Tijdreis over oude dijken

Bootjes gaan voorbij over het water, auto's razen over snelwegen. De oude Friese dijken in het hart van Friesland bleven achter voor de boeren. En voor de fietsers.

Een fietstocht of een wandeling is meer dan alleen een verplaatsing van het ene punt naar het andere. Onvermijdelijk is een reis door het land ook een reis door de tijd. Paden, wegen en waterwegen vertellen het verhaal van de ontwikkeling van een gebied en van de bewoners. Zo ligt rondom Akkrum en Oldeboorn een schat aan historisch materiaal voor het oprapen.

Het weideland is van het groenste groen, het blauw van de hemel weerspiegelt fel en uitnodigend in het water van de Boorne. Voordat ik op de fiets stapte, heb ik thuis al een tijdreis door deze regio gemaakt. Met dank aan het Kadaster. Daar hebben ze de informatie van topografische kaarten van de afgelopen twee eeuwen heel slim toegankelijk gemaakt op de website Topotijdreis (zie kader). Sinds een collega mij op het bestaan van de site attendeerde, neem ik overal in Nederland kijkjes in het verleden. De cartografische geschiedenis bevestigt dat in dit deel van Friesland het water vanouds de hoofdrol speelt.

In de rechthoek tussen Leeuwarden, Drachten, Heerenveen en Sneek - tegenwoordig de vier grootste plaatsen van de provincie - ligt op de topografische kaart van 1815 een wirwar van meren, sloten, riviertjes en vaarten. Wegen over land waren er destijds nauwelijks, veruit het grootste deel van het vervoer ging over het water. Omdat rijwegen in het drassige Friese land hoog en droog moesten liggen, voerden ze van oudsher over de dijken. Dat waren de eerste wegen die verhard werden en vandaar dat het Fries voor de betekenissen dijk en rijweg aan één woord voldoende heeft: dyk. Alleen de 'Groote weg naar Zwolle' doorsnijdt in 1815 het gebied van noord naar zuid, met bij Akkrum een aftakking naar Lemmer. Van oost naar west lopen slechts een paar kronkelende dijkjes. En al namen in de afgelopen tweehonderd jaar toch ook spoorlijnen, snelwegen en provinciale wegen bezit van dit drassige land, voor de boeren en voor fietsers bleven veel oude dijken begaanbaar.

Voor ik op de fiets stap neem ik eerst een kijkje in Akkrum. Ingeklemd tussen spoorlijn en snelweg staat aan de rand van het dorp een enorm kunstwerk van cortenstaal. Het beeldt twee reuzen uit, Kromme Knilles en Manke Meine. Volgens een oud volksverhaal groeven ze samen een vaart. Ze gingen zo op in hun werk dat ze niet in de gaten hadden dat ze flink van de rechte lijn afweken. Pas toen Manke Meine over zijn schouder keek, zag hij de bocht die ze hadden gegraven en riep: "Ach, krom!" Boeren die hem hoorden vonden dat wel mooi klinken en gaven hun nederzetting de naam Akkrom. Maar de twee reuzen kregen ruzie en gingen vervolgens elk een eigen kant uit. Meine groef een kaarsrechte vaart naar het Sneekermeer, de Meinesloot. De meanderende stroom die naar het noorden afbuigt staat sinds 1990 op de kaarten vermeld als de Kromme Knilles.

Bij de plek waar de twee waterwegen splitsen staat de Coopersburg, een voorbeeld van particuliere ouderenzorg uit 1901. Nadat Folkert Herman Kuipers in de Verenigde Staten onder de naam Frank H. Cooper fortuin had gemaakt als zakenman, liet hij het complex bouwen voor de ouden van dagen in zijn geboortedorp. Het mausoleum in de tuin zou niet misstaan op een Parijse begraafplaats. Treurende engeltjes, uit steen gehouwen, waken over de laatste rustplaats van Cooper en zijn echtgenote.

Stroomopwaarts aan de Boorne ligt de oude handelsplaats Oldeboorn. De charmante kerktoren, tikje scheef, is een baken in de wijde omgeving. De oudere huizen staan langs het water, wat aangeeft dat de waterweg vele malen belangrijker was dan de wegen over land. Fiets ik het dorp in noordelijke richting uit dan rijd ik over smalle landweggetjes, geplaveid met betonplaten, restanten van oude dyken. In 1850 staat dit gebied op de kaart als De Modder, ik volg de weg tot aan het plaatsje dat De Veenhoop heet. Halverwege ligt een klein natuurgebied, het Unlân fan Jelsma. Onland, maar de voorjaarszon geeft zelfs deze zompige plek een vrolijke glans. Een haas huppelt door het veld. Een buizerd wiekt weg, op zoek naar een veldmuisje. Even verderop waarschuwen bordjes dat hier otters oversteken. Ik mis de weidevogels. Hoe groen het land ook is, het bestaat vrijwel uitsluitend uit Engels raaigras. Groen asfalt. Een plukje meeuwen, af en toe een stel zwanen en heel in de verte eventjes de roep van een kievit. Verder blijft het angstvallig leeg en stil. Steriel.

Voor een tijdreis door de oorspronkelijke Friese natuur zou ik in De Veenhoop de oversteek naar Nationaal Park de Alde Feanen moeten maken. Daar waar weidevogels broeden, waar geen wegen liggen en waar pontjes het land voor fietsers en wandelaars ontsluiten. Maar het seizoen moet nog beginnen, niet alle pontjes zijn al in de vaart. De Alde Feanen schamp ik op deze tocht slechts. Via Drachten en Boornbergum rijd ik terug naar Oldeboorn. Het knooppuntennetwerk leidt me over betonplaten door weideland naar een weg die op de kaart van 1815 aangegeven staat als de Leppe Dijk. Een deel van deze oude slaperdijk is alleen met steenslag verhard, maar zelfs dat is een hele verbetering. Volgens een verslag van wandelpionier Jacobus Craandijk lag op de dijk tot diep in de 19de eeuw een prikkenweg, een moerassige weg die begaanbaar werd gemaakt met takkenbossen. Wie nooit met de koets over een prikkenweg heeft gereden, kent volgens hem 'een leverschudding van zeer eigenaardige afschuwelijkheid niet!' Zo ver terug in de tijd hoef ik niet te gaan, binnen een paar honderd meter fiets ik weer over asfalt.

Wel zou ik terug willen naar de tijd waarin de koeien in de wei stonden, klaver, paardenbloemen en zuring het groene tapijt van kleuraccenten voorzagen. De tijd, nog niet eens zo heel lang geleden, waarin de roep van grutto en kievit overal over het Friese land schalde. Eerlijk gezegd denk ik dat de meeste boeren die tijd ook zullen missen. Niemand heeft behoefte aan groen asfalt. Het heeft allemaal te maken met efficiëntie, winstmaximalisering en andere economische termen die in dit weideland niets te zoeken hebben. Het heeft te maken met de prijs die wij consumenten voor een liter melk willen betalen. We zijn een beetje doorgeschoten. Misschien kunnen we samen daadwerkelijk de tijd een klein stukje terugdraaien. Dat zou zelfs een fietstocht door Friesland nog een beetje mooier maken.

Topotijdreis

De kaarten van het Topographisch Bureau, later de Topografische Dienst, vormen de basis van de website Topotijdreis. Het principe is simpel. Je typt een plaatsnaam in Nederland in en krijgt de kaart van die plaats en de omgeving te zien. Op de tijdbalk links in het beeldscherm zit een schuif die je naar het gewenste jaar brengt. Met het verplaatsen van de schuif blader je door de verschillende edities van de topografische kaarten: www.topotijdreis.nl

Voor toeristische informatie over Akkrum en omgeving:

www.akkrum.net

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden