Toch is één moslimkoepel nog ver

Zeven grote islamitische raden praten vandaag met het Centraal Joods Overleg (CJO). De zeven raden deden gisteren in een verklaring afstand van elke vorm van geweld en agressie tegen joden. Deze bundeling van krachten komt juist in een tijd dat islamitisch Nederland zich hardop afvraagt of 'de illusie van een nationale koepelorganisatie' niet losgelaten moet worden.

Met de jongste actie hebben islamitische raden het onderlinge wantrouwen en de persoonlijke vetes voor een keer terzijde geschoven. De moslims hebben nu een gemeenschappelijk doel: met het Centraal Joods Overleg (CJO) praten, zodat het Israëlisch-Palestijnse conflict niet in Nederland tot geweld tegen de joodse gemeenschap leidt. In de verklaring sympathiseren de islamitische organisaties met de Palestijnen. ,,Wij verafschuwen het door de staat Israël gebruikte geweld tegen het Palestijnse volk.''

De verklaring is ondertekend door de Raad van Moskeeën, de Nederlandse Moslim Raad (NMR), Milli Gorüs Nederland, de Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland (Ummon), de World Islamic Mission en het Moslimiformatiecentrum (MIC). Een dergelijke eenstemmigheid is niet algemeen.

Hoewel Derwisj Maddoe, voorzitter van de NMR, de aanleiding voor het samenkomen van de raden betreurt, is hij optimistisch over de mogelijke uitkomst. ,,Deze bundeling zie ik als een stap in de richting van een koepelorganisatie.''

De overheid wil dat alle 700000 moslims in ons land zich verenigen onder een koepel. Zo krijgt de overheid -net als bij christenen, joden en humanisten- wat de islamitische gemeenschap betreft één aanspreekpunt waar collectieve zaken als een imamopleiding, geestelijke verzorging, vrijwilligerswerk en invalidenzorg efficiënt kunnen worden geregeld.

Nog altijd laat één koepelorganisatie, die alle in Nederland wonende moslims vertegenwoordigt, op zich wachten. De diverse islamitische raden zien elkaar als concurrenten. De meest representatieve organisatie en dus de gesprekspartner van de overheid, zal immers over politieke en financiële macht beschikken.

De voorzitter van de leerstoel islam aan de Universiteit van Amsterdam, Çoskun Cörüz, voormalig voorzitter van de Islamitische raad Nederland (IRN), vindt de houding van de overheid niet stimulerend voor islamitische organisaties. ,,De overheid eist één koepel, maar weet dat het voor de moslims in dit land als gevolg van etnische, taal- en cultuurverschillen bijna onmogelijk is zich te verenigen.

Çörüz noemt het idee van één koepel een illusie. ,,In elke moslimgroepering kun je het onderscheid maken tussen clubs die zich op het moederland oriënteren en groepen die dat niet doen. Ook komt het regelmatig voor dat de voorzitters van twee verschillende verenigingen niet met elkaar door één deur kunnen. Uit misplaatste loyaliteit wordt er dan niet samengewerkt.''

Naast de barrières die de verschillen in taal en cultuur opwerpen, zijn de moslims ook verdeeld in verschillende religieuze stromingen, rechtsscholen en mystieke ordes. Zo leven er in Nederland niet alleen soennieten en sji'iten, maar ook zijrichtingen als de ahmadiyyah (Ghanezen, Indonesiërs en Pakistanen) en de alevieten (Turken). Ook politieke bewegingen hebben in Nederland wortel geschoten. De bekendste daarvan is de Turkse Milli Gorüz (Nationale visie), sinds de vroege jaren tachtig hier actief.

Cultureel antropoloog Wasis Shadid van de Universiteit Leiden, noemde acht jaar geleden al één, landelijke koepelorganisatie onhaalbaar. Hij ziet zijn voorspelling tot nu toe bewaarheid. ,,Ook elders zijn moslims er niet in geslaagd zich onder één koepel te scharen.''

Shadid stelt dat binnen de Nederlandse moslimorganisaties persoonlijke belangen prevaleren boven het algemeen belang. ,,De huidige, oudere generatie is niet professioneel genoeg om een koepelorganisatie effectief te besturen.'' Shadid verwacht niet dat jongeren die taak op zich zullen nemen. ,,De secularisatie onder moslimjongeren neemt toe. Het stichten van één moslimkoepel is dus niet haalbaar,'' concludeert Shadid.

Maddoe gelooft wel in zo'n nationale koepel. Alleen heeft dat volgens hem tijd nodig. Hij vergelijkt de samenwerking tussen de verschillende islamitische organisaties met het huwelijk. ,,Je kunt niet zomaar trouwen. Je moet je eerst verloven om elkaar te leren kennen en kritiek op elkaar te leveren,'' stelt hij.

Om het gemeenschappelijke belang te dienen moeten, volgens Maddoe, de moslimorganisaties afstand doen van een stuk macht. ,,En daar wringt nu juist de schoen. Moslims kunnen dat moeilijk, omdat dit in hun ogen een loser-effect teweeg brengt.''

De versplintering binnen islamitisch Nederland voert terug op het verleden. Al in de vroege jaren negentig, toen Turkse en Marokkaanse raden als paddestoelen uit de grond schoten, tekenden de verschillen zich duidelijk af. En ze bestaan nog steeds. ,,Ze zijn op zich niet erg, maar moslims vertikken het om zich in elkaars achtergrond te verdiepen. Zo komen we geen stap verder,'' aldus Maddoe.

Door strijd om de macht is het islamitisch landschap regelmatig onderhevig aan organisatorische veranderingen. Neem, acht jaar geleden, de oprichting van de Islamitische Raad Nederland. Deze had een voorzitter nodig. Na veel gesteggel tussen de Turkse, Marokkaanse en Surinaamse blokken -respectievelijk de Islamitische stichting Nederland (ISN), de Unie van Marokkaanse moslimorganisaties in Nederland (Ummon) en de World Islamic Mission (Wim)- werd dat tenslotte de 36-jarige Coskun Cörüz, een Turk.

Maddoe: ,,De Turken probeerden de IRN te domineren. Ze wilden alleen de belangen van de grote moslimgroeperingen behartigen. En ze lieten zich teveel leiden door wat er in Turkije gebeurde. Daar lag hun loyaliteit, niet hier.''

Maddoe, destijds een van de sleutelfiguren, was het niet eens met de Turkse opstelling. Hij pleitte er voor om ook kleinere moslimgroepen -Nederlandse bekeerde moslims, Egyptenaren, Indonesiërs, Eritreërs- op te nemen. Ook wilde hij vrouwenorganisaties betrekken bij het IRN-beleid. ,,De islam maakt geen onderscheid naar cultuur of sekse.''

Toen dat niet lukte stapte Maddoe uit de IRN en richtte de Nederlandse moslimraad (NMR) op. Die houdt de deur voor alle moslims open. In de statuten is vastgelegd dat de banden van de aangesloten leden met het moederland geen invloed mogen hebben op de koers die de NMR vaart.

Maddoe: ,,De moslims die wij vertegenwoordigen moeten met beide benen in de Nederlandse samenleving staan en de hier geldende grondwettelijke bepalingen accepteren. Neem het homohuwelijk, goedgekeurd door een meerderheid van de Tweede Kamer. De islam verbiedt sodomie en dus verwerpen wij, moslims, zo'n huwelijk. Maar omdat we in Nederland leven, mogen we niet oproepen tot verzet. De gelijke behandeling van mensen ligt immers verankerd in de grondwet. De moslims in dit land, moeten een balans zien te vinden: enerzijds dienen we ons op de Nederlandse samenleving te oriënteren, maar anderzijds mogen we onze islamitische waarden en normen en het cultureel erfgoed niet overboord gooien.''

Inmiddels werd binnen de IRN Cörüz als voorzitter uit het zadel gewipt door E. Ates, leider van de Turks-islamitische culturele federatie (TICF). Twee jaar later werd deze opgevolgd door de Turkse imam Arslan Karagül.

De Turken gingen in 1997 hun eigen weg, overigens zonder formeel met de kwijnende IRN te breken. Ze richtten de Raad van Moskeeën op. Volgens Maddoe en anderen pretendeert deze raad alle moslims in ons land te vertegenwoordigen, zodat deze met de overheid in zee kan. ,,In werkelijkheid zijn de aangesloten gebedshuizen allemaal Turks.'' Een poging om de IRN in de Raad van Moskeeën te laten opgaan werd door Ummon (Marokkanen) en Wim (Surinamers) verijdeld.

Beide groeperingen zoeken nu voorzichtig toenadering tot Maddoe's NMR. ,,Ze zijn echter te trots om zich echt aan te sluiten bij een raad, waar ze zich voorheen tegen hebben verzet. Maddoe heeft de Raad van Moskeeën gevraagd een strategisch bondgenootschap aan te gaan. ,,Dat verzoek is afgewezen. De Raad van Moskeeën wil niets meer te maken hebben met islamitische organisaties, die 'iedereen maar opnemen'.''

Voorzitter Karagül van de Raad van Moskeeën ontkent de afwijzende houding die Maddoe hem verwijt. ,,Wij zijn niet tegen samenwerking onder één koepel, maar dan moeten we daarin wel een volwaardige stem hebben.''. Omdat meer dan 200 moskeeën aangesloten zijn bij de raad -de helft van alle moskeeën in Nederland- vindt Karagül dat dit gewicht in de schaal moet leggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden