Tijdsgewricht (2)

In de rubriek Tijdsgewricht stond in de bijdrage gewijd aan Abel Herzberg (Podium, 28 december) dat ik in mijn

Amsterdam Arie Kuiper

Herzberg-biografie 'Een wijze ging voorbij' ten onrechte heb beweerd dat Herzberg in Joodse kring 'minder geliefd' was. Ik kan die stelling echter gemakkelijk aan de hand van de feiten aantonen.

In december 1949 schreef bijvoorbeeld prof. mr. Izak Kisch, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en een strijdbare zionist, zijn medezionist en vroegere vriend Abel Herzberg, met wie hij inmiddels slaande ruzie had gekregen, een boze brief. Daarin spoorde hij hem aan goed na te denken over de oplossing van een probleem 'dat jou, naar ik weet, vaak bezighoudt - het probleem dat, terwijl je bij de christenheid nogal in de mode bent, de meeste Joden een hekel aan je hebben'. Herzbergs boekje 'Amor Fati' met zeven beroemd geworden opstellen over Bergen-Belsen, het concentratiekamp waarin Herzberg en zijn vrouw Thea zestien maanden hadden doorgebracht, was toen al een paar jaar uit en enkele malen herdrukt. Niettemin had 'De Joodse Wachter', het blad van de Nederlandse Zionistenbond, hardnekkig geweigerd er ook maar één letter over te schrijven. Het Nieuw Israëlitisch Weekblad wachtte twee jaar met een recensie en publiceerde toen een beoordeling door Sam. Goudsmit die het boekje ,,niet zonder teleurstelling'' had gelezen en schreef dat Herzberg te veel consideratie met de vijand had.

Dit scenario herhaalde zich toen

Herzberg in 1950 zijn 'Kroniek der Jodenvervolging' publiceerde. Dat boek werd door vrijwel alle niet-Joodse recensenten de hemel in geprezen, maar door De Joodse Wachter werd het wederom doodgezwegen en in het NIW beschuldigde M. H. Gans de schrijver woedend van ,,een in de steek laten van onze doden''. Dat is waarschijnlijk de zwaarste belediging die Herzberg ooit van Joodse zijde naar zijn hoofd heeft gekregen.

Bijna alle Nederlandse joden die de shoah overleefden hadden hun vader, moeder, broers, zusters en tientallen andere familieleden verloren. ,,Hun enige troost was'', schreef ik in mijn biografie, ,,na 1948 de vestiging van de staat Israël en hun woede op de Duitsers. En daar kwam opeens Abel Herzberg, de grote zionistische leider van voor de oorlog, zelf een slachtoffer van de nazi's, zelf een overlevende van de concentratiekampen, en wat deed hij? Hij pakte de Joden hun woede af. Dat vergaven zij hem niet.''

Ik zou nog meer voorbeelden kunnen geven. Al met al, houd ik staande dat Abel Herzberg in joodse kring wel degelijk 'minder geliefd' was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden