Tijdperk van Soeharto is niet voorbij

Aan de crisis in Indonesië is uiteraard ook het Westen (Nederland!) debet, dat Soeharto tot het laatst steunde. Maar wat kan Indonesië zelf doen?

Een uitgekiende combinatie van districtenstelsel met evenredige vertegenwoordiging leverde Golkar, door het fiasco van Soeharto's beleid zwaar gehavend, met 120 zetels toch zoveel op dat interim-president Habibie niet bij voorbaat is uitgeschakeld om zich in november door het Volkscongres tot president te laten benoemen. Want al heeft Megawati Soekarnopoetri's PDI-P 33 procent van de stemmen, in zetelaantal (154) heeft zij bij lange na niet genoeg om op eigen kracht president te worden. In dat Volkscongres kiezen 700 afgevaardigden de president. In de verkiezing van 7 juni zijn er 462 rechtstreeks verkozen; 38 zijn bij wet toebedeeld aan de strijdkrachten (tezamen vormen deze 500 de DPR, het parlement). Van de 200 overigen worden 135 aangewezen door de 27 provinciale parlementen, ook op 7 juni door verkiezingen zijn samengesteld, terwijl de andere 65 zetels dit keer door de Verkiezingscommissie moeten worden aangewezen.

De politieke landkaart is vergeleken met de eerste, en enige echte vrije, verkiezing in 1955 niet veel veranderd. Toen bestond er evenwicht tussen islampartijen en nationalistische, niet-religieuze partijen; ook nu zijn die politieke krachtsverhoudingen, zeker in zetels, nagenoeg in evenwicht. Maar de verhoudingen liggen níét zo eenduidig wat betreft de andere tegenstelling, die tussen de 'status-quo' (waarmee Habibie wordt geïdentificeerd, als voortzetting van Soeharto's Nieuwe Orde) en de reformasi (waar ten onrechte, gemakshalve, vooral ook door het Westen, Megawati's PDI-P toe wordt gerekend). 'Reformasi' betekent, ondanks alle retoriek, slechts voor een kleine minderheid een werkelijke politieke hervorming naar meer democratische verhoudingen. Voor de meeste Indonesiërs, vooral voor de miljoenen slachtoffers van de economische situatie, is de term vrijwel identiek met de huidige crisis. Want tot die uitbrak, was er ook voor vele armen nog altijd hoop dat zij eens konden delen in de welvaart die zij om zich heen zagen.

Maar toen de studenten om 'reformasi' riepen, kwamen juist zij op straat te staan. Zij verlangen dan nu ook niet zozeer naar drastische democratische hervormingen maar vooral naar werk, zij het nu wel met meer rechtvaardigheid in hun dagelijks leven. Megawati, die met de steun van deze kiezers haar meerderheidspositie heeft behaald, moet dus in de eerste plaats met hun materielë belangen rekening houden, wil ze haar populariteit niet snel verspelen. Maar door velen, in Indonesië en daarbuiten, werd gehoopt dat deze verkiezingen een duidelijke markering zouden opleveren met het Soeharto-tijdperk, gekenmerkt door corruptie en machtsmisbruik. Dit is dus niet het geval.

De politieke krachten die werkelijke democratische hervormingen voorstaan, behaalden slechts 100 zetels. Maar zonder die hervormingen moet worden gevreesd dat de crisis nog lang zal voortwoekeren. Dit is vooral rampzalig voor de tientallen miljoenen die zwaar lijden onder de gevolgen ervan. Maar ook als Megawati in november wél president wordt, zal zij nauwelijks, zeker niet op korte termijn, aan die verwachting van haar aanhang kunnen voldoen. Zij moet dan een zeer heterogene coalitie leiden tegenover een front van gefrustreerde islampartijen die zich weer aan de zijlijn geplaatst voelen. In die situatie kan zij nauwelijks een noodzakelijk slagvaardig beleid voeren.

De sociale desintegratie als gevolg van de slepende crisis heeft het land op de rand van een nationale desintegratie gebracht, waartegen een slagvaardig beleid vereist is. Maar een president met een te uitgesproken politieke kleur, of dit nu Megawati is of Habibie, is niet bij machte de fundamentele problemen van Indonesië alléén aan te pakken. Daarvoor is een brede, maar eensgezinde coalitie nodig. Waarover moet consensus bereikt worden? - De herdefiniëring van een consensus over de staatsideologie: onverkort handhaving van de huidige pancasila (waarin alle religies gelijk zijn) zoals Megawati en het leger willen; of een duidelijke opschuiving naar een islam-politik, zoals de achterban van Habibie en enkele islampartijen willen (samen goed voor eenderde van het aantal zetels in het Volkscongres); of een geleidelijke verschuiving naar een seculiere staat, zoals de progressieve krachten (nog verre in de minderheid) zouden wensen. - Helderheid over de politiek-bestuurlijke indeling van de staat: onverkort handhaving van de eenheidstaat, zoals Megawati en het leger willen; of vérgaande autonomie voor de regio's, mogelijk zelfs in de vorm van een federatie, zoals de progressieve krachten willen, en al wordt geëist in tal van provincies (nog los van de afscheidingsbewegingen in Irian Jaya/West-Papoea en Atjeh, Oost-Timor is een verhaal apart maar die kwestie speelt uiteraard zwaar mee). - Een noodzakelijke herstructurering van de economische verhoudingen, met garanties voor de Chinese ondernemers zonder dat zij een te dominante economische rol blijven spelen (zoals onder Soeharto, maar toen vaak als 'gegijzelden' van de politieke elite): in dit verband wordt in Indonesië door velen, zowel in het Mega-kamp als binnen islampartijen, gepleit voor ekonomi kerakyatan ('van het volk') - een sterk nationalistisch en populistisch economisch model dat niet alleen westerse investeerders makkelijk zal afschrikken, maar dat ook geen duidelijkheid biedt over de vraag wie precies tot 'het ondernemend volk' behoort (ook de Chinees of toch vooral de islamitische ondernemer?). - De Indonesische identiteit: uiteindelijk kan het gevaar van nationale en sociale desintegratie alleen gekeerd worden als de Indonesische samenleving zich ontwikkelt naar een democratische civiele samenleving waarin alle bevolkingsgroepen, ongeacht hun religie en etniciteit, zich een volwaardig burger kunnen voelen.

Deze vier fundamentele problemen kunnen nooit op korte termijn, in één regeringsperiode, worden opgelost. Maar de nieuwe president, wie het ook zal worden, zal een duidelijke koers moeten uitzetten om alleen al een begin van een oplossing ervan mogelijk te maken.

Tot november hebben de politiek verantwoordelijken in Indonesië de tijd om in goed overleg een zo breed mogelijke consensus te formuleren. Tijdens dit beraad zullen zij er alles aan moeten doen om de hoog opgelopen verwachtingen binnen hun achterbannen en de grote spanningen in de samenleving in toom te houden zodat er geen onbeheersbare onlusten ontbranden.

Het Westen, inclusief Nederland, doet er goed aan de Indonesische politieke elite die ruimte te geven én signalen af te geven, dat een coalitie die het kompas richt op ontwikkeling van een democratische civiele samenleving, op volle steun kan rekenen. Tegelijkertijd moet alles worden nagelaten wat de oude krachten van Soeharto's Nieuwe Orde in de kaart kan spelen. Het is naief te veronderstellen dat die krachten alleen nog in het Habibie-kamp zitten; ook Megawati's PDI-P is tenslotte een creatie van de Nieuwe Orde, omdat haar partij van oorsprong een van de weinige politieke formaties was; zij het dat zich in haar kamp verklaarde tegenstanders van de Soeharto-clan bevinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden