Tineke Ceelen Niks doen maakt medeplichtig

Tineke Ceelen (Lith, 1963) is directeur van Stichting Vluchteling. Eerder werkte ze voor Memisa, SNV en het Rode Kruis. Ze woonde langere tijd in Tibet en Kameroen.

I Gij zult de here uw god aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten
"Mijn ouders wilden graag dat Agnes katholiek gedoopt zou worden en haar Tibetaanse vader vond dat ze via een Tibetaans ritueel moest worden opgenomen in de Boeddhistische gemeenschap. Ik geloof niet in God, of in Boeddha, maar ik zag ook geen reden om hier pontificaal voor te gaan liggen. Ik vind het idee dat mijn dochter ergens bij hoort heel belangrijk. In zekere zin hoor ik zelf ook nog bij de katholieke kerk. En bij de gemeenschap van het dorp waar ik geboren ben, bij de gemeenschap Nederland, bij de gemeenschap hulporganisaties; die verbindingen vormen mijn identiteit. Daar haal ik mijn zekerheid, mijn bescherming vandaan. Ik geloof niet in een hogere macht. Ik geloof in de mens."

II Gij zult de naam van de heer uw god niet zonder eerbied gebruiken
"Soms gebruik ik een lelijke krachtterm, maar ik vind dat ik het niet zou moeten doen. Ik heb veel moeite met de verruwing van onze maatschappij. Vooral op Twitter wordt met de meest verschrikkelijke ziektes gesmeten, mensen zijn er echt op uit om anderen pijn te doen. Of om dingen stuk te maken. Het heeft vast iets te maken met de verregaande individualisering van de samenleving; het is ikke, ikke ikke en daarna o, ja, komt de rest ook nog. Volgens mij moeten we onze kinderen weer leren dat ze niet alleen zijn, leren om samen te zijn, leren te respecteren wat een ander gelooft, denkt of doet. Niet alleen thuis, of op school, maar ook op straat moeten we jongeren durven aan te spreken op hun gedrag. Neem nou die hekken gooiende jongeren in Haren ('Project X Haren', het uit de hand gelopen feest op 21 september 2012, AV). Daar zit je toch met verbijstering naar te kijken? En heb je gehoord dat ze, geloof ik, maximaal vijfhonderd euro boete hebben gekregen? Vijfhonderd! Dat staat toch helemaal niet in verhouding tot de aangerichte schade? Moeten ze dan tot hun vijfenveertigste werken en alles tot de laatste cent terug betalen? Ja meneer! Dan hadden ze maar met hun poten van die spullen af moeten blijven. Het is hoog tijd dat er weer eens een voorbeeld wordt gesteld."

III Gij zult de dag des heren heiligen
"Mensen vluchten ook op zondag hè? Werk en privé lopen bij mij helemaal door elkaar heen; ik kan me niet voorstellen dat ik één dag niets zou doen. Er zijn altijd mails te beantwoorden, het nieuws moet gevolgd worden, de telefoon ligt altijd binnen handbereik. Ik móet gewoon kunnen volgen wat er gebeurt in de wereld. Tot grote hilariteit van mijn vriendinnen strijk ik elke dag minstens een kwartier - ik kan dus wel degelijk onnozele dingen doen om mijn hoofd leeg te krijgen - maar ik wil geen tijd verliezen. Er is nog zoveel moois, nog zoveel goeds te doen. Niet alles gaat lukken, dat weet ik wel, maar je kunt een heel eind komen."

IV Eer uw vader en uw moeder
"Ik kom uit een klein dorpje in Brabant. Voor mijn ouders was de buitenwereld eng. Al die gekkigheid in Afrika en Azië, dat kon je allemaal op televisie zien dus waarom zou je daar naartoe gaan? Sterker nog: Amsterdam was al een plek van verderf en ellende; daar moesten ze hun kinderen zo ver mogelijk van vandaan zien te houden. Ik denk dat mijn nieuwsgierigheid er alleen maar door werd aangewakkerd. Vooral de relatie met mijn vader stond in die jaren erg onder druk. Hij is nu een zachtaardige, twijfelende, kwetsbare man. Hij heeft parkinson en begint vooral geestelijk af te takelen. Dat is vreselijk om mee te maken. Het meest pijnlijke is dat hij zelf ook ziet wat er gebeurt... Maar goed, vroeger was hij echt een moeilijke man. Streng. Rechtlijnig. Ik moest als oudste extra worden beschermd tegen al die kwalijke invloeden van buitenaf.

Ik heb altijd zielsveel van mijn vader gehouden. Ik heb steeds geprobeerd het goed te doen, tegelijkertijd deed ik ook dingen die hij afkeurde - dat is een levenslange strijd tussen ons geweest. Ik wilde de wereld zien en hij was bang voor alles wat afwijkend en excentriek was. Hij heeft het nooit expliciet uitgesproken, maar ik weet dat hij ook bewondering heeft voor wat ik doe. Dit is misschien het mooiste voorbeeld: ik koos, geheel tegen zijn zin in, voor een studie culturele antropologie en voor mijn afstudeerproject ging ik naar een klein dorpje in Noord-Kameroen om daar onderzoek te doen. Daar is hij op een dag, samen met mijn zusje, naartoe gereisd. Terwijl hij in zijn leven nooit verder was geweest dan Oostenrijk. Dat vond ik zó ontroerend. Vanaf dat moment was het ook afgelopen met 'het buitenland kan je wel op televisie zien'; hij heeft jarenlang samen met mijn moeder verre reizen gemaakt.

Mijn moeder is een gegarandeerd gegeven, iemand die er altijd is, die ons altijd steunt, altijd helpt. Tot op de dag van vandaag. Alles waar knopen af zijn, of scheuren in zitten, krijg ik keurig gemaakt van haar retour. Als ergens een probleem is: daar komt ze al aan! Als ik naar het buitenland moet en Agnes niet bij haar logeert, neemt ze mij dat bijna kwalijk. Ze heten allebei Agnes. Grote en kleine Agnes gaan samen op pad. Mijn moeder is een prachtig mens. Die vernoeming was een cadeautje, en zo heeft het ook uitgepakt: ze is apetrots.

Laatst zei een vriend tegen mij dat mijn ouders altijd op Schiphol stonden om mij op te halen van een verre reis. Ik heb mij dat toen niet eens gerealiseerd, maar het is waar: ze stonden er, elke keer weer. Nu draaien de rollen langzaam om. Ze worden ouder, afhankelijker. Ik probeer zoveel mogelijk terug te geven, er nu voor hen te zijn. Soms denk ik aan het moment waarop ik hen ga verliezen. Mijn moeder is 75, mijn vader is 78. Hij begint al langzaam te verdwijnen. Ik kan het dus zien aankomen. Veel mensen raken hun dierbaren pats boem, in één keer kwijt. Misschien scheelt het dat ik zoveel dood en ellende heb gezien tijdens mijn reizen naar de conflictgebieden. Het heeft mij al vroeg met mijn neus op de feiten gedrukt. Alles is vergankelijk. Dit leven gaat voorbij. Het jouwe en het mijne ook."

V Gij zult niet doden
"Je hebt actief doden en je hebt passief doden. Ook niks doen, stilhouden, niet spreken, maakt je medeplichtig. Als je weet wat er gebeurt in de wereld, heb je de plicht om een bijdrage te leveren. Dat hoeft niet te betekenen dat je naar oorlogsgebieden trekt om even orde op zaken te stellen. Je kunt ook een petitie van Amnesty International tekenen, stemmen op een politieke partij die zich inzet voor mensenrechten, of maandelijks een bedrag overmaken naar de Stichting Vluchteling waardoor je ons werk mogelijk maakt. Ik zal je een concreet voorbeeld geven. Ken je dokter Denis Mukwege? Hij is een gynaecoloog, deels in het westen opgeleid, die in Zuid-Kivu, in de stad Bukavu, een ziekenhuis stichtte waar hij vrouwen en meisjes helpt die het slachtoffer zijn geworden van serieverkrachting en daarbij ernstig gewond zijn geraakt.

In oktober vorig jaar werd er een aanslag op hem gepleegd waarbij zijn lijfwacht om het leven kwam. Mukwege kwam, met hulp van de Europese Unie, naar Europa, werd door ministers en allerlei andere belangrijke mensen hartelijk ontvangen. Maar de vrouwen uit Congo zamelden spontaan geld in voor tickets voor de thuisreis, en smeekten hem om terug te keren. Ze hadden niemand anders om hen te helpen, zei Mukwege. Dus ging hij terug naar Bukavu, woont daar weer, terwijl de dreiging nog altijd aanwezig is omdat hij zich in binnen- en buitenland uitgesproken heeft over verkrachting als oorlogswapen, en daarbij niet geschroomd heeft met de vinger te wijzen naar daders. De kans dat ze nog een keer gaan proberen hem te doden is heel reëel, maar de beveiliging is onvoldoende en de bobo's die zo graag met hem glunderend op de foto gingen, hier in Europa, in de Verenigde Staten of na Mukweges terugkeer in Congo geven nu niet thuis. Het applaus van de internationale gemeenschap is verstomd; we doen absoluut onvoldoende om Mukwege veilig, en in dus in leven te houden.

Als er iets met Denis Mukwege gebeurt zijn wij dus met z'n allen verantwoordelijk. Stichting Vluchteling heeft geld beschikbaar gesteld om de beveiliging van Mukwege te verbeteren, maar het is niet genoeg. De enige adequate bescherming die hij kan krijgen zou door de VN-vredestroepen kunnen worden gegeven maar daar zeggen ze dat het niet hun mandaat is om individuen te beschermen. Als je mij nou vraagt waar ik wakker van lig? Daarvan. Hoe kan ik mezelf nog in de spiegel aankijken als hij wordt vermoord? Ja, ik heb gedaan wat ik kan - en ik zorg er nu voor dat jij over Denis Mukwege gaat schrijven - maar uiteindelijk zal ik altijd, altijd het gevoel houden dat het niet genoeg is. Dat kan ik niet ontkennen."

VI Gij zult geen onkuisheid doen
"Volgens de katholieke kerk is het vast niet kuis dat ik in mijn eentje een kind opvoed. Mijn vader heeft het er ook erg moeilijk mee gehad, maar als je die twee nu samen ziet: ze zijn echt dol op elkaar. Agnes werd een half jaar nadat mijn broer is overleden geboren; ik denk dat zij een belangrijke rol heeft gespeeld in de verwerking van het verdriet van mijn ouders.

Voor mij is er nooit enige twijfel geweest, ik heb er nooit aan gedacht het weg te laten halen. Mijn relatie met haar vader heeft een jaar geduurd. Hij was een politieke activist, zeer verknocht aan de Tibetaanse onafhankelijkheidsstrijd. Ze hebben hem, vanwege zijn denkbeelden, en vanwege zijn aanwezigheid bij een demonstratie, tot vier jaar dwangarbeid veroordeeld. Ik kon alleen maar respect opbrengen voor iemand die liever met een pikhouweel in een steengroeve gaat staan hakken dan dat hij zijn mond houdt over het onrecht dat zijn volk wordt aangedaan.

Ja, die strijdbaarheid maakte hem extra aantrekkelijk voor mij, maar ook onhandelbaar. Het liep al snel mis tussen ons omdat hij een heel ander leven leidde dan ik. Bovendien stond voor mij vast dat ik op een dag weer terug zou gaan naar Europa. Ik heb drie jaar in Tibet gewoond. Dat is niet flauw, kan ik je zeggen. 's Winters, als het er ijskoud is, zit je daar met hooguit twintig andere Europeanen. Zodra de tolken naar huis gingen was ik feitelijk van de gemeenschap afgesloten. Ik kon met niemand praten. Televisie kijken had ook geen zin: ik verstond er niets van.

Afijn, die liefde ging dus voorbij. Ik geloof dat het voor hem net zo acceptabel was als voor mij. Het heeft, al met al, een jaar geduurd. Toen ik naar Nederland ging voor de bevalling was de relatie al over. Na de geboorte van Agnes ben ik voor een paar maanden teruggegaan naar Tibet. Hij heeft haar dus nog een tijdje meegemaakt. Dat was genoeg. Hij heeft nooit meer naar zijn dochter gevraagd en Agnes heeft ook geen interesse voor hem. Als ik haar vraag of ze geen vader mist in haar leven, kijkt ze me met van die grote ogen aan en zegt: 'Nee!'"

VII Gij zult niet stelen
"Ze hebben anderhalf jaar geleden mijn auto opengebroken en daar kan ik nog steeds heel erg kwaad om worden. Ik heb alle begrip voor moderne Robin Hoods die vinden dat proletarisch winkelen best moet kunnen, maar het wordt een ander verhaal als je aan de veiligheid van mensen komt, aan de zekerheid van mensen, als je niet steelt om te overleven, maar uit hebzucht. Dat is onvergeeflijk. Dat je 's nachts, onder mijn slaapkamerraam, met je tengels aan mijn auto zit! Al dat rotglas, overal. Het verzekeringsbedrijf dat bij wijze van spreken meteen een bandje start als je verbinding krijgt: 'Helaas kunnen wij uw schade niet vergoeden'. De garagehouder die zegt: 'Nee, voor een autoruit, moet u naar een ándere garage'. Dat hele circus waar je in terechtkomt voor een simpele auto-inbraak.

Weet je wat ik mis? Mijn muren. Ik heb zeven jaar lang in het buitenland gewoond, met vier meter hoge muren rondom mijn huis. Met van die glasscherven op de rand. En poorten, met wachters. En overal sloten en alarmknopjes. Dat veiligheidsdenken is helemaal onder mijn huid gekropen, ik ben zo gewend geraakt aan dat leven in een cocon, dat het in Noordwijk net is alsof ik in mijn blootje buiten zit. Er staat wel een hekje, maar daar kan je zo overheen stappen. Hoef je niet eens lenig voor te zijn. Het is dat ik waarschijnlijk onmiddellijk een paar ambtenaren met een verordening op bezoek zal krijgen, maar het liefst zou ik weer een paar van die hoge muren optrekken. Had ik in ieder geval die autoradio nog gehad."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen
"Laatst was ik in Syrië, maar ik heb mijn ouders verteld dat ik naar Turkije moest. Waarom zou ik de waarheid spreken als ik weet dat die twee oude mensen dan vier dagen nauwelijks eten of drinken en van ellende de hele dag door hun keuken ijsberen? Je moet het niet te vaak doen natuurlijk, maar mits goed gedoseerd zijn dit soort leugentjes om bestwil helemaal niet verkeerd."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren
"Er zijn een paar vriendinnen die mij om de haverklap aan vrijgezelle mannen willen voorstellen. Dan denk ik: o nee, daar heb je er weer één! Het hoeft voor mij echt niet. Ik heb geen behoefte aan one night stands. En aan samenleven moet ik al helemaal niet denken. Ik ben geen makkelijk mens. Stel je voor dat iemand na een paar maanden genoeg krijgt van mijn licht dictatoriale trekjes? Nee. Ik wil die onrust niet. Niet in mijn leven, niet in mijn hart. Ik prijs mezelf gelukkig met een warm, sociaal, vrolijk kind. Zodra ze wakker wordt, begint ze te zingen. We zijn zielsgelukkig samen. Ik heb geen andere relatie nodig."

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort
"Het enige waar ik af en toe met enige jaloezie naar kan kijken is naar het leven dat ik had toen ik nog gezond was. Ik heb diabetes type 1. Fout in de genen. Zie je dit pompje? Het is verbonden aan een infuus in mijn buik. Daar zit ik non stop aan vast. Ik moet regelmatig in mijn vingers prikken, heb zo'n beetje een mobiel laboratorium om de bloedsuikerwaardes vast te stellen. Dat hele spul moet elke keer mee op reis. Plus een reservepomp, en ook nog reserve spuiten. Op iedere luchthaven heb ik gedoe, en dan is er steeds de angst dat in oorlogsgebieden het apparaat niet als medisch instrument wordt herkend - en dus wordt ingenomen - of dat de aanvoer van insuline stopt. Ik kan niet leven zonder extern toegediende insuline. Bizar eigenlijk: dat juist ik, die er haast een sport van heeft gemaakt om van niets of niemand afhankelijk te zijn, door zo'n ziekte wordt geketend. Ik heb mij in mijn gezonde jaren nooit gerealiseerd hoe kostbaar mijn gezondheid is. Nu weet ik het. En dan mag ik mezelf gelukkig prijzen: er zijn landen waar je zo'n ziekte niet overleeft.

Ik ben niet bang voor de dood, maar luister: ik heb thuis een meisje rondlopen dat deze zomer veertien wordt. Ik wil haar op z'n minst twintig zien worden. Ik wil ervoor zorgen dat ze een stabiele, evenwichtige jonge vrouw wordt.

Wat ik voor mezelf wil? Laatst gaf ik een feestje voor mijn vijftigste verjaardag en toen kreeg ik een wereldkaart waarop je de landen die je hebt bezocht kon wegkrassen. Weet je op hoeveel plekken ik nog níet geweest ben? Niet om op vakantie te gaan, nee. Ik wil vooral helpen, er is zoveel te doen.

Natuurlijk word ik naar van al die ellende in de wereld, maar het verlamt me nooit; ik ga er juist harder door lopen. Ik ga door tot ik niet meer kan. En ik troost me met de gedachte dat er na mij vast weer een andere Tineke komt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden