Tijd om te praten met de taliban

De strijd in Afghanistan is niet te winnen, durven betrokkenen nu toe te geven. Door voedselgebrek, bombardementen en corruptie verdwijnt de steun van de bevolking voor de westerse legers. Praten met de taliban is daarom niet langer taboe.

Legergeneraals en andere deskundigen tuimelden de laatste dagen over elkaar heen met de observatie dat de Navo de oorlog in Afghanistan niet kan winnen. Gisteren publiceerde The New York Times de pessimistische conclusie van een nog te verschijnen rapport van alle zestien Amerikaanse inlichtingendiensten. Betrokken ambtenaren meldden de krant dat in het rapport wordt vastgesteld dat Afghanistan in een neerwaartse spiraal zit. De inlichtingendiensten vragen zich af of de Afghaanse regering wel bekwaam genoeg is om te voorkomen dat de invloed van de taliban in het land verder toeneemt.

Afgelopen zondag zei generaal Mark Carleton-Smith, de hoogste Britse militair in Afghanistan, in de Britse krant The Sunday Times, dat een militaire overwinning in Afghanistan niet mogelijk is. De uitspraken van de legerleider volgden kort op de publicatie van een naar het Franse blad Le Canard Enchainé uitgelekt memo van een Franse diplomaat. Daarin stond dat de Britse ambassadeur in Kaboel had gezegd dat de problemen in het land door de aanwezigheid van buitenlandse troepen worden verergerd en dat de strategie in Afghanistan gedoemd was te mislukken.

Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon zei onlangs dat de veiligheidssituatie in Afghanistan in het afgelopen halfjaar ’aanmerkelijk’ is verslechterd. Hij toonde zich ontsteld dat ook het aantal aanvallen op hulpverleners is toegenomen. Dit jaar werden minstens 30 hulpverleners vermoord en 92 ontvoerd. 22 konvooien van het Wereld Voedselprogramma werden aangevallen.

Het Rode Kruis waarschuwde voor een ander probleem: de kans bestaat dat in het najaar honderdduizenden hun huizen verlaten vanwege droogte, onveiligheid en stijgende voedselprijzen.

De timing van dergelijke berichten heeft uiteraard alles te maken met de tweedaagse vergadering, gisteren en vandaag, van de ministers van defensie van de 26 Navo-landen in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. Daar wordt druk overlegd over meer militairen en meer geld voor Afghanistan. Zondag loopt bovendien formeel het VN-mandaat voor de Navo-militairen in Afghanistan af. De verlenging daarvan staat buiten kijf: het is een hamerstuk in New York.

Toch zijn de ferme waarschuwingen van kenners zeker gehoord. Alleen, de waarschuwingen bevestigden hooguit wat iedereen al wist. Het doel van de Navo is dan ook allang niet meer om de in 2001 begonnen oorlog tegen de taliban ’te winnen’. „De opstand van de taliban terug te brengen tot een niveau waarop de opstandelingen geen belangrijke dreiging meer vormen en het Afghaanse leger de situatie kan beheersen”, zou al heel mooi zijn, zei de Britse generaal Carleton-Smith in diezelfde The Sunday Times.

Alle waarschuwingen zijn dan ook vooral bedoeld om de geesten rijp te maken voor onderhandelingen met de taliban, als route naar een enige echte oplossing voor Afghanistan. Zulke onderhandelingen waren een aantal jaren geleden taboe. Maar nu zeven jaar oorlog de situatie er niet beter op heeft gemaakt, is wijziging van de koers wel nodig. Helemaal omdat de taliban de tijd lijken te nemen. Tegen een westerse journalist die door de taliban ontvoerd was, had een talibancommandant verteld dat de taliban nu de strategie van de lange adem hanteren. Ze zouden zichzelf twintig jaar geven om hun ’oorlog tegen het kapitalisme’ te winnen. Zo lang willen en kunnen de westerse mogendheden niet voor oppasser in Afghanistan spelen.

Britse regeringsvertegenwoordigers hebben eerder geopperd dat het verstandig zou zijn om te proberen de taliban er door middel van onderhandelingen toe te bewegen hun wapens neer te leggen en deel te gaan uitmaken van het landsbestuur. Vorige week riep de Afghaanse president Hamid Karzai de taliban nog op om te onderhandelen.

Zulke onderhandelingen zijn er bovendien hoogstwaarschijnlijk al geweest. In de laatste week van september voerden in Mekka, Saoedi-Arabië, onder meer elf vertegenwoordigers van de taliban gesprekken met twee Afghaanse regeringsfunctionarissen. Al doet iedereen daar erg schimmig over. Haagse politici zeggen hierover hooguit: „Over Mekka weten we niets, de onderhandelingen zijn een zaak van de Afghaanse regering.” Maar ’Mekka’ wordt dus allerminst ontkend, en dat onderhandelen met de taliban tot een oplossing kan leiden, denkt ook de Nederlandse regering, die dit voorjaar zijn missie naar de Afghaanse provincie Uruzgan al verlengde tot 2010.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden