Tijn Touber Ik hoef nergens meer naar te streven

Tijn Touber (Amsterdam, 1960) is schrijver en muzikant en oprichter van Loïs Lane. Touber verliet de band om veertien jaar lang als een asceet te leven, zonder seks, drank of drugs. Hij schreef de bestseller 'Spoedcursus Verlichting' en geeft, met zijn vrouw Kris, stilteconcerten bij hen thuis.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Mijn oma was een godsdienstwaanzinnige. Na de vroege dood van haar man heeft zij zich helemaal aan God vastgeklampt. Ze bad veel, hield haar kinderen op zondag binnen en maakte hen bang met verhalen over zondige gedachten en de straf die daar op zou volgen. Als je met je plassertje speelde, zou je hand later boven je graf uit groeien - dat soort heftige dingen. Mijn vader heeft zich in zijn puberteit volledig afgekeerd van het geloof; hij wilde er niets meer mee te maken hebben. Over God werd vooral denigrerend gesproken. Hij deed ook zijn best om mijn oma bij mij weg te houden; zij gaf mij elke keer weer een nieuwe kinderbijbel en hij wilde niet dat ik op dezelfde manier door haar zou worden geïndoctrineerd.

Toen mijn oma werd begraven, leek iedereen opgelucht. Haar zware leven was ten einde. Zelfs de dominee zei dat mevrouw Touber toch iets te ver was doorgeschoten in haar godsdienstbeleving. De enige die huilde bij het graf was ik. Later heb ik pas begrepen waarom ik als twaalfjarige zo verdrietig was: in die religieus gesproken kale vlakte van mijn jeugd was zij de enige geweest die mij, weliswaar op een wat vreemde manier, had herinnerd aan het bestaan van God.

Ik denk dat die hunkering naar het hogere er altijd in heeft gezeten. Ik herinner mij dat ik als puber 'Dancing in the Light' van Shirley MacLaine las en dat ik bij de passages over God en reïncarnatie onmiddellijk wist: nu moet ik opletten. Op mijn 27ste kreeg ik een openbaring en werd het mij duidelijk dat ik, als ik mijn spirituele ervaringen echt serieus wilde nemen, mijn leven moest veranderen."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Loïs Laine was een succes; we scoorden hits en haalden prachtige platencontracten binnen. Ik raakte zo ge-identificeerd met de rol die ik speelde van popster dat ik steeds verder van mijzelf was afgeraakt. Ik kwam in contact met mensen die mediteerden bij de spirituele academie Brahma Kumaris en besloot te proberen of ik mijzelf achter al mijn gedachten, gewoontes, conditioneringen, patronen en verslavingen terug kon vinden. Er was maar één manier waarop ik dat kon doen: ik moest er helemaal uitstappen. Uit de band, uit mijn relatie met Monique (Klemann, actrice en zangeres, bandlid in Loïs Lane, AV). Soeverein en selfsupporting, niet langer een slaaf te zijn van mijn verlangens: dat was mijn grote droom. Het lukte.

Veertien jaar lang heb ik zonder drank, drugs of seks geleefd. Ik heb gemerkt dat als je consequent, elke ochtend weer, jezelf uit je denkwereld haalt en contact maakt met de heelheid, met de eenheid achter al die gedachten, dat je dan echt een ervaring hebt van thuiskomen, van vervulling, en dat de dingen van daarbuiten niet langer bevredigend zijn en geen vat meer op je krijgen. Je hébt al liefde, je vóelt je al tevreden, je bént al heel. De gedachte om je met een ander wezen te versmelten - en daar fysieke handelingen voor te ondernemen - is dan haast belachelijk; een grove vorm van bevrediging, eigenlijk. Rigoureus, ja, dat was het zeker.

Terugkijkend vind ik dat ik, met name jegens Monique, erg radicaal ben geweest. Het was een perfecte relatie waar ik uitstapte. Mijn besluit had ook niet met haar te maken; het was - om het met een groot woord te zeggen - een roeping. Ik werd geroepen. Zeven jaar geleden, na veertien jaar als een yogi te hebben geleefd, ontdekte ik dat ik niet verder verlicht kon raken dan ik al was, en ik wilde proberen of ik mijn spirituele bewustzijn kon meenemen in een gewoon, dagelijks leven. Ik liet mijn discipline los en begon weer naar een vrouw te verlangen.

De eerste vrouw aan wie ik dacht, was Monique. Zij hoorde, in zekere zin, nog altijd bij mij. Ik was uit die relatie gestapt, maar ik had die nooit afgerond. Het eerste wat ik deed, was haar mijn excuses aanbieden. Ik herinner mij die avond nog erg goed. Monique had een fles tequila op tafel gezet, en aangezien ik ook al in geen jaren meer had gedronken, werd het al snel een nogal larmoyant gesprek waarin ik haar vertelde nu pas te kunnen begrijpen dat ik haar pijn had gedaan. Monique aanvaardde mijn excuses, gelukkig, en toen ik in kennelijke staat afscheid nam, adviseerde haar vriend Jeroen mij - 'één handje aan de vangrail, Tijn!' - heel voorzichtig terug naar huis te rijden."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Ik vind het jammer dat Gods naam niet op een leuke manier wordt gebruikt. In India kun je met iedere kruidenier een gesprek beginnen over zijn relatie met God. Dan krijgt zo'n man sterretjes in zijn ogen en zal hij je vertellen hoeveel liefde hij voor Hem voelt, en hoe zeer die God hem bijstaat. God maakt daar, in allerlei vormen, deel uit van het dagelijks leven. Ik zeg God, maar ik zou ook de woorden bron, heelheid, eenheid, zero point field of kwantumveld kunnen gebruiken. Waar het om gaat, is dat wij ons niet vastklampen aan religies en geschriften. Oorlogen en vetes braken pas uit toen de verhalen werden opgeschreven; toen alles zwart op wit werd gezet en het jouw woord tegen het mijne werd. Verhalen moeten niet vastgelegd, maar verteld worden. Sprak de schrijver? Ja, daar heb je een punt... De dingen waarover ik schrijf zijn eigenlijk niet te benoemen. Ik kan er naar wijzen, een sfeer oproepen waardoor mensen er ontvankelijk voor worden, maar eigenlijk is elk woord al een woord te veel."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Volgens mij is de samenleving er bij gebaat om eens in de zoveel tijd een rustpunt te hebben. We razen nu maar door. Wetenschappers zien het als mensen wakker worden uit hun droomloze slaap gebeuren in de hersens: al de neurale palen die ons definiëren - al onze voor- en afkeuren - flitsen aan en wie niet aan reflectie doet, zal volgens die programmering, volautomatisch de dag doorgaan. Niet tot leven komen, maar te worden geleefd: dat is mijn definitie van ongelukkig zijn."

V Eer uw vader en uw moeder

"In mijn vroege jeugd, toen we aan de westkust van Amerika woonden, is er een periode geweest waarin mijn vader erg gelukkig was en ik echt heb gevoeld dat hij een enorme steun voor mij was. Eenmaal terug in Nederland, waar ik eerst interesse ontwikkelde voor muziek en later voor spiritualiteit, ben ik min of meer aan zijn aandacht ontsnapt. Mijn vader vond dat ik maar wat aanrotzooide. Het gekke is dat hij zelf ooit ook op een punt heeft gestaan om voor de muziek te kiezen. Zijn pianoleraar adviseerde hem naar het conservatorium te gaan, maar hij koos uiteindelijk voor de harde wetenschap en werd medisch specialist. Misschien reageerde hij zo heftig op mijn keuze omdat hij spijt had gehad van zijn eigen beslissing. Jaloezie? Ik weet het niet. Hij interesseerde zich in elk geval helemaal niet voor de dingen die ik deed, wilde niet luisteren naar de muziek die ik maakte. Pas toen zijn secretaresse voortdurend over Loïs Lane begon, realiseerde hij zich dat ik misschien wel met iets moois bezig was...

Ik herinner mij dat ik hem op een avond, toen we samen naar het Concertgebouw gingen, vertelde over het contract voor vijf nieuwe albums dat wij hadden afgesloten en dat hij toen pas champagne bestelde en mij feliciteerde. Eindelijk erkenning. Ik was de gevierde jongen. Tot ik een paar jaar later voor het spirituele pad koos en hem voorgoed ben kwijtgeraakt. Eerst die muziek en nu, nog erger, de spiritualiteit, de waanzin van zijn eigen moeder.

Als jongetje heb ik enorm mijn best gedaan om zijn goedkeuring, zijn waardering te krijgen. Daar heb ik, denk ik, mijn werklust en mijn zelfdiscipline aan te danken. Toen ik bot ving bij hem, ben ik surrogaatvaders gaan zoeken. Goeroes, wijze mannen... Het is grappig: in al de ashrams waar ik ben geweest, kwam ik mensen tegen die op zoek waren naar het hogere, maar als je iets langer kijkt, zie je dat het bijna altijd om het persoonlijke gaat; iets wat ze al sinds hun jeugd meedragen en voor zichzelf proberen op te lossen.

Het is uiteindelijk pas na zijn dood goed gekomen tussen mijn vader en mij. Hij kwam naar mij toe. Ik had er niet om gevraagd. Sterker nog: hij zei dat hij zijn best had gedaan om mij in mijn dromen te bereiken, maar ik was er niet ontvankelijk voor geweest. Tot hij op een dag voor mij stond. Hij had zijn wereldse vorm, maar dan lichter, subtieler. Hij was Jan Touber, in zijn manier van doen en laten, maar zonder al die vreselijke oordelen over van alles, milder en wijzer. Ik heb hem daarna nooit meer gezien, maar ik voel mij niet langer verdrietig als ik aan hem denk.

Mijn moeder? Hartelijk, positief, heel bijzonder. Ze is 78 en het gaat altijd goed met haar. Een tijdje geleden kreeg ze borstkanker. Het was gelukkig in een vroeg stadium ontdekt, maar ze moest toch naar het ziekenhuis voor bestraling en een kleine operatie. Toen ze terugkwam en ik vroeg hoe het met haar ging, antwoordde ze: 'Zulke aardige mensen in het ziekenhuis, echt fantastisch!' Ze is geen Madonna, ik zie echt haar schaduwkanten wel. Ze wil iets te graag een fatsoenlijk mens zijn en is daardoor toch ook op een bepaalde manier gespannen, maar ze ís ook echt fatsoenlijk, een vrouw uit één stuk en dat kan ik wel waarderen. Raar is dat hè? Dat je op plekken waar mensen zich helemaal niet bezighouden met streven naar het hogere, de grootste acceptatie en innerlijke rust aantreft. Binnen de spirituele wereld zie je veel meer enorme ego's, mensen die allemaal hun eigen thema's willen uitwerken. Waarom wil je de wereld verbeteren? Wat is er dan zo slecht aan? Wat is er misschien zo slecht aan jou? Waarom schrijf ik een boek over verlichting? Hoe duister moet je zijn om zoiets te willen doen?"

VI Gij zult niet doodslaan

"De details zijn niet interessant, maar ik heb ooit een vrouw die erg lelijk tegen mij had gedaan iets aan willen doen. Het moment waarop zij tegen mij tekeerging, dacht ik nog: ik stijg erbovenuit, ik onthecht mij hiervan, het is haar probleem, maar op weg naar huis kookte ik van woede. Ik heb anderhalf jaar last gehad van wraakgevoelens. Ik smijt haar in de Maas, ik doe haar wat aan! Hoe had ik mijzelf verbaal zo in elkaar kunnen laten beuken? Door een gek. Ik merkte dat ik mezelf vergiftigde met gore gedachten. Op een dag heb ik, in mijn eentje, ergens op een parkeerplaats, alles eruit gegooid - het was een zwarte wolk die ik langzaam weg zag drijven - en mezelf voorgenomen een volgende keer niet de wijze yogi uit te gaan hangen, maar een klap uit te delen, een punt te zetten. Zodat het stopt."

VII Gij zult niet echtbreken

"Ja, ik ben nu toch weer totaal met een ander wezen versmolten... Het hoort bij het experiment van terug op aarde komen. Ik ken Kris uit de meditatieve tijd. Wij hadden het idee dat we samen mooie dingen konden doen en we besloten dat wij daarin all the way zouden gaan. Een huwelijk hoorde daarbij. Ik geloof dat wij een zelfde zielsopdracht hebben; zeker in de werksfeer zitten wij enorm op een lijn. Monique en Kris lijken op elkaar: ze hebben allebei een grote innerlijke wereld, ze kunnen introvert zijn, maar zoeken altijd de harmonie. Ik heb relaties gehad waarin ik moest knokken, maar uiteindelijk functioneer ik beter met iemand die van rust en vrede houdt.

Kris en ik zijn nu zeven jaar samen. We zijn elkaar trouw, maar op het ogenblik zoeken we naar de juiste definitie van het woord en proberen we uit te vinden waar de grenzen liggen. Dat heeft te maken met het feit dat wij door de aard van ons werk - meditatielessen geven, op retraites gaan - heel dicht bij mensen komen en Kris vindt dat ik daarin soms te ver ga. Je zou als leraar ook iets meer afstand kunnen bewaren, zegt zij. Ik wil er volledig voor gaan, niets uitsluiten, geen barrières opwerpen. Staat het uitsluiten van mogelijkheden dan gelijk aan trouw? Ik vind van niet. Tot nu toe hield ik dingen waarvan ik niet zeker wist of Kris het leuk vond voor mezelf, maar ik heb geleerd dat er openlijk met elkaar over praten een betere oplossing is. Dat geldt ook voor onze seksuele relatie.

Seks om de seks zegt mij niet zo veel. Ik merk dat ik mijn creatieve energie, mijn passie, kwijt kan in mijn boeken. Seks heeft ook met de ontlading van een bepaalde spanning te maken en aangezien ik steeds minder spanning opbouw, is mijn behoefte aan ontlading ook minder groot geworden. Kris en ik schelen zestien jaar. Zij is nu 36, ze wil geen kinderen, maar ze voelt haar hormonen soms ook gieren. Ik zeg vaak tegen haar: ga lekker uit, geniet ervan. Laatst was ze met een stel vrienden naar een waanzinnig feest in Paradiso. Nee, dan ben ik niet jaloers. Ik ben juist blij dat er mensen zijn die deze behoeftes in haar leven wél kunnen vervullen."

VIII Gij zult niet stelen

"Spiritueel leider Eckhart Tolle heeft eens gezegd dat ware creativiteit voortkomt uit de stilte en dat de rest niets anders is dan kopieergedrag. In de stilte ben je heel even uit de mind. De mind kan eigenlijk alleen maar combineren: een paar theorietjes bij elkaar harken, leuke kaft eromheen en klaar. Een kunstje. Kunst met een hoofdletter komt uit een onbekende wereld en is voor de kunstenaar zelf ook elke keer weer een verrassing."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Er is een absoluut, verheven niveau waarop je alles kunt verklaren en begrijpen, maar er is ook een relatief niveau, waar leugens worden ervaren en dierlijke emoties spelen. Het is de kunst om die twee werelden met elkaar te combineren. Natuurlijk ben ik liever spiritueel - en ik zoek die verheven wereld door middel van meditatie heel vaak op - maar ik omarm álles; ik ben ook de man die met zijn zogenaamde negatieve kanten van lust en verlangens moet zien te leven."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Mijn grootste begeerte, al van jongs af aan, is toch een soort Superman te zijn die de mensheid gaat redden. Ik weet dat er allerlei kleine motivaties onder schuilgaan: deep down ben ik natuurlijk ook nog steeds het jonge-tje dat naar een schouderklopje van zijn vader verlangt. Ik heb steeds gedacht dat ik, door zo lang als een yogi te leven, wel had laten zien dat ik boven een bepaalde geldingsdrang was uitgestegen. Had ik dan niet mijn prachtige vriendin aan de kant geschoven, mijn gouden platen weggedaan en mezelf drank en drugs ontzegd?

Tot ik erachter kwam dat ik gewoon bezig was met een ánder streven, namelijk de allerbeste yogi te worden. Dat spanningsveld blijft altijd bestaan, maar ik merk wel dat ik er, naarmate ik ouder word, steeds eerder zicht op krijg en er ook vaker om kan lachen. Sinds een paar jaar weet ik dat helemaal nergens meer naar hoef te streven. Het is al lang goed."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden