KLEIN VERSLAG

Tijgeren door de kruipruimte, op jacht naar houtwormen

Voor de deur stond een oudere heer. Hij droeg iets dat op een gereedschapskoffer leek.

Ik was verrast over zijn leeftijd, hij zou een jonge zeventiger kunnen zijn. “U bent de specialist”, riep ik uit, waarop hij antwoordde: “Dat zeggen ze. En ik moet dat voortdurend waarmaken.”

Ik zag een formulier met zijn naam erop. Achter zijn naam stond ‘insektenbestrijding’. En: €150,-.

“Onze kruipruimte bevindt zich onder het huis”, zei ik, altijd goed voor een flauwe grap, zoals ik ook de man van de verwarmingsketel ooit had begroet met een “onze zolder is boven”. Zulke dingen gaan vanzelf, ik weet ook niet wat me bezielt.

Ik leidde hem eerst naar de woonkamer waar hij zich voorstelde aan de aankoopmakelaar en haar cliënt, de koper van ons huis.

In hun opdracht was eerst een bouwkundig inspecteur door ons huis gegaan; die had vervolgens een rapport geschreven met de opmerking dat zich onder de vloer van de begane grond mogelijk een ‘houtvernieler’ bevond. Een worm, een tor, iets knagends. Hij adviseerde een specialist.

En daar was hij dus.

Een vriendelijke heer.

Ik kende mijn kelder, ik kende de toegang tot de kruipruimte. Ik zei wat zorgelijk dat het enige lenigheid vergde om erin te komen. De man lachte mijn bezorgdheid weg. “Ik heb vroeger op turnen gezeten, en later heb ik bij turnwedstrijden jureringen gedaan.”

Ik vroeg maar niet hoe je van jureren lenig bleef. Hij haalde een witte overall tevoorschijn en begon die over zijn kleding aan te trekken. “Ja, die witte overalls hebben sinds de Bijlmerramp een slecht imago”, zei hij.

“Calamiteiten”, zei ik.

Hij daalde een beetje stram via een klein steil trapje af naar de kelder, waar een gat in de muur toegang gaf tot de kruipruimte, een ruimte met een zanderige bodem.

Een los stuk pvc-buis slingerde erin rond en de ruimte werd doorsneden door de pijpen van de afvoer en van een gasleiding. Hij tijgerde, uitgerust met een lamp en een hamer, door het zand naar een kier onder een betonnen balk en wurmde zijn hoofd en de lamp eronder door.

Daar – op vijftien centimeter van het zand – bevond zich de houten woonkamervloer, geschraagd door dikke houten balken. Ik tuurde door het keldergat naar de man in het zand, in het flakkerend schijnsel van zijn lamp.

Toen hij klaar was tijgerde hij weer achterwaarts naar de uitgang. In de woonkamer wachtten wij hem op, toch met lichte spanning.

Hij had niets aangetroffen, zei hij.

De koper van ons huis haalde uit haar tas een iPad tevoorschijn om hem de foto te laten zien die de inspecteur in de kruipruimte had gemaakt. We keken naar een balk met kleine zwarte gaatjes.

“Vijftien jaar oud”, zei de specialist.

“Wie?”, vroeg ik.

“Die gaatjes”, zei hij. “Ze zijn zwart, de wormen zijn niet meer actief, anders zouden de gaatjes gevuld zijn met houtmeel.”

“Maar hoe weet u dat zo zeker?”, vroeg de koper, nog niet helemaal gerust. “Tweeënvijftig jaar ervaring”, zei de man.

Ik wilde nog iets grappigs zeggen, maar liet het maar zo.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag in ons dossier.

Lees ook:

Een reis door de werkkamer

Langs de andere wanden staan kasten, één voor kleding (en meer boeken) en een vitrinekast. Achter het glas sjaals die mijn moeder droeg en foto’s van mijn zonen en foto’s van mijn dochters en hun moeder, van een gelukkig gezin. Wim Boevink over zijn werkkamer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden