Column

Tijdens de lunch met de koning keek ik of hij zich niet te gewoontjes gedroeg

null Beeld Trouw
Beeld Trouw

Ik had een brief van de koning gekregen. Nou ja, namens de koning. En de koningin. Of ik wilde komen lunchen op Paleis Noordeinde te ’s-Gravenhage.

En in één seconde vloog mijn bewustzijn meer dan veertig jaar terug in de tijd, naar mijn oma – ze leeft allang niet meer – in Hoogkerk, die in haar dressoir hele stapels bewaarde van het tijdschrift Ons Koningshuis. Als jongen las ik die altijd gretig, al is lezen niet helemaal het goede woord, ik vergaapte me vooral aan de foto’s. Dat er een wereld bestond die zo straalde, bewoond door mensen die overduidelijk magnetisch geladen waren, en eruitzagen als… als filmsterren, wilde ik schrijven, maar wat wisten wij van filmsterren? We hadden geen televisie of niets, we waren stille gereformeerden die op zondagochtend een boterham met tevredenheid aten en alles wantrouwden wat glanzen kon. Behalve als het Oranje was en in Ons Koningshuis stond.

Ze had het mooi gevonden, mijn oma, om te weten dat haar kleinzoon op het paleis was uitgenodigd, en ze zou me op het hart gedrukt hebben niet te vergeten Willem-Alexander en Máxima te feliciteren met hun dochter Ariane, die dinsdag jarig was. En ze zou tevreden zijn geweest, denk ik, met mijn pak en stropdas, die niet eens hadden gehoeven. Er gold geen kledingvoorschrift, zo vermeldde de brief, en een groot deel van de mannelijke gasten verscheen stropdasloos. Maar ik vond het wel aardig mijn rebelse en republikeinse neigingen eens te smoren in donkerblauwe deftigheid.

Mijn plek was aan tafel twee, waar Máxima zat. Naast mij mensen die allemaal vorig jaar een of andere onderscheiding hadden gewonnen; een leraar, een ICT-ondernemer, een wetenschapper, een van oorsprong Liberiaanse theaterman, een scholiere die wereldkampioen etaleren was geworden. Op het menu, kort samengevat, licht gerookte duif, gebakken tarbot met een luchtige saus van beurre noisette en gemarineerde avocado met lemon curd. Geserveerd door obers in livrei. En toch was de sfeer, vooral dankzij de terloops sturende hand van Máxima, ongedwongen en het gesprek geanimeerd. Al gauw kregen we het over het onderwijs, en hoe leerlingen gestimuleerd zouden kunnen worden door de samenleving het lokaal binnen te brengen – binnen de kortste keren hadden we daar, bij wijze van spreken, een prachtig wetsvoorstel voor geschreven.

Intussen probeerde ik in de gaten te houden of de koning zich niet te gewoontjes gedroeg. Vorige week had historicus en koningshuisdeskundige Han van Bree daar via deze krant voor gewaarschuwd. Willem-Alexander moest volgens hem oppassen de mystiek van het koningschap niet op het spel te zetten door ‘te gewoon’ te zijn. “Je moet als koning niet de boy next door worden of de uitstraling krijgen van een topambtenaar.” Maar wat ik zag, was dat een ontspannen koning en koningin mensen met in elkaar in verbinding brachten die elk op hun manier de samenleving wat mooier maakten. Dat was, in een overspannen en verdeeld land, al een behoorlijk mystieke gebeurtenis.

Stevo Akkerman schrijft drie keer per week een column voor Trouw. Vorig jaar won hij de J.L. Heldringprijs, die jaarlijks wordt uitgereikt aan de beste columnist van Nederland.

Lees ook: 'Je moet als koning niet de ‘boy next door’ worden'

Het gaat te ver om Willem-Alexander een René Frogerkoning te noemen, maar hij moet oppassen niet al te gewoon te worden, zei historicus Han van Bree vorige week in dit interview.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden