Tijdloos Monfragüe komt in de buurt van het paradijs

Het Spaanse nationale park Monfragüe is een paradijs voor vogelaars, wandelaars en rustzoekers. Een tijdloos landschap in de door toeristen nog amper ontdekte Extremedura.

Majestueus. Vooruit, laten we die term maar eens gebruiken. Geen ander woord doet immers beter recht aan de aanblik van de tientallen vale gieren die langs de hoogoprijzende rotspieken zweven aan de overkant van de rivier de Taag. Zonder één vleugelslag laten ze zich drijven op de wind, in trage wijde cirkels opstijgend op de door de warme aarde opgewekte thermiek. Met hun spanwijdte van al gauw twee meter zijn ze de onbetwiste koningen van de lucht.

Hoe groot en imponerend de vogels echt zijn, blijkt pas als ze de oversteek over het water maken. Op een meter of dertig afstand glijden ze op ooghoogte voorbij, gadegeslagen door vogelaars uit alle windstreken, van wie sommigen om onduidelijke redenen militaire camouflagekleding dragen - inclusief koppelriem en gevechtslaarzen. Met immense cameralenzen en verrekijkers volgen ze de vogels in hun vlucht, net zo ademloos van bewondering als wij.

Indrukwekkend

Zonder de hulpmiddelen van de echte vogelaar vallen wij - toeristen in korte broek en op wandelschoenen - hier wel een beetje uit de toon. Maar vogelaars zijn vriendelijke mensen die hun passie en kennis graag delen. Ongevraagd wijzen ze op bijzonderheden en attenderen ze ons op andere roofvogels die spaarzamer rondcirkelen, maar niet minder indrukwekkend zijn. Zoals de Spaanse keizeradelaar, een vogel waarvan we het bestaan tot voor kort niet eens vermoedden. En door het oculair van een vogelaar mogen we zelfs een zeldzame zwarte ooievaar bewonderen, die - onzichtbaar voor het blote oog - een kilometer verderop in een boom nestelt. Ter plekke besluiten we, eenmaal terug in Nederland, een cursus 'vogels herkennen' te gaan volgen.

We zijn amper in Monfragüe en ons bezoek kan al niet meer stuk. Vanaf ons onderkomen in het dorpje de Malpartida de Plasencia zijn we over verlaten wegen door het steeds leger wordende landschap van Midden-Spanje naar Monfragüe gereden; in feite een door de rivier de Taag in miljoenen jaren uitgesleten kloof in het hoogland van dertig kilometer lang en tien kilometer breed. Een woest en afgelegen gebied met rotspieken tot 750 meter hoog en duizelingwekkende afgronden.

Monfragüe is zo ruig en ontoegankelijk dat de mens zich er eeuwenlang amper liet zien. De natuur kon er ongestoord haar gang gaan. Het resultaat: een paradijs van biodiversiteit, habitat van een kleine 300 veelal zeldzame diersoorten. Waaronder niet alleen talloze (roof)vogels, zoals de oehoe en de steenarend, maar bijvoorbeeld ook de Iberische lynx, de otter, het edelhert, de genetkat en de mangoeste. Ze gedijen er verborgen tussen de eiken-, kurk-, aardbei-, olijf- en terpentijnbomen, jeneverbessen, heidevelden en tal van andere planten en struiken.

Franco's beschavingszucht

Het is raar om te bedenken dat dit bijzondere gebied ternauwernood is gered van de beschavingszucht van de Spaanse dictator Franco, die al die ledigheid en woestheid moeilijk kon verdragen. Hij liet in de jaren zestig twee stuwdammen bouwen, die een einde maakten aan de overstromingen van de Taag, waardoor Monfragüe mede vorm kreeg. Op last van Il Caudillo werden ook de berghellingen massaal beplant met eucalyptus- en dennebomen - met desastreuze gevolgen voor de oorspronkelijke begroeiing.

Maar Monfragüe was saved by the bell: Franco overleed (in 1975) voor hij het karwei kon afmaken. Na zijn dood keerde het tij in Spanje. In 1979 werd Monfragüe eerst een natuurpark en in 2007 een van de veertien Spaanse nationale parken.

Verwacht in Monfragüe echter geen toestanden zoals in ons eigen nationale park Hoge Veluwe, met fietsfiles op geasfalteerde paden, overvolle speeltuinen en vette dampen uitwasemende pannekoekenboerderijen. De mens gaat in de grootsheid van het weidse, imposante landschap van Monfragüe rap verloren. Het overgrote deel van Monfragüe is beschermd en afgesloten voor het publiek, slechts een klein deel is toegankelijk voor bezoekers, zelfs in het drukke seizoen eerder honderden dan duizenden per dag.

De schaarse wegen die zich door Monfragüe slingeren, leiden naar het centraal gelegen achttiende-eeuwse dorpje Villarreal de San Carlos, waar zich een informatiecentrum en horecavoorzieningen bevinden. Het dorpje is een verplichte stop voor touringcars, pleisterplaats waar Spaanse bejaarden kort de benen strekken om daarna neer te strijken op een terras voor koffie of bier. Tot ver in de omtrek echoot hun luidruchtige conversatie over de heuvels.

Het dorpje is een uitgangspunt voor wandelingen. Monfragüe is te ruig en ontoegankelijk om er op de bonnefooi op uit te trekken - er zijn ook amper voetpaden - maar er zijn drie wandelroutes uitgezet van verschillende lengte en zwaarte. Wij kiezen voor de korte, als 'middelzwaar' gekwalificeerde groene route. Die voert ons naar de Cerro Gimio, een rotspiek van 372 meter hoog die al in de steentijd werd bewoond.

Klimmend en klauterend over de rotsige bodem volgen we het bochtige pad. We schuifelen over smalle richels, struinen door droge dalen en verrassend groene bossen en lopen langs steile afgronden. Iedere stap vergt concentratie, want een kleine onoplettendheid kan grote gevolgen hebben.

Ons zwoegen wordt beloond. Niet alleen in de vorm van de spectaculaire vergezichten die zich voor ons ontvouwen, maar ook het besef dat we ons in een oeroud landschap bevinden dat sinds onheugelijke tijden onveranderd is gebleven. Een tijdloos terrein zoals ook onze voorgangers - Kelten, Iberiërs, Romeinen, Arabieren en middeleeuwse Portugezen en Spanjaarden - hebben aanschouwd; al zullen zij er vast met andere ogen naar hebben gekeken.

Voormenselijke tijden

In de verste verte zijn geen andere mensen te zien en zelfs van de elders in Europa alomtegenwoordige verkeersvliegtuigen blijven we verschoond. Het geluid van het landschap is dat van de aarde in voormenselijke tijden. Geen stilte, maar een eeuwig gemurmel van stromend water, ruizen van de wind in de bomen, fluiten van ontelbare zangvogels en af en toe een schrille kreet van een roofvogel. Bij een beekje ontwaren we een meerval van minstens een meter die zich in het ondiepe water bewegingloos koestert in het zonlicht.

Na een felle klim die ons de laatste adem beneemt, bereiken we de top van de Cerro Gimio. Het uitzicht is er ronduit spectaculair. Onder de oneindige hemelkoepel, waarin zich wel de contouren van een roofvogel aftekenen, blazen we uit met zicht op het in tinten rood, oranje, geel, groen en grijs geverfde landschap van Monfragüe, dat in de verre diepte wordt doorsneden door de blauwgroene slinger van de rivier de Taag. Het paradijs is het misschien niet, maar het komt er wel dicht bij in de buurt.

Nationaal park

Het nationale park Monfragüe ligt in de autonome regio Extremedura, ongeveer 100 kilometer ten zuiden van Madrid en 150 kilometer van de grens met Portugal. Monfragüe staat bekend als een vogelaarsparadijs. Maar in het park vindt de bezoeker ook een middeleeuws kasteel en resten van vroege bewoning, inclusief duizenden jaren oude rotsschilderingen.

Het gebied is tegenwoordig makkelijk (per auto) te bereiken. De Spaanse wegen zijn stil, maar uitstekend. De toegang tot Monfragüe is gratis.

Wandelen in het bergachtige Monfragüe vraagt om een redelijke tot goede conditie. Goede wandelschoenen en de juiste kleding zijn onontbeerlijk, evenals voldoende water en - niet te vergeten - een verrekijker.

De drie officiële, goed aangegeven wandelroutes zijn respectievelijk 7,5, 8,5 en 16 kilometer lang. Geen van deze routes is aan te bevelen voor mensen die slecht ter been zijn. Wel loopt vanaf het dorpje Villarreal de San Carlos een circa twee kilometer lange route speciaal voor rolstoelers.

Een goede uitvalsbasis voor een bezoek aan Monfragüe is het nabijgelegen dorpje Malpartida de Plasencia. Uitstekend en betaalbaar onderdak is bijvoorbeeld de Casa Rural del Corral, met gratis wifi en zwembad. Kamperen kan op de net buiten het park gelegen Camping Parque Nacional de Monfragüe.

In de directe omgeving van het park liggen middeleeuwse steden, zoals Trujillo, Cáceres en - iets verder weg - Avila, Salamanca en Toledo, die ook zeer de moeite van een bezoek waard zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden