Tim Knol: 'Muzikanten zijn geen clowns'

Tim Knol in het Glazen Huis op de zesde dag van 3FM Serious Request 2017. Beeld ANP

Tim Knol wordt regelmatig gevraagd om mee te zingen in een opera of deel te nemen aan 'De slimste mens'. Maar hij heeft geen zin in poespas. Op zijn vierde soloplaat doet Knol dertien nieuwe pogingen tot het perfecte liedje. 

Je hebt artiesten die zichzelf op elk album opnieuw uitvinden en je hebt Tim Knol. Zijn stijl - gitaarliedjes op het snijvlak tussen folk en pop - ligt al jaren vast. Hij is er niet om de randen van de popmuziek op te rekken; hij gaat voor verdieping. Voor nog mooiere melodieën, nog inventievere songstructuren, nog rakere teksten.

Toen Tim Knol acht jaar geleden als 21-jarig broekie debuteerde, oogstte hij direct succes. Dat had met zijn muziek te maken - 'Sam' werd een bescheiden hit - maar ook met zijn olijke babyface. Knol deed het goed op televisie. Hij werd gebombardeerd tot nationale knuffel-singer/songwriter. De hatelijke opmerkingen over zijn stevige lichaamsbouw pareerde hij met een populair fanshirt waarop de tekst 'Tim Knol is vet' prijkte. Bleek die jongen ook nog over zelfspot te beschikken.

Dronken kop

Achteraf leidde dat alleen maar af van de kern: muziek maken. "Ik word nog regelmatig gevraagd voor van die poespas. Dan willen ze dat ik een opera ga zingen of meedoe aan 'De slimste mens'. Muzikanten zijn geen clowns. Je moet mij muziek laten maken, dat heb ik wel geleerd. Bij een BNN-quiz kreeg ik voordat de opnames begonnen vijf glazen champagne te drinken. Kwam ik met mijn dronken kop op televisie. Dat kan ik niet meer terugzien."

Het was in die periode dat Knol op het hoofdpodium van Pinkpop speelde. Een groot contrast met de huiskamertour die hij in de tweede helft van 2017 ondernam. In plaats van voor tienduizenden festivalgangers, speelde hij zijn liedjes voor enkele tientallen geïnteresseerden.

"In termen van succes was die begintijd mijn gouden periode. Ik zie die niet snel terugkomen. Laatst vroeg een dj van Radio 2 wanneer ik in de Ziggo Dome sta. Dat is de nieuwe meetlat. Ik speel in maart in Paradiso Noord en daar ben ik blij mee. Het is grappig hoe dat verandert. Mijn vroegere manager (Matthijs van Duijvenbode, nu manager van Douwe Bob, red.) was op succes uit. Hij is een strateeg, hij denkt goed na over elke stap. Daar ging ik in mee. Ik doe sinds een half jaar mijn eigen management - als je het zo kunt noemen. Eerst een plaat maken en dan zien we wel verder, dat was mijn strategie. Het is niet de beste manier, maar voor mij werkt dit. Ik heb twee jaar met veel plezier aan dit album gewerkt. Eindelijk kon ik bevatten wat er allemaal was gebeurd. Ik moest mezelf resetten."

Kelderbar

De resetknop heette The Miseries, de garagerockband die Knol in 2013 met vrienden uit Hoorn oprichtte. Onbevangenheid was de kern, lol maken de enige ambitie. "Het plezier was ik helemaal kwijt, ik had geen zin meer om muziek te maken. Toen ik toerde met mijn derde soloalbum 'Soldier On' stond ik hyperbewust op het podium. Nu weet ik dat het met druk en verwachtingen te maken had. The Miseries was een uitkomst. Dat je voor dertig man in de Kelderbar van de Vera staat te spelen, dat is helemaal te gek. De kriebels in je buik, de vrijheid. Dat had ik lang niet ervaren."

De manier van liedjes schrijven was vrijer bij The Miseries. Het mocht eenvoudig, het mocht rafelig. Knol nam die onbevangenheid mee naar het maakproces van 'Cut the Wire'.

"Het enige verschil is dat bij deze rustige liedjes de teksten belangrijker zijn. Het blijft lastig om het in het Engels te doen. Ik vind dat nu eenmaal mooier dan Nederlands, ook vanwege mijn Noord-Hollandse accent. Mijn Engels is goed, maar ik moet het onderhouden. Vanochtend had ik een interview in het Engels. Dat was terrible. Ik laat al mijn teksten controleren door native speakers. Ze moeten niet te Nederlands klinken, maar ook weer niet te Amerikaans. Ik ben gewoon een Nederlander die in het Engels zingt. Dat mag je best horen."

Krappe woonkamer

Knol schreef een aanzienlijk deel van zijn nieuwe album in Egmond aan Zee en nam het op in zijn eigen studio in Hoorn. Oceanen en vergezichten vormen als altijd het decor waartegen zijn teksten zich afsteken, maar geleidelijk komt de stad tevoorschijn. 'Polaroids' gaat bijvoorbeeld over een avondje stappen in Amsterdam. Knol woont sinds enige jaren op een woonboot aan de rand van het centrum van de hoofdstad. Daar, in de krappe woonkamer, tussen de boeken, langspeelplaten en gitaren, vindt dit gesprek plaats, terwijl een medewerker van een ongediertebestrijdingsbedrijf de woning inspecteert. Hij heeft goed nieuws: er zijn geen nieuwe sporen. De muizenplaag lijkt onder controle. Maar muizen of niet, het liefst zou Knol vandaag nog vertrekken.

"Geef mij maar een boerderij in Noord-Groningen, of een huisje aan de kust. Hier ben ik niet op mijn plek. Een liedje dat de plaat niet gehaald heeft, had als catchphrase 'I'm not ready for the city'. Het is hier te druk, benauwend. Het is dat mijn vriendin hier wil wonen. Zij mag kiezen, ik ben toch veel van huis."

Inmiddels kan Knol weer anoniem over straat, maar dat was weleens anders. "Het scheelt dat ik niet meer zo vaak met mijn kop op tv kom. Een paar jaar geleden liep ik met drie gitaren in een regenjas naar een muziekinstrumentenwinkel op de Vijzelstraat. Kwamen er twee scooters langs met van die enorme camera's: klik-klik-klik. Twee weken later stond ik in de Story: Tim Knol koopt woonark in Amsterdam. Dat is toch een treurige baan, roddelfotograaf. Ik vond dat geen leuke ervaring. Alleen mijn oma was trots. Ik had het tot haar lijfblad geschopt."

Klankbord

Een van de pogingen tot het perfecte liedje op zijn plaat gaat over die oma - 'Song for grandma'. "In juni was mijn plaat af. Kort daarna overleed zij. Ze was ziek, maar liet nooit iets merken van de pijn. Dat zit in de familie. Daardoor kwam haar dood toch nog onverwacht. Dat liedje heb ik in twee uur geschreven."

De pijn niet willen voelen herkent Knol ook in zichzelf. "Zelfs in mijn muziek verberg ik mijn ware gevoelens in metaforen. Ik heb het pittig gehad toen mijn oma overleed. Ze woonde om de hoek van mijn studio in Hoorn. Ik kwam er zeker twee keer per week om vis te eten. Ze was mijn klankbord. 89 jaar. Een mooie leeftijd zeggen ze dan, en dat is ook zo, maar voor mij is het een persoon die wegvalt. Dan maakt het niet uit hoe oud iemand is. 2017 is een jaar om snel te vergeten. Ik heb zin in een vers nieuw jaar. We moeten door. Goh, dat had mijn oma kunnen zeggen."

Muziekjournalist Joost van Velzen beschreef hoe Tim Knol in 2014 zijn muzikale koers verlegde in het artikel:  Tim Knol sluipt richting soul

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden