Tienpersoonsgeschiedenis van Joden vult leemte, maar laat vragen open

J. C. H. Blom e.a.: Geschiedenis van de Joden in Nederland. Balans, Amsterdam, geb., geïll., 502 blz. - ¿ 69,50. Jozeph Michman: Dutch Jewry during the Emancipation Period 1787-1815, Amsterdam University Press, 238 blz. - ¿ 65 (geb. ¿ 85).

Het gaat om het derde lijvige werk in een rij, na de platenatlas 'Memorboek' (1971) van M. H. Gans en 'Pinkas' (1992) van J. Michman e. a. over lokale Joodse geschiedenis. Maar het laatste echte overzichtswerk dateert van vóór de oorlog, begin 1940: 'Geschiedenis der Joden in Nederland', onder redactie van Hk. Brugmans en A. Frank. Door de bezetting bleef het bij deel één. In 1843 was H. J. Koenen hen voorafgegaan met een boek onder dezelfde titel. Onbevangen was hij niet, gezien zijn wens “dat alle de nakomelingen van Abraham, Isaac en Jacob zich zullen bekeeren tot den Heer hunnen God en Zijn grooten Zoon, hunnen Koning”.

Het historische moment van dit nieuwe overzichtswerk wordt, na Brugmans en Frank, bepaald door de overbrugging van de vroege middeleeuwen tot en met de naoorlogse jaren. De oorlogsperiode is nadien indringend beschreven door Abel J. Herzberg, J. Presser en L. de Jong. Maar opname in een overzichtswerk is op haar plaats; met ook het naoorlogse antisemitisme, en met een opbloeiend Joods cultureel leven in en buiten de Joodse zogeheten kerkgenootschappen.

Er komt veel aan bod In 'Blom cum suis', zoals we dit nieuwe werk in de wandeling maar moeten noemen, naar de tien auteurs die aan het boek bijdroegen (naast Blom o.a. J. J. Cahen, R. G. Fuks-Mansfeld en J. I. Israël). Eeuwenlang zijn vervolgingen en valse beschuldigingen door christenen de rode draad. Portugese Joden op de vlucht voor de roomse Inquisitie, Asjkenazische Joden die pogroms en discriminatie in Oost-Europa achter zich laten, plukken de vruchten van en dragen bij aan het relatief vrije klimaat van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Veel cultuurhistorische feiten zijn bekend, zoals de druk door Menasseh Ben Israel in 1672 van de eerste Spaanstalige Joodse krant, de Gazeta de Amsterdam. Ze verdienen zeker vermelding. Het boek wemelt van de feitjes en biedt wat dat betreft een goede opsomming. Demografische gegevens zijn fors aanwezig. Het is jammer dat daarentegen niet veel verteld wordt over de mentaliteit, over de gevoelens van Joden en hun medeburgers.

Een uitzondering vormt de historicus D. M. Swetschinski uit Arizona, met enkele paragrafen over christelijke opvattingen in de zeventiende eeuw. Een kentering in het denken vindt moeizaam plaats. Zo spreekt dominee Petrus Plancius over 'stoutic- of lelickheden' van de Joden en maakt de synode van Zeeland zich zorgen over hun 'grouwelijcke ongelovicheijt'.T'en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u cruysten, dichtte Jacob Revius in 1630 verdraagzaam. Voor een ander gedicht van hem uit hetzelfde jaar gaat dit niet op: O Joden, het is recht, die cochtet Christi bloet / Dat ghy u tranen self om gelt nu copen moet.

Beroemd is Hugo de Groots relatief tolerante reglement over het vrije verkeer van de Joden in de samenleving (1615). Tekst en context worden helder uiteengezet. Nu bijna twee eeuwen geleden, in 1796, stelde de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek de Joden ten slotte gelijk aan alle andere burgers.

De behandeling van die periode van emancipatie, rond 1800, rammelt in het boek. Er is met flinke pas door de decennia heen gewandeld. Zo wordt, om maar één voorbeeld te noemen, niet het eerste Nederlandstalige Joodse weekblad uit 1806 vermeld, maar gesproken over het 'diepe stilzwijgen' van de Joden tot 1849 als er een volgend periodiek verschijnt. Voor het Sanhedrin, bijeenkomst van Joodse notabelen door Napoleon bijeengeroepen in 1807, wordt naar Franse bronnen verwezen, terwijl dat weekblad (Bijdragen betrekkelijk de verbetering van den maatschappelijken staat der Joden) expliciet berichtte over deze voor de gelijkstelling van de Joden belangwekkende vergadering. Die Bijdragen staan nota bene wel achterin het boek genoemd bij de blijkbaar door een andere auteur samengestelde 'Bibliografische hulpmiddelen'.

Uitvoeriger over de emancipatie schrijft de Israëlisch-Nederlandse historicus J. Michman in een eveneens deze week verschenen boek, 'Dutch Jewry during the Emancipation'. Michman legt sterker het accent op het verlies van identiteit door de gelijkstelling en op de zijns inziens negatieve gevolgen voor het Joodse proletariaat. Zijn deelstudie is zoveel uitgebreider, dat ze voor deze sleutelperiode naast de 'Geschiedenis van de Joden in Nederland' geraadpleegd zou moeten worden.

De 'Geschiedenis', die met haar vele feiten zal blijken als nuttig naslagwerk een leemte te vullen, na de gedateerde produkties uit 1843 en 1940, bevat meer onvolledige of tegenstrijdige informatie. Zo bevinden de meeste documenten van Ets Haim zich niet in deze wereldberoemde bibliotheek van de Portugese Synagoge in Amsterdam. Elders - maar dat moet je dan wel toevallig onder ogen krijgen - staat het weer wel correct vermeld, ze zijn aan de Universiteitsbibliotheek in Jeruzalem uitgeleend. Het origineel van Hugo de Groots reglementen is dus niet in Nederland te aanschouwen.

Een ander voorbeeld, uit begin deze eeuw, betreft de Amsterdamse 'volksrebbe' Meijer de Hond, die zich door (in het midden gelaten) conflicten 'nooit een positie verwierf': hoe verhoudt dit zich tot de (eveneens niet genoemde) massale aanwezigheid van tienduizenden bij zijn begrafenis? En, nog één voorbeeld dan, het kan er bij mij niet in dat Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts en voorvechtster voor het vrouwenkiesrecht, met een plekje op een fotootje afdoende behandeld is.

Veel achterliggende vragen komen zodoende niet aan bod. Wat is de betekenis van Ets Haim voor de Joodse geschiedschrijving wereldwijd? Waren Aletta Jacobs en andere vrouwen (aan wie weinig aandacht wordt besteed) produkten van de Joodse emancipatie? Waarom werd Meijer de Hond 'volksrebbe' genoemd? Wat voor werk maakten (naoorlogse) Joodse romanschrijvers en dichters? Over conflicten komen we al helemaal weinig te weten - neem de volksrebbe, of die volgens kenners ten onrechte eeuwigdurend lijkende bruikleen van Ets Haim aan Jeruzalem (originelen hier, kopieën daar zou een logischer volgorde zijn). Conflicten zijn een goede graadmeter voor de mate van integratie en behoud van identiteit.

Dit ambitieuze boek lijdt onder de opzet. In een kort tijdsbestek moesten tien drukbezette auteurs op eigen houtje een hoofdstuk schrijven. Het is een beperking die de opdrachtgever, de Nederlandse Koninklijke Academie van Wetenschappen, heeft opgelegd: “Een bundel van bijdragen blijft een, weliswaar onder een begeleidende redactie ontstane, verzameling losse stukken, zij het in chronologie zoveel mogelijk op elkaar aansluitend”, staat er in de inleiding. En daar is het wel mee gezegd.

Na dit nieuwe, omvangrijke, nuttige maar gefragmenteerde naslagwerk, is het wachten op die historica of historicus die vanuit één synthetisch concept data en ideeën beschrijft en in een verband plaatst. Het is een raadsel, waarom na Huizinga, Geyl, Romein, Kossmann, nog altijd geen mens uit de generatie van Blom c. s. de lezer de gelegenheid wil geven meegesleept te worden, in een confrontatie met een eigenzinnige verkenning van de historie van de Joden in Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden