’Titelmisbruik is goed voor de kassa’

’Heel blij’ is Michel Cromheecke, plastisch chirurg in Leeuwarden en bestuurslid van de Nederlandse vereniging voor plastische chirurgie (NVPC), met de berisping die Robert Schoemacher van het Medisch Tuchtcollege krijgt.

„Het is fraaie jurisprudentie. Ik hoop dat dit een waarschuwing is voor de andere artsen die zich ten onrechte cosmetisch of esthetisch chirurg noemen.”

De NVPC schat dat dit er ’zeker enkele tientallen’ zijn: vooral basisartsen die hun titel opwaarderen, en een klein aantal dermatologen. „Schoemacher is hier slechts een exponent van; als hoge boom vangt hij nu toevallig de wind.”

Schoemacher mag zijn vak blijven uitoefenen en krijgt ook geen geldboete. Wel is ’berisping’ een vrij zware sanctie, het Tuchtcollege had ook kunnen kiezen voor de mildere maatregel van ’waarschuwing’.

Toch blijft hiertegen optreden moeilijk. „Als opnieuw een basisarts zich zo noemt, moeten we weer naar het Tuchtcollege”, zegt Cromheecke. „Ik ga ervan uit dat dokters een berisping zeer ernstig vinden, ik zelf zou ervan wakker liggen, maar waarschijnlijk zijn er mensen in deze branche die dat voor lief nemen. Laten we eerlijk zijn: het betreft niet de meest integere dokters.”

Nergens in Nederland wordt geregistreerd hoeveel artsen zich ’cosmetisch’ of ’esthetisch chirurg’ noemen; het is immers een niet-bestaand dus ook niet wettelijk beschermd specialisme. Daarom heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg ook geen zicht op de kwaliteit van die ’cosmetisch chirurgen’.

Cromheecke: „Degenen die wij op het spoor komen, vinden we min of meer toevallig via advertenties of het internet. We hebben er een paar aangesproken via onze advocaat. Die hebben eieren voor hun geld gekozen. Maar we kunnen niet al die dokters apart benaderen.”

De NVPC probeert het fenomeen van titelmisbruik civielrechtelijk aan te laten pakken. „Wij willen een juridische uitspraak dat dokters die zomaar hun titel opwaarderen, daarvoor vervolgd kunnen worden. Dán moet je als arts wel heel koppig zijn om ermee door te gaan.”

Wat deze selfmade chirurgen drijft, is volgens Cromheecke simpel: geld. „Business. Klanten werven. Het klinkt natuurlijk goed: ’esthetisch chirurg’. Maar het woord chirurg staat voor een gedegen opleiding van zes jaar, en die hebben zij niet genoten.”

Pure misleiding van patiënten dus, zegt de plastisch chirurg. „En wij zien daar de ellende van. Verkeerd uitgevoerde ooglidcorrecties; een facelift die is mislukt waardoor iemand vreselijke littekens in het gezicht heeft.”

Dat Schoemacher volgens het college het vertrouwen in de ’echte’ plastische chirurgie ondermijnt, beaamt Cromheecke. „Plastisch chirurgen worden vaak nog gezien als mooi-snijders. Wij willen dat beeld graag veranderen. Hooguit 30 procent van ons werk bestaat uit esthetische chirurgie, verder herstellen wij brandwonden of huidkankers. We zijn volwaardige chirurgen, maar dat beeld wordt door mensen als Schoemacher vertroebeld. Hij is geen reclame voor het vak.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden