Tijd was te kort voor de Lijst Pim Fortuyn

Nieuwe partijen zijn eerder lamgelegd door interne chaos en ruzies. Maar de Lijst Pim Fortuyn had ook nog eens te maken met een machtsvacuüm na de moord op haar leider. De LPF heeft te weinig tijd gehad een gedegen partijorganisatie op te zetten.

Het kabinet is gevallen. De Tweede-Kamerfractie van de LPF en de ministersploeg bleken tot op het bot verdeeld. Fractievoorzitter Wijnschenk is afgezet en vervangen door Mat Herben. De ministers Bomhoff en Heinsbroek zijn afgetreden. Als er iets duidelijk is geworden uit de gebeurtenissen van de laatste tijd, dan is het dat ook de 'nieuwe politiek' het maar moeilijk zonder een stabiele, degelijk georganiseerde partij kan stellen.

Dit gemis is parlementaire debutanten al eerder opgebroken, met name wanneer zij ideologisch weinig geprofileerd waren. Zo kende de fractie van de Boerenpartij in de tweede helft van de jaren zestig drie afsplitsingen, en kregen de twee vertegenwoordigers van de Nederlandse Middenstandspartij (NMP) die in 1971 in de Tweede Kamer kwamen al na enkele maanden een hoogoplopende ruzie. De zes personen tellende fractie van het Algemeen Ouderenverbond (AOV) was binnen een jaar na haar parlementaire entree in 1994 in drie stukken uiteengevallen.

In al deze conflicten, die in hoge mate persoonlijk van aard waren, was er naast een weinig uitgewerkte ideologie evenmin sprake van een solide partijorganisatie die de problemen in de fractie kon helpen reguleren. Er lijkt dus met het pandemonium in de LPF weinig nieuws onder de zon, behalve dat de grote omvang van de fractie (maar liefst 26 leden) ertoe heeft geleid dat de tegenstellingen op brisanter wijze vorm hebben gekregen.

Het schaalverschil is natuurlijk niet de enige verklaring voor de chaos bij de LPF, en het feit dat deze zich zo snel voordeed. De oorzaak hiervan moet vooral gezocht worden in het machtsvacuüm dat in de partij is ontstaan na de moord op Pim Fortuyn. Bij Fortuyns samenbindende kwaliteiten als partijleider kunnen vraagtekens worden gezet; in het verleden is immers gebleken dat hij door zijn polariserende optreden nogals eens in conflict kwam met mensen met wie hij samenwerkte. Maar dat neemt niet weg dat het niet goed denkbaar is dat wanneer Fortuyn nog had geleefd, zijn positie als de onbetwiste aanvoerder van de LPF zo snel en zo fundamenteel ter discussie was komen te staan. Zoals de naam van Fortuyns partij al aangeeft, wás de LPF Fortuyn -en niet andersom. Fortuyn gaf de LPF leiding, richting en identiteit. Na zijn dood belandde zijn partij -voorzover die toen al als organisatie bestond- in het luchtledige. Wie Fortuyn moest opvolgen was niet duidelijk. Van regie was weinig sprake meer zoals in de eindfase van de kabinetsformatie bleek. En er ontbrandde vrijwel meteen een machtsstrijd tussen de fractie en het partijbestuur.

Dat de problemen na Fortuyns dood meteen zo sterk escaleerden, hangt sterk samen met de gehaaste manier waarop de kandidaten voor de kamerverkiezingen werden gerekruteerd. Nadat Fortuyn begin februari uit Leefbaar Nederland was gezet, had hij nog maar weinig tijd om een kandidatenlijst vooor de kamerverkiezingen op te stellen. Terwijl de gevestigde partijen jaren met het kandidaatstellingsproces bezig zijn, vond die in de LPF in enkele weken plaats. Die tijd is te kort geweest. Traditionele partijen mag dan wel worden verweten dat zij met hun keuze van aspirant-kamerleden te veel op safe spelen, maar het proces van het scouten, screenen en zorgvuldig afwegen van de verschillende kandidaten leidt doorgaans althans eerder tot een kamerfractie met een zekere balans en politieke coherentie dan een overhaaste werkwijze à la de LPF.

Daarbij lijken ook de persoonlijke voorkeuren van Fortuyn te hebben bijgedragen tot een weinig stabiele fractie. Omdat er geen reservoir was van 'gespotte' potentiële kamerkandidaten -waarover de gevestigde partijen vaak wel beschikken- was het betrekkelijk eenvoudig door te dringen op de lijst van de LPF. Fortuyn gaf daarbij ruim baan aan kandidaten die als ondernemer of zelfstandige succes hadden geboekt. Naar zijn mening kon de politiek veel leren van deze selfmade men, die wisten hoe een bedrijf gerund moest worden. Fortuyn haalde hiermee een aantal personen met behoorlijke ego's in de fractie, die in hun maatschappelijk welslagen een aanwijzing meenden te zien voor hun bekwaamheid voor 'nieuwe politiek'. Afgaande op de ordeloosheid binnen de LPF-fractie lijken in deze categorie kamerleden bepaalde persoonlijke, stabiliserende kwaliteiten vrij dun gezaaid, zoals het laten prevaleren van het partijbelang boven het eigenbelang, een bereidheid tot samenwerken en een zekere terughoudendheid in de media.

Omdat de LPF in korte tijd uit de grond werd gestampt, bestaan er geen formele of informele mechanismen en procedures om conflicten te kanaliseren of mee op te lossen. Gevestigde partijen beschikken hierover doorgaans wel. Een recent voorbeeld hiervan is het conflict in de CDA-top in de herfst van 2001, toen de partijvoorzitter in botsing kwam met de politiek leider. Zonder al te veel kleerscheuren wisten partijbestuur en kamerfractie deze kwestie te regelen. De partijorganisatie van de LPF daarentegen kent momenteel geen gezaghebbende organen waarvan de traditionele of morele autoriteit ten tijde van crises niet in twijfel wordt getrokken, en die kunnen bijdragen om escalatie te voorkomen. Eerder is het tegendeel het geval: de status van het LPF-bestuur zelf is onderdeel van het conflict.

Vanzelfsprekend kent de jonge LPF ook nog niet een partijcultuur die kan bijdragen om interne problemen tot een goed einde te brengen. Bepaalde tradities binnen de partij, breed aanvaarde mores en omgangsvormen, een zekere sociale homogeniteit van de ledenachterban, het gezag van een éminence grise -het zijn factoren die kunnen voorkomen dat conflicten uit de hand lopen. Naast hun deëscalerende werking kunnen zij ook het gemeenschappelijke verband en de identiteitsvorming binnen een partij bevorderen. Bij de LPF is van dit alles geen sprake; voorzover zij al een partijcultuur kent, wordt deze gekenmerkt door geruzie en onderling wantrouwen.

Het gedachtegoed van Fortuyn zorgt evenmin voor samenhang in de LPF. Het wrange is dat de conflicten die de partij momenteel teisteren, in feite niets met het program van Fortuyn van doen hebben: het draait tot nu toe uitsluitend om persoonlijke meningsverschillen, niet om politieke. Wanneer die persoonlijke conflicten waren opgelost had in de LPF nog een richtingenstrijd over het gedachtegoed kunnen uitbreken. De denkbeelden van Fortuyn bevatten immers nationalistische, behoudende, communitaristische, liberale en zelfs enkele libertaire elementen, die onderling nogal eens op gespannen voet staan.

Op de gevestigde partijen is veel kritiek mogelijk. Ze zijn vaak te veel gericht op de politiek in Den Haag, waarbij het contact met de samenleving in het gedrang komt -zeker als ze aan de regering deelnemen. Tegelijkertijd moet men vaststellen dat traditie en organisatie in de regel tot meer consistentie en samenhang leiden (met als keerzijde mogelijke verstarring en risicomijdend gedrag). Ook parlementaire nieuwkomers met een lange voorgeschiedenis, zoals de SP, getuigen van de heilzame werking van structuur en partijcultuur. Politiek, ook nieuwe politiek, kan niet zonder solide, democratische partijorganisatie. De toestand waarin de LPF verkeert, is hiervoor het levende bewijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden