Tijdloze Dylan jaagt publiek op de stoelen/POP

ROTTERDAM - Twee voor de prijs van een. Van Morrison en Bob Dylan gaven maandag een even prachtig als historisch concert in Ahoy', tevens het begin van een Europees dubbeltournee.

Beiden startten in de vroege jaren zestig hun carrière en schreven als pure Einzelgüngers popgeschiedenis, inclusief een periode van religieuze bevlogenheid. De Ier Morrison (53) en de Amerikaan Dylan (57) ontwikkelden zich tot ijkpunten dankzij hun volstrekt eigen oeuvre, dat na ruim drie decennia de tand des tijds moeiteloos doorstaat.

Alle twee staan ze bekend als wispelturige artiesten waarvan je voor aanvang niet weet of ze het op de heupen krijgen. Maar 'Van the man' etaleerde zich als een kokende bandleider. Zijn litanische gezangen, gedrenkt in blues en soul, zaten vol venijn en schoonheid. Met volstrekt nieuwe versies van 'Tupelo honey' en 'The common one' deed hij een uur lang een verrassende greep uit zijn eigen catalogus. Morrison liet zijn chagrijn thuis en nam zijn spreekwoordelijke energie mee.

Ook Dylan bewees weer 'forever young' te zijn door met een ronkende gitaarband en zo'n verfrissend elan uit te pakken, dat hij zijn midlife publiek op de stoelen wist te jagen. Op een week na is het exact twintig jaar geleden dat hij zijn Nederlandse debuut maakte in de Kuip. Het was min of meer het eerste stadionconcert in ons land en illustreerde met die enorme mensenmassa - 50 000 in getal - hoe populair 'de onbereikbare' was. De legende die toen neerdaalde zou het moeilijk krijgen in de jaren tachtig, getuige de autistisch aandoende concerten in Ahoy' ('84 en '87). Hij werd verguisd door de punk/new wave-generatie, maar maakte vanaf midden jaren negentig een opvallende comeback. Met name zijn laatste album 'Time out of mind' (1997) bezorgde Dylan een nieuwe schare aanhangers. Dankzij producer Daniel Lanois werd Dylan weer de tijdloze outsider, de 'beatpoet' die met rake songs ziel en zaligheid uitdraagt.

Eigenlijk is hij nooit weg geweest. Met Rogers & Hammerstein, de gebroeders Gershwin en Lennon & McCartney is Dylan de meest gecoverde componist van deze eeuw. Zijn songs zijn tijdgebonden en tijdsoverstijgend tegelijk. Maar net als Neil Young, Lou Reed en Van Morrison werd Dylan opgehangen aan de stemmingen en koersen van het popbedrijf.

Toch zijn het de vijftigers die na de grote verguizing opeens tot 'godfathers' worden uitgeroepen, mits ze een nieuwe draai aan hun oude imago weten mee te geven. Dylan deed dat in Ahoy' door met een onwaarschijnlijk stevige band hard toe te slaan. Gestoken in zwart pak, wit hemd en dito puntschoenen voerde hij - dikwijls in halve spagaat - op gitaar zijn kwartet aan. De verfomfaaide craquelé-stem van weleer verkeerde hier en daar in topconditie. Er werd puur en rijk geïmproviseerd op elektrische en akoustische gitaren. Vooral het materiaal uit midden jaren zestig - zoals drie nummers van 'Blonde on blonde' - passeerde de revue. En hoe: de opening was een dampende uitvoering van 'Leopard skin pill-box hat'. 'Tangled up in blue' kreeg een speelse wals-uitvoering. 'Highway 61' bezat een soort Status Quo-dynamiek. Zo rechtlijnig en gemeen, dat het bezadigde publiek vanuit stoeltjes dankzij enkele goedmoedige Dylan-hooligans voorgoed aan het dansen sloeg. Een bevrijdend gejuich maakte zich los, iedereen werd even twintig. Dylan smolt en stond drie toegiften toe, waaronder 'Love sick' van zijn laatste cd en een ongekend felle versie van 'Rainy day women Nos 12 & 35'.

Morrison en Dylan: beiden weerlegden in Ahoy' het hardnekkige cliché dat popmuziek (leef)tijdgebonden is. Oud van geest zijn ze niet, 'out of mind' des te meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden