Tijd is rijp voor christelijk offensief

Er moet een nieuwe, christelijk-sociale beweging komen, die hetversnipperde christelijk-sociaal denken weer in een groot netwerk bundelt.

door Jan Jacob van Dijk

De huidige christelijk-sociale beweging kent een rijke geschiedenis,maar een rijke toekomst is niet gegarandeerd. Door de fusie van allechristelijk-sociale werkgeversorganisaties met de liberale organisaties,is momenteel alleen het CNV nog een christelijk-sociale organisatie opsociaal-economisch terrein. Dat beeld behoeft aan twee kanten eennuancering.

In de eerste plaats zijn er vele maatschappelijke organisaties die zichniet christelijk-sociaal noemen, maar in hun dagelijks handelen naadloosaansluiten bij de christelijk-sociale uitgangspunten. Een tweede nuancelevert het gedrag van mensen met een kerkelijke achtergrond. Zij donerenmeer, doen meer vrijwilligerswerk en mantelzorg dan buitenkerkelijken. Eris nog voldoende potentieel voor een nieuwe christelijk-sociale beweging,maar niet meer voor organisaties zoals in het verleden.

Daarom wordt het tijd om daarvan enige contouren te schetsen.

In de eerste plaats zou de christelijk-sociale beweging een kern moetenvormen. Een kern van organisaties die zich bekent tot dechristelijk-sociale uitgangspunten en over een voldoende omvang vanorganisatie en ledentallen beschikt. Men kan denken aan het CNV op hetsociaal-economische terrein, de EO en KRO in het medialandschap (bij deNCRV lijken de identiteitsongevoelige professionals het meer voor hetzeggen te hebben dan de leden), de besturenraad en katholiekeonderwijswerkgevers op het onderwijsveld en VU-Windesheim voor hetwetenschappelijk en hoger onderwijs. Dat is de spil.

Organisaties die nauw aansluiten bij het christelijk-sociaal denkenkunnen een eerste schil om deze spil vormen. Zoals World Servants ofouderverenigingen voor gehandicapte kinderen. De tweede schil kan bestaanuit personen die zich aangetrokken voelen tot het christelijk-sociaaldenken, maar binnen zich neutraal noemende organisaties werkzaam zijn. Denieuwe loten aan de stam zouden in de derde schil zitting kunnen nemen: netwerken van maatschappelijke ondernemingen of bedrijven die zich metmaatschappelijk verantwoord ondernemen bezighouden.

Deze nieuwe mensen zullen opgevoed moeten worden over de identiteit vanhun eigen organisatie. Dat is de basis van iedere identiteitsorganisatie:weten wat de kern is van de identiteit, hoe die in het verleden gestaltekreeg en hoe dat in de huidige en toekomstige tijd gestalte moet krijgen.Daarom is de noodzaak van een identiteitsbewust selectie- enpersoneelsbeleid voor cruciale beleidsbepalende functies noodzakelijk.

De christelijk-sociale beweging kan alleen invloedrijk zijn als ze overvoldoende massa beschikt. Vaak wordt dan alleen gekeken naar de ledentallenvan organisaties, maar is dat een voldoende beeld? Moet bijvoorbeeld hetCNV niet allianties aangaan met organisaties die dicht tegen hunwerkterrein aanliggen, zoals migrantenorganisaties, milieuorganisaties enpatiëntenverenigingen?

In de tweede plaats zouden christelijk-sociale organisaties weer terugmoeten naar een goede invulling van het begrip 'lid. Om en nabij deeeuwwisseling was het begrip 'sociale ANWB' veelvuldig te horen als hetging om de toekomst van de vakbeweging. De leden moesten als klanten wordengezien. Maar dat is het CNV niet en moet het ook niet worden. Hetlidmaatschap van een organisatie betekent meer: invloed op het beleid. Enniet via het modieuze verschijnsel van referenda, want dat levert alleenmaar schijninvloed op. Het moet gaan om invloed van leden op het moment dathet er werkelijk toe doet.

Maar slechts naar de leden luisteren maakt het moeilijk om deuiteindelijke doelstellingen te bereiken. Daarom is een belangrijke rolvoor de leiding van maatschappelijke organisaties weggelegd om ervoor tezorgen dat het evenwicht wordt bewaard.

In het voorgaande is gesproken over de invloed van de leden op hetbeleid van christelijk-sociale organisaties, maar zouden we de vraag ookniet moeten omdraaien. Moet de christelijk-sociale beweging niet aanwezigzijn bij de keuze die de leden moeten maken? Denk aan de nieuwezorgverzekering: de overheid komt met voorlichting, de zorgverzekeraarszullen ons overstelpen met allerlei informatie, maar waarom leverenmaatschappelijke organisaties geen feitelijke informatie aan hun leden overwat de keus voor het ene betekent in vergelijking met een keus voor hetandere? Zo kan een maatschappelijke organisatie betrokken worden bij dekeuze die hun leden maken.

De bouwers zijn er: de mensen die zich aangetrokken voelen tot hetchristelijk-sociaal denken. De bouwstenen zijn voorhanden: deuitgangspunten van dit denken. Nu het cement nog: de nieuwe beweging diede christelijk-sociale architectuur van de samenleving in een woonbaarhuis kan omzetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden