Tjeerd Brouwer 1922-2008

(\N)

Diploma’s had hij niet, maar de werkhanden van koster Brouwer waren zijn getuigschrift. Eens per jaar was híj de baas – niet de pastoor.

Geboren in 1922 in het dorpje Burgwerd, ten noorden van Bolsward, in een katholiek gezin met elf kinderen, ging Tjeerd Brouwer, zoals veel leeftijdgenoten, na zijn lagere schooltijd werken bij de boer. Bij een van zijn werkgevers, Piet Hettinga, deden paarden het zware werk op het land. Van die tijd dateert ook zijn liefde voor het traditionele klassieke Friese paard.

Na de oorlog – Brouwer was nog steeds frij feint – ontmoette hij Agatha Jellema uit Bolsward. Het klikte tussen die twee en in 1952 trouwden ze; hun gezin zou worden gecompleteerd door twee zoons, Albert en Johan, en een dochter, Gea.

De toenemende mechanisatie op de boerderij deed Brouwer echter meer en meer naar iets anders uitkijken. Maar wat? Naast zijn gewone werk vervulde hij het kosterschap op vrijwillige basis in de kleine katholieke kapel die in 1950 in Burgwerd was gebouwd. Hij voelde zich bijzonder verbonden met de klassieke Romeinse liturgie, met haar symboliek en rituelen. Toen er in 1963 bij de veel grotere, bijna 2000 zielen tellende St. Mattheüsparochie in Joure een fulltime koster werd gevraagd, besloot Brouwer te solliciteren. Toen hij geen reactie ontving, vreesde hij dat zijn brief niet was aangekomen. Hij vroeg boer Hettinga om een vrije middag, trok zijn zondagse pak aan en reisde naar Joure, waar hij zich bij de pastorie meldde. De plaatselijke pastoor deelde hem mee dat hij zich niet bij de serieuze gegadigden bevond, omdat hij geen enkel diploma bezat. Brouwer liet toen zijn grote werkhanden zien en sprak de legendarische woorden: „Dít zijn mijn diploma’s, en ik heb al gezien dat de pastorietuin wel een opknapbeurt kan gebruiken”. Hij kreeg de baan.

In de kwart eeuw van zijn dienstverband werd koster Brouwer voor veel parochianen, maar ook voor menig niet-katholiek, het gezicht van de Jouster parochie. Niet alleen diende hij bij talloze misvieringen, doopdiensten en uitvaarten, hij zorgde ook voor het onderhoud van kerk, tuin en kerkhof en verzorgde tevens de tuinen van de vier katholieke scholen en het verzorgingstehuis St. Theresia. In de zomer zat hij in korte broek en met ontbloot bovenlijf op zijn grasmaaier in de grote pastorietuin en voerde op luide toon gesprekken met wie er ook maar voorbij kwam, daarbij gevraagd én ongevraagd adviezen over de meest uiteenlopende zaken verstrekkend, niet zelden gekruid met een flinke dosis (roomse) humor. ’s Zondags liep hij met het gezicht ’in de plooi’ in superplie door de kerk, zodat bezoekers uit andere plaatsen hém dikwijls voor de pastoor hielden.

Ondertussen zorgde Tjeerd Brouwer er wel voor dat de Jouster parochiekerk er steeds piekfijn uitzag. Waar in het tijdperk na het Tweede Vaticaanse Concilie het Rijke Roomsche Leven van weleer afbrokkelde, de pastoors minder gezichtsbepalend werden en de liturgie versoberde, bleef Brouwer de traditionele lijn trouw en ’gedoogde’ met grote moeite vieringen in een moderner jasje. De (oecumenische) volkskerstzangdienst in ’zijn’ kerk was een jaarlijks terugkerend hoogtepunt voor de koster, die dan nog eens extra zijn best op versiering deed.

Dat de parochie blij met Brouwer was, blijkt uit een brief van het kerkbestuur. De boekhouder van het bisdom Groningen had zich afgevraagd of Joure wellicht „op te grote voet leeft” en noemde in dat verband het hebben van een koster „een nogal kostbare luxe, welke mede op grond daarvan niet subsidiabel is”. Het kerkbestuur rekende voor dat zijn koster taken had „die niet door tien vrijwilligers zijn uit te voeren” en kwam tot de conclusie dat „uw opmerking over ’leven op te grote voet’ in dit kader onverwerkbaar [wordt]”.

Maar niet alleen in de parochie, ook bij de Jouster jeugd nam Brouwer een bijzondere positie in. Sinterklaas vertoonde bij nauwkeurige beschouwing namelijk een opvallende gelijkenis met dy koster fan ’e roomse tsjerke’. Eén keer had Brouwer daarbij zijn ’baas’, pastoor Mets, te pakken. Deze was niet gespeend van ijdelheid en zijn parochianen zeiden soms gekscherend: onze pastoor wordt misschien nog eens bisschop. Op de avond voor zijn intocht als Sinterklaas zei Brouwer, die dit verhaal kende, tegen Mets: „Morgen ben ik, wat ú zo graag had willen zijn!”

Maar ook ’bisschop’ Brouwer kon het teruglopende kerkbezoek in de katholieke kerk niet stoppen. Na zijn pensionering in 1987 werd zijn werk langzamerhand door vrijwilligers overgenomen. De laatste jaren raakte hij wat vereenzaamd, eerst na het overlijden van zijn vrouw in 2006, daarna door afnemende gezondheid. Na een val werd hij ten slotte in een plaatselijke zorginstelling verpleegd.

De uitvaart van Tjeerd Brouwer begon op de boerderij van zijn dochter, vanwaar hij op een boerenwagen, natuurlijk getrokken door twee Friese paarden, voor het laatst naar de St. Mattheüskerk werd gereden. De cirkel was daarmee rond voor ’deze arbeider op het veld én arbeider in Gods wijngaard’, zoals het gedachtenisprentje vermeldt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden