’Toal van thoes’ klinkt in de kerk

¿Als je ¿Voader¿ zegt in plaats van ¿Vader¿, dan klinkt dat, hoe zal ik het zeggen, emotioneler.¿ (FOTO REYER BOXEM) Beeld reyer boxem

Aan Groningstalige kerkdiensten ontbrak jarenlang nog iets: een bijbelvertaling in het Grunnegers. Na vijfendertig jaar is die nu af.

Toen de Bijbel klaar was, ging Marten van Dijken eerst twee weken uitwaaien op Terschelling. Daar was hij na zoveel jaar wel aan toe. „Af en toe moest mijn vrouw tegen mij zeggen: er is méér in het leven dan die Bijbel.”

En dat is natuurlijk ook zo, glimlacht Van Dijken – gepensioneerd schoolbestuurder – in de kerkenraadskamer van de Nieuwe Kerk in Groningen. ’Nije Kerk in Stad’, zegt Van Dijken zelf. Want de Bijbel waar hij jaren vrije tijd in heeft geïnvesteerd, is de Biebel: een oecumenische bijbelvertaling in het Gronings, van Genesis tot Openbaring inclusief apocriefen. Deze zondagmiddag wordt er in een Grunneger Dainst uit gelezen.

De Biebel rolde dit najaar van de persen, nadat tientallen vrijwilligers er 35 jaar aan hadden gewerkt. Ze waren allemaal de jongste niet meer, zegt Van Dijken, die het vertaalproject coördineerde. Sommige vertoalers hebben de dag dat de Biebel kloar was niet meer meegemaakt.

Van Dijken slaat de Biebel open en leest een gedeelte voor uit Matteüs, dat aansluit bij deze eerste zondag van advent. In het Nederlands staat daar dat Johannes de Doper optrad in de woestijn van Judea en verkondigde: ’Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ In het Gronings wordt dat: ’Mensken, begunt n nij levent. t Hemels Keunenkriek is stoefbie.’

De Biebel is een succes, zegt Van Dijken. De eerste druk van drieduizend exemplaren is uitverkocht, een tweede druk moet nog dit jaar verschijnen. „En toch zijn er mensen die zeggen: mien toal is t nait.”

Dat komt, zegt Van Dijken, omdat er niet zoiets bestaat als standaard-Gronings. Het dialect van het Westerkwartier verschilt van dat van de Stad, en op het Hogeland spreken ze anders dan in de Veenkolonieën. Het zit ’m vaak in kleine dingen: in de ene streek zeggen ze ’krek’ voor ’net zoals’, en ergens anders weer ’liek’. En de een zegt ’zok’ voor ’zich’, een ander ’heur’. In de Biebel kwam volgens Van Dijken de variant terecht die in de meeste streken gangbaar is. „Eigenlijk hebben wij het ABG uitgevonden: het Algemeen Beschaafd Gronings.”

Daar komt voorgangster Graddie Meijer binnen. „Het Groningse woord voor kansel? Weet ik niet”, bekent ze. „Preekstoul of zoiets? Geen idee. Maar ik ga er ook nooit op staan. Dan voel ik me zo verheven, terwijl ik vind dat er in de kerk geen afstand moet zijn.”

Dat geldt wat Meijer betreft ook voor de taal. „Laten we in de kerk niet de Tale Kanaüns spreken, maar onze eigen taal. De taal van het hart.”

Ze had het van tevoren nooit verwacht, zegt Meijer, maar toen ze voor het eerst in de Biebel las, maakte dat meteen veel indruk. „Als je hardop leest en dan ’Voader’ zegt in plaats van ’Vader’, dan klinkt dat, hoe zal ik het zeggen, emotioneler.”

Meijer is pas sinds kort betrokken bij de Grunneger Dainsten. Sommige Groningers fronsten de wenkbrauwen toen ze hoorden dat de voorgangster in Heerenveen woont. Een Friese dominee in een Groningse dienst? Die zorg verdween toen bleek dat Meijer opgegroeid is in Veendam, en dat haar vader ’domie Moaijer’ meegewerkt heeft aan de Groningse bijbelvertaling.

Inmiddels druppelen de eerste bezoekers de Nieuwe Kerk binnen. Een klein groepje fijnproevers heeft regen en ijzel getrotseerd.

Bruiers en zusters, slim welkom”, zegt Marten van Dijken. „In dizze dainst in toal dij moeke ons leerd het.

Vanaf de voorlaatste kerkbank taxeert de koster het publiek. „Dit is een ander slag mensen”, ziet hij in een oogopslag. „Wainig aigen volk.

Graddie Meijer pakt haar preek niet anders aan, zegt ze, nu ze die in het Gronings houdt. Ze begint altijd graag met een gedicht, maar er is weinig Groningse religieuze poëzie. Daarom citeert ze vandaag een paar regels uit een lied van de in Groningen wereldberoemde Ede Staal: ’t Het nog nooit, nog nooit zo donker west / Of ’t wer altied wel weer licht.

Het optimisme en de hoop die daaruit spreekt, past volgens de voorgangster precies bij de hoop die wordt verwoord in de bekende adventtekst van de profeet Jesaja, over de wolf die zich naast een lam zal neerleggen, de koe en de beer die samen grazen en de zuigeling die zal spelen bij het nest van een adder. Had Jesaja Gronings gesproken, dan had hij gezegd: ’Wolf en laam verkeren mit nkander, koukaalf en laiwejong vreten gras mit zien baaident op vetwaaide: n leujong kin der wel op pazen. Koubaist en berewiefke worden kammeroadskes, laankoet liggen heur jongen bie nkander, laiw vret hooi net as os. n Lutje potje zit te speulen bie adder zien hool, n beudeltje stekt haand in slaang zien nust.’

Graddie Meijer: „Als Messias Jezus komt, wordt de donkere wereld licht. Doar kin je op reken.”

Na de collecte (’buul gait rond’) en de zegen knopen de kerkgangers hun jassen weer dicht. Een bezoeker uit Winschoten slaat zijn liturgieboekje dicht. Hij schudt zijn hoofd: in het slotlied staat het Nederlandse woord ’geloof’. Dat kan niet kloppen.

Hij schiet bij de uitgang Graddie Meijer aan. Die geeft hem gelijk.„Volgens mie mout dat ’geleuf’ wezen”, zegt ze.

Mainde ik al”, zegt de Winschoter. „En mien vraauw zee t ook al.”

Dit was zijn eerste Grunneger Dainst, zegt de man. En nee, het was voor hem niet anders dan een dienst in het Nederlands. „t Was hail gewoon. Zo proaten we thoes ook.”

(Trouw) Beeld reyer boxem
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden