal –‘Nooit, nooit, nooit’ was één van zijn slogans’ – heeft de politieke hardliner Paisley zeker bijgedragen aan de historische concessies die de Republikeinen in de afgelopen tien jaar hebben gedaan. Uiteindelijk hebben die de weg gebaand voor gedeeld zelfbestuur: ontwapening van de Ira, afzweren gewapende strijd en erkenning van de politie.

Sinn-Féin leider Gerry Adams zegt dat hij juist door de onverdraagzame Paisley politiek actief is geworden.

„Door Ian Paisley vroeg ik me afhoe het kon dat een predikant naar de politie kon stappen om een vlag te verwijderen of dat hij het desnoods zelf zou doen.” Als zestienjarige jongen keek Adams naar de beelden van de rellen die onstonden toen in 1964 een ’sectarische anti-katholieke demagoog’ (Paisley was toen 38) de politie dwong de Ierse driekleur bij het hoofdkantoor van Sinn Féin in Belfast te verwijderen. Het klinkt enigszins ongeloofwaardig uit de mond van een man wiens grootvader actief lid was van een voorloper van de Ira, en van wie twee ooms en zijn vader Ira-lid waren. Zelf heeft hij het altijd ontkent, maar alom wordt aangenomen dat Adams tot 2005 lid was van de legerraad van de Ira. Overigens wordt niet Adams, maar Sinn Féin’s tweede man en oud Ira-leider Martin McGuinness vice-premier in de regering van Paisley. McGuinnees heeft toegegeven Ira-lid te zijn geweest.

De katholieke demonstraties voor gelijke rechten eind jaren zestig en de tegenprotesten van de protestanten mondden uit in de geweldsspiraal die Noord-Ierland meer dan dertig jaar in haar greep hield en die aan meer dan drieduizend mensen het leven kostte. Enkele weken na ’Bloody Sunday’ schoot het Britse leger 14 burgers dood tijden een demonstratie in Londonderry. De toenmalige Conservatieve premier Ted Heath plaatste Noord-Ierland onder direct bestuur vanuit Westminster.

Een eerste poging om gezamenlijk zelfbestuur te herstellen, de Sunnigdale-overeenkomst in 1973, mislukte.

Meer dan twintig jaar later zag de Conservatieve premier Major in dat, wilde de regering een einde maken aan de gewapende campagne van de IRA, er onderhandeld zou moeten worden met Sinn Féin, de politieke tak van de Ira. Onder Thatcher mocht de BBC niet eens Gerry Adams’ stem uitzenden. Dat ging met een voice-over.

Toen Tony Blair in 1997 aan de macht kwam, zette hij zich vol overgave in voor het vredesproces dat iedereen beschouwt als zijn belangrijkste – voor sommige zijn enige – wapenfeit. Een wapenstilstand volgde en in 1998 kondigde Blair het Goede Vrijdag-vredesakkoord aan. Er kwam een einde aan het geweld, maar het politieke gevecht dat zijn oorsprong vindt in confiscatrie aan het begin van de zeventiende eeuw, ging door.

Het nieuwe zelfbestuur van de Ulster Unionisten onder leider van David Trimble en de SDLP van John Hume was wederom gedoemd te mislukken. Paisley weigerde het vredesakkoord te ondertekenen, omdat hij ’geen zaken deed met terroristen’ (Sinn Féin) en de ontwapening van de IRA ging moeizaam.

Trimble en Hume kregen de Nobelprijs voor de Vrede, maar hun regering kwam in 2002 uitendelijk ten val na beschuldigingen dat een hoge Sinn Fein functionaris in het parlementsgebouw spioneerde voor de Ira.

Het waren vervolgens de veel radicalere partijen Sinn Féin en Democratische Unionisten van Paisley die de gematigde partijen in de daaropvolgende verkiezingen in 2003 vermorzelden. Jaren van onderhandelingen, gemiste deadlines en uiteindelijk nieuwe verkiezingen volgden voordat het lukte om een regering tussen deze gezworen aartsvijanden tot stand te brengen.

De Noord-Ieren zijn moe van het geweld. Ze zijn gewend geraakt aan de vrede en de economische voorspoed. Het is nu moeilijk voor te stellen dat het sectarische geweld weer zo kan uitbarsten als in de jaren zestig, maar onder de oppervlakte broeien er nog steeds spanningen.

In de achterstandsbuurten van Noord-Belfast leven protestanten en katholieken in strikt gescheiden enclaves naast elkaar. De bewoners moeten er niet aan denken dat de hoge afscheidingsmuren –vredesmuren genoemd- die het protestantste Shankill scheidt van het katholieke West-Belfast, wordt afgebroken. Slechts vijf procent van de kinderen in Noord-Ierland gaat naar gemengde scholen.

Vandaag lachen de hoofdrolspelers voor Stormont naar de camera’s, en misschien geven ze elkaar zelfs een hand. Maar temidden van alle euforie over een nieuwe stabiele toekomst voor Noord-Ierland waarschuwen de zussen van de twee jaar geleden door Ira-leden vermoordde Robert McCartney dat ’vrede en stabiliteit voor mensen als wij alleen komt als we gerechtigheid krijgen’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden