Titel als pleister op olympische wond

Sven Kramer werd dit weekeinde voor de vierde keer in zijn loopbaan wereldkampioen allround. Het was een pleister op de wond van een deels mislukt seizoen.

Hij had er tijdens de afsluitende tien kilometer nog een paar keer aan gedacht. Aan die race in Vancouver en aan de wissel die zijn olympisch seizoen vergalde. Sven Kramer noemde het gisteren een ’te grote klap om zomaar voorbij te laten gaan’. Op het moment dat hij tijdens de ’tien’ van baan wisselde, gingen de gedachten soms even terug naar 23 februari en vroeg de Fries zich af of hij nog wel in de goede baan schaatste. „Maar van baan wisselen is een automatisme. Tot je daaruit wordt gehaald.”

Kramer maakte in Heerenveen geen fouten. Hij werd voor de vierde keer op rij wereldkampioen allround – en veroverde daarmee een plaats in de geschiedenisboeken van de sport. Niet eerder slaagde een schaatser erin om vier opeenvolgende keren een WK te winnen. Rintje Ritsma en de Noor Ivar Ballangrud werden ook vier keer kampioen, maar niet in achtereenvolgende jaren. De Noor Oscar Mathisen en de Fin Clas Thunberg hebben het absolute record in handen; zij werden vijf keer wereldkampioen allround.

Het record verzachtte de pijn van de gemiste olympische medailles enigszins zei Kramer na afloop van het toernooi. „Dit was natuurlijk niet het hoogtepunt van het seizoen; dat lag in Vancouver. Daar ging het niet zoals ik had verwacht. Dat ik nu vier keer wereldkampioen ben geworden is wel mooi. Ik ben blij dat ik het seizoen op deze manier heb kunnen afsluiten. Daarbij ben ik wel Europees- en wereldkampioen geworden en ben ik olympisch kampioen op de vijf kilometer. Zo slecht was het dus allemaal niet.”

Met de titel bevestigde Kramer zijn status als beste allrounder van de wereld nog maar eens; eerder dit seizoen werd hij ook al voor de vierde keer op rij Europees kampioen. De laatste acht titeltoernooien kwam vrijwel niemand in de buurt van Kramer. De Fries wil die lijn de komende jaren – in de aanloop naar de Spelen van Sotsji – doortrekken, al zal hij komende zomer niet alles op alles zetten om aan het begin van volgend seizoen direct in topvorm te zijn.

Kramer gaat de komende weken rust nemen. Eerder liet hij al weten dat hij er wellicht zelfs een paar maanden tussenuit knijpt. Uit voorzorg: „Ik wil gewoon niet over twee jaar uitgeblust zijn. Ik denk nu niet aan de korte termijn. Ik wil met een fris en uitgerust lijf aan de volgende vier jaar beginnen.” De schaatser zal wellicht zelfs af en toe een toernooi of een wedstrijd laten schieten. „Maar als ik aan een WK of EK meedoe wil ik wél winnen. Ik zal wat meer de hoogtepunten uitzoeken.”

In Heerenveen ondervond Kramer de laatste dagen nog enige hinder van de naweeën van een longontsteking en een infectie aan de luchtwegen. Op de eerste dag (vrijdag) kon hij daardoor op de vijf kilometer niet voldoende afstand nemen van de concurrentie. Vooral de jonge Amerikaan Jonathan Kuck bleef daardoor het hele toernooi een lastige tegenstander. Pas op de tien kilometer nam Kramer definitief afstand, daarvoor ging de 20-jarige schaatser nog aan de leiding in het klassement. Kramer volbracht de laatste afstand in een tijd van 12.57,98. Kuck finishte in 13.15,62 en veroverde verrassend de zilveren medaille.

Kuck lijkt daarmee een factor om in de toekomst rekening mee te houden, al hield hij zelf een slag om de arm. Hij wil eerst zijn school afmaken voordat hij zich volledig op de het langebaanschaatsen zal storten. Kuck: „Schaatsen is leuk, maar mijn school is ook belangrijk. Als ik een beetje mijn best doe ben ik over tweeënhalf jaar klaar met mijn opleiding en kan ik me daarna gaan richten op de Spelen van Sotsji. Aan de andere kant heeft dit weekeinde me ook wel aan het twijfelen gebracht. Maar zoals het er nu uitziet zal ik terug naar school gaan en me de komende tijd vooral bezig houden met shorttrack. Binnenkort neem ik daarover een definitieve beslissing.”

Havard Bükko werd in Heerenveen derde, vóór de Nederlanders Ted-Jan Bloemen en Jan Blokhuijsen. Wouter Olde Heuvel legde beslag op de zevende plaats. Kramer zag het uiteindelijk met een glimlach aan. Ondanks zijn ziekte en de teleurstellingen op de Olympus werd hij ’gewoon’ wereldkampioen. „Ik was vooraf nerveus, omdat ik niet wist hoe mijn lijf zich zou houden. Ik ben in het toernooi gegroeid en ben blij met het resultaat. Welk record ik nu nog wil breken? Dat is de eerste drie jaar niet belangrijk. En daarna gaan we wel weer eens zitten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden