Tiran en toch bewierookt

"Wat een roman is mijn leven toch!", schreef Napoleon Bonaparte (1769-1821) toen hij in zijn laatste ballingsoord Sint-Helena terugkeek op zijn leven. En dat was het! Hoewel een fictieschrijver zo'n vol en avontuurlijk leven misschien niet eens zou durven verzinnen, omdat lezers het te onrealistisch zouden vinden.

Zo'n driehonderdduizend boeken zijn er inmiddels over alleen al deze historische figuur geschreven. Tweehonderd jaar na zijn Waterloo zijn dat er extra veel, waaronder twee biografieën van Belgische auteurs, Bart Van Loo en Johan Op de Beeck.

Stof te over. Afkomstig uit een betrekkelijk eenvoudige, nota bene Corsicaanse familie wist Napoleon in de roerige tijd van de Franse Revolutie snel door te stoten naar de hoogste regionen van het leger. Kort daarna greep hij de macht in zijn land om zichzelf na enkele jaren tot keizer te kronen. Ook daarna trok hij zelf naar de slagvelden, waar hij zich in veel gevallen liet kennen als een geniaal strateeg.

Hij combineerde een dictatoriaal optreden met juridische hervormingen. Zijn Code Civil was een uiterst modern wetboek, dat burgers voor die tijd behoorlijk wat rechten gaf. Napoleon besefte de betekenis ervan. "Niet mijn vijftig overwinningen op het slagveld vormen mijn ware glorie", zei hij op Sint-Helena. "Wat nooit weggevaagd zal worden, wat eeuwig zal leven, is mijn Code Civil."

En dan was er nog het tumultueuze persoonlijke leven. Napoleon groeide automatisch uit tot het hoofd van zijn familie. Broers en zussen werden zijn politieke instrumenten. Ze dienden te trouwen met degenen die hij voor hen uitzocht. In een later stadium kreeg hij nog heel wat met ze te stellen. In de koninkrijken die ze kregen toebedeeld voeren ze een al te eigenzinnige koers. En veel leden van de clan waren uit op een steeds groter stuk van de taart die zij onderling mochten verdelen. Elk stuk macht en luxe leek naar meer te smaken.

Behalve meer dan zestig maîtresses had Napoleon twee echtgenotes. Joséphine de Beauharnais was zijn grootste liefde, maar ook zij leek soms meer uit op aanzien en rijkdom dan op zijn genegenheid. Omdat ze de keizer geen kind kon schenken werd ze uiteindelijk aan de kant geschoven. Een actie die werd toegejuicht door haar schoonfamilie, die haar hartgrondig haatte.

Zijn tweede echtgenote was Marie-Louise, de achttienjarige, maagdelijke dochter van de Oostenrijkse keizer. Het meisje had als kind een van haar lievelingspoppen verbrand, toen Napoleon haar land binnenviel. "Ik hoop dat hij wordt opgestookt, die vuile Corsicaan", zei ze erbij.

Vier jaar later rukte Napoleon nog eens op naar Wenen. Marie-Louise noemde hem nu de "Antichrist, aan het hoofd van een leger dat oorlog voert zoals de Hunnen". Kort daarna werd ze voor de lieve vrede uitgehuwelijkt aan die duivel. De aanstaande echtgenoot sprak ook al weinig vleiende woorden: "Ik trouw met een buik." De felbegeerde zoon kwam er en de relatie bleek uiteindelijk ook nog aardig liefdevol.

Schrijver en conferencier Bart Van Loo schreef eerder een trilogie over Frankrijk, waarin hij cultuurgeschiedenis verweefde met reizen, eten en erotiek. In 'Chanson' gebruikte hij bekende en minder bekende Franse liedjes voor een alternatieve geschiedschrijving. Met dat thema maakte hij ook naam als onstuitbare spraakwaterval en enthousiasteling bij het tv-programma 'De Wereld Draait Door'.

Van Loo schakelt gelukkig een versnelling lager voor zijn beschrijving van het leven van Napoleon. Wel houdt hij zijn aangenaam lichte en soms humoristische toon. De Belg vond in de bestaande literatuur te weinig terug over

de wisselwerking tussen de kleine Corsicaan en de Franse Revolutie. Maakte hij een einde aan die omwenteling, vervolmaakte hij die of hielp hij hem haar naar de verdoemenis?

Een ondubbelzinnig antwoord kan ook Van Loo niet geven. Napoleon bouwde voort op de erfenis van de revolutie en presenteerde zoals eerder gezegd een hoogst moderne wetgeving waar veel landen nog jaren op zouden teren, de Code Civil. Tegelijkertijd draaide hij op andere momenten de klok weer terug, had hij niet zo veel op met vrijheden en minachtte hij het gepeupel.

Van Loo durft kritisch te zijn over zijn hoofdpersoon. Hij becijfert het aantal slachtoffers van Napoleons oorlogen op 3,25 miljoen mensen. Dat wringt met kritiekloze verering, met Napoleon als merk voor zuurtjes, sterke drank en talloze andere producten. Iets van de betovering die deze man bij leven wist op te roepen, is kennelijk blijven bestaan. Wellicht is het ook de kracht van het verhaal: parvenu schopt het tot keizer. Napoleon voorspelde het zelf al op Sint-Helena: "Elke dag verdampt de herinnering aan mijn tirannie een beetje meer."

Van Loo gebruikt het eerste kwart van zijn boek vooral voor een beschrijving van de Franse Revolutie. Voor het leven van Napoleon blijven dan nog maar zo'n driehonderd pagina's over. Dat is weinig in zijn geval. Een geniaal historicus kan in kort bestek alle langschrijvers kloppen. Sebastian Haffner lukte het met zijn boek over Winston Churchill. Van Loo is geen Haffner. De Napoleon van de welbespraakte Belg blijft wat schetsmatig, en de biografie heeft soms wat slordigs door lange-halen-snel-thuis-redeneringen en onder meer het opvoeren van een anachronisme als het telegram.

Johan Op de Beeck, voormalig journalist en oud-manager van Canvas, het Vlaamse tweede tv-net, vindt dat veel van de Napoleon-literatuur is geschreven vanuit vooringenomenheid (juist ook tegen Bonaparte) en niet vanuit waarheidsdrang. Hij streefde naar serene en onpartijdige geschiedschrijving. Tegelijkertijd wilde hij de mensen in de omgeving van Napoleon uitlichten. Volgens Op de Beeck wordt zijn bewind te vaak voorgesteld als een eenmansonderneming. Maar alles wat in 'zijn' jaren tot stand werd gebracht, was niet het werk van Bonaparte alleen. De oud-journalist nuanceert het beeld van Napoleon als eeuwige onruststoker en liefhebber van oorlog: alleen al in zijn drie jaar als eerste consul sloot hij zestien vredesverdragen.

Op de Beeck gunt zijn hoofdfiguur met twee dikke delen het volle licht. Dat doet recht aan een rijk en vol leven. De toon van deze auteur is bij tijd en wijle echter enigszins braaf en bewonderend.

Op de Beeck zit bovendien wel erg kort op het levensverhaal. De analyse en synthese moeten grotendeels wachten tot aan het einde van deel twee. Van deze twee biografieën is die van Op de Beeck niettemin de beste.

Ondertussen zal Napoleon misschien wel altijd iets ongrijpbaars houden. Schrijver Honoré de Balzac wierp al in de jaren dertig van de negentiende eeuw de retorische vraag op: "Wie zou ooit Napoleon kunnen verklaren, beschrijven of begrijpen?"

Johan Op de Beeck: Napoleon. Deel 1 - Van strateeg tot keizer. Manteau, Antwerpen; 496 blz. euro 24,99

Deel 2 - Van keizer tot mythe. 802 blz. euro 29,99

Bart Van Loo: Napoleon. De schaduw van de revolutie. De Bezige Bij, Antwerpen; 496 blz. euro 24,99

Tweehonderd jaar na zijn ondergang bij Waterloo herrijst Napoleon in twee nieuwe Belgische biografieën

Napoleons propaganda

Een bijzonder man was hij. Maar Napoleon Bonaparte maakte zichzelf graag nog iets bijzonderder. Al vroeg in zijn loopbaan begreep hij het belang van een uitgekiende propaganda. Zo liet hij tijdens zijn veldtochten in Italië krantjes en pamfletten verschijnen die zijn militaire grootheid roemden. Napoleon was volgens deze geschriften een man die "even snel is als de bliksem en slaat als de donder. Hij is overal en ziet alles." Kunstenaars verbeeldden hem als een machtig veldheer.

Vanaf het moment dat Napoleon regeringsmacht naar zich toe begon te trekken, zorgde hij er wederom voor dat zijn pr op orde was. Neem alleen al de naam van de krant die hem vanaf 1797 verheerlijkte: Journal de Bonaparte et des hommes vertueux (krant van Bonaparte en van de deugdzame mensen). De zuiverheid van de generaal moest contrasteren met de corruptie van het regerende Directoire.

Plaatjes deden de rest. Hoewel zelf nog geen staatshoofd, figureerde Napoleon op prenten en gravures als een soort vader des vaderlands: een bovenmatig geïnteresseerde bezoeker van bedrijven en grote werken, die de mensen daar ook nog eens van nuttige tips voorzag.

Als veldheer was hij vaak soldaat onder de soldaten en daardoor uiterst geliefd bij zijn troepen. In de propaganda werd zijn band met de manschappen nog eens uitvergroot.

Schilders namen soms een loopje met de waarheid. Paul Delaroche vereeuwigde Napoleons overtocht over de Alpen redelijk realistisch: een man in een grijze jas reed op een ezel over smalle paden. Jacques-Louis David verzorgde de heroïsche versie: Bonaparte in gala-uniform op een steigerend wit paard in een machtig berglandschap.

Napoleon besteedde zelf een groot deel van de laatste jaren van zijn leven aan het dicteren van zijn memoires. Op zijn laatste ballingsoord Sint-Helena putte hij aan een stuk door uit zijn herinnering. "Als een bol rijgdraad die werd afgewikkeld, liet hij onstuitbaar de geschiedenis over zijn lippen rollen", schrijft biograaf Op de Beeck. Het was aan Napoleons medewerkers om het allemaal op te schrijven. "De echte waarheden zijn moeilijk te vinden in de geschiedenis", wist Bonaparte. Volgens hem was er sprake van een eeuwig durend debat met tegenstrijdige visies. En als men het al eens kon worden over één historische waarheid, dan was dat in wezen niets meer dan een afgesproken fabel. Er was hem veel aan gelegen om zijn versie de boeken in te krijgen.

De verslagen Napoleon bij zijn troonsafstand in 1814, voordat hij naar Elba werd verbannen. Na zijn glorieuze terugkeer vond hij een jaar later alsnog zijn Waterloo. (olieverf op doek door Paul Delaroche, 1845).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden