'Tien pups voor een bontjas'

Namibische jagers hebben de pelsrobben bijeengedreven en staan klaar om ze dood te knuppelen. ©AP

Protesten helpen niet. De regering van Namibië laat zich niets gelegen liggen aan wat zij noemt 'de mening van buitenlandse experts'. Dus gaat de jacht op de pelsrobben er gewoon door. Die worden meestal op barbaarse wijze doodgeknuppeld. Namibië zegt dat de robben schadelijk zijn voor de visstand en dat de jacht van economisch belang is voor het land. Is dat zo?

Zodra de pelsrobben François Hugo zien, beginnen ze te krijsen. "Het zijn emotionele beesten. Dit is het geluid dat ze normaal gesproken maken om hun moeder te roepen", verklaart Hugo, terwijl hij een tegenstribbelende zeerob probeert te voeden met een fles gepureerde vis.

In het Seal Rescue Centre op de pier van Hout Bay, een kleine vissershaven vlakbij Kaapstad, kunnen verzwakte en gewonde pelsrobben op krachten komen. Sommige dieren zijn door Hugo gevonden op de stranden rondom Kaapstad, anderen werden bij hem afgeleverd door bezorgde wandelaars.

François Hugo heeft zich opgeworpen als beschermheer van de Kaapse pelsrobben. Niet alleen in Zuid-Afrika, maar ook in buurland Namibië. Want terwijl in Zuid-Afrika de jacht op pelsrobben sinds 1990 is verboden, gaat deze in de voormalige Zuid-Afrikaanse 'provincie' Namibië onverminderd door. Onlangs is het jachtseizoen, dat loopt van begin juli tot 15 november, weer geopend.

Dit jaar mogen de jagers van het Namibische ministerie van visserij 91.000 zeerobben doden, waarvan 85.000 pups (jonger dan 1 jaar) en 6000 volwassen mannetjes ('bulls'). Van de vacht van de pups worden peperdure bontjassen gemaakt die in Rusland en Azië gretig aftrek vinden. Voor één bontjas zijn zo'n tien pups nodig. De bulls worden gedood voor hun penis en testikels. In China wordt aan hun genitaliën een medicinale werking toegekend.

De door Hugo opgerichte actiegroep Seal SA doet al jaren verwoede pogingen om de jacht te stoppen. Ze heeft daartoe een team advocaten ingeschakeld. Die menen dat de jaarlijkse 'zeehondenoogst' in strijd is met Namibië's eigen flora- en faunawetgeving en met internationale richtlijnen voor het doden van zeehonden. Hugo was jarenlang een roepende in de Namibische woestijn, maar krijgt dit jaar bijval van onder meer het Wereld Natuur Fonds, de natuurbeschermingsafdeling van de Verenigde Naties (UNEP) en het diamantbedrijf De Beers - de grootste werkgever van Namibië.

Ook Sea Shepherd, bekend van de strijd tegen de Japanse walvisjagers, bemoeit zich er nu mee. Sea Shepherd-oprichter Paul Watson wilde met zijn team de jacht filmen. De activisten werden ontdekt door het Namibische leger en moesten een paar weken geleden halsoverkop het land uit vluchten. Volgens Watson zijn zijn medewerkers bedreigd en is hun apparatuur kapotgemaakt. In eerdere jaren heeft ook de Nederlandse regering aangedrongen op het stopzetten van de jacht.

Namibië houdt vol dat de jacht een economische noodzaak is. De pelsrobben zouden de zee leegeten en de vissers beroven van hun broodwinning. Activisten brengen daar tegenin dat het juist de zeehonden zijn die worden bedreigd in hun voortbestaan. Bovendien vinden zij de manier waarop de dieren worden gedood onnodig wreed. Wie er gelijk heeft, valt lastig te zeggen.

Anders dan in Canada - samen met Namibië de grootste exporteur van zeehondenbont - worden buitenstaanders niet toegelaten tot de jacht. Er is haast geen deskundige te vinden die vrijuit over het onderwerp wil spreken. De wetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar de Kaapse pelsrobben zijn bijna allemaal direct of indirect in overheidsdienst. In Namibië ligt kritiek op de jacht zeer gevoelig en Zuid-Afrika wil de relatie met buurland Namibië niet op scherp zetten.

De Zuid-Afrikaanse bioloog Stephen Kirkman geldt als de voornaamste expert op het gebied van de Kaapse pelsrobben. Hij kampeerde jarenlang tussen de dieren in Namibië.

Kirkman is niet erg spraakzaam: "Mijn vorige baan ben ik kwijtgeraakt nadat ik in de media kritische uitspraken had gedaan over de jacht." Na enig aandringen wil hij wel kwijt dat het te simpel is om een directe relatie te leggen tussen de visstand en de hoeveelheid pelsrobben.

Anderzijds plaatst hij een kanttekening bij de claim dat de Kaapse pelsrobben door de jacht uitsterven. "De omvang van de populatie is de afgelopen tien tot twintig jaar niet afgenomen. In de drie grootste kolonies worden jaarlijks in totaal ongeveer 135.000 puppies geboren. Er zijn vier tot vijf keer zoveel volwassen dieren.

De leefgebieden van de zeehonden zijn de laatste jaren wel aan het veranderen. Ze trekken steeds noordelijker, richting Angola. Dat heeft waarschijnlijk meer te maken met de veranderende natuurlijke omstandigheden dan met de jacht."

In Namibië noemt Rod Braby van het Namibian Coast Conservation and Management Project (NACOM) de pelsrobbenkolonies op basis van eigen observatie 'behoorlijk gezond'. Hoeveel er precies zijn, kan Braby niet zeggen. "Sinds 2006 zijn er geen officiële tellingen openbaar gemaakt. Wij hebben het ministerie van visserij meerdere malen aangeboden om te helpen bij het in kaart brengen van de kolonies, maar daar wordt niet op ingegaan." Meer wil Braby er niet over zeggen, ook bij hem hebben eerdere kritische uitspraken zijn carrière geen goed gedaan.

Wreed is de Namibische jacht zonder meer. In het geheim gemaakte filmbeelden op internet laten zien hoe jagers groepjes pelsrobben bijeendrijven en doodknuppelen. Duidelijk zichtbaar is dat veel dieren niet in één keer dood zijn. Dat is in strijd met de richtlijnen voor het 'humaan' doden en villen van robben, die in 2007 zijn opgesteld door de European Food Safety Authority (EFSA). Volgens de deskundigen van de EFSA moet een dier met één klap of schot worden gedood. Als is vastgesteld dat hij dood is, moet de jager het dier laten leegbloeden.

Het probleem is dat Kaapse pelsrobben zich niet makkelijk laten vangen. Ze zijn sneller dan bijvoorbeeld de Canadese zadelrobben of de grijze zeehonden in de Waddenzee, doordat ze alle vier de vinnen gebruiken om te lopen. De jacht ontaardt al snel in een chaotische kloppartij.

De economische betekenis van de pelsrobbenjacht voor Namibië lijkt gering. De jagers verdienen vier euro per dier. Een totaalopbrengst van 360.000 euro lijkt veel, maar met negentig jagers komt het neer op 4000 euro voor 4,5 maand werk. En buiten het jachtseizoen zijn de meeste jagers werkloos. Andere werkgelegenheid wordt er niet gecreëerd, want de huiden verdwijnen direct naar het buitenland.

Een man die wél rijk wordt van de jacht is de in Sydney woonachtige Turks-Australische zakenman Hatem Yavuz. Alle Namibische zeehondenhuiden worden door hem opgekocht om in zijn fabriek in Istanbul te worden verwerkt tot peperdure bontjassen. 'Skins are our business', valt te lezen op de website van de Yavuzgrup. De telefoon wordt er nooit opgenomen.

Voor Namibië is de zeehondenjacht uitgegroeid tot een principekwestie. Het land beschouwt buitenlandse kritiek als een ongewenste inmenging in een binnenlandse aangelegenheid. Protestbrieven zoals die van de Nederlandse regering in 2007 blijven onbeantwoord. De juridische argumenten van de advocaten van François Hugo doet de Namibische premier af als 'een mening'. De verantwoordelijke minister benadrukte in een lokale krant nog maar eens dat het Namibië's 'recht en verantwoordelijkheid is om op een verstandige en duurzame wijze met de eigen natuurlijke hulpbronnen om te gaan.'

Kaapse pelsrobben

Het leefgebied van de Kaapse pelsrobben strekt zich uit van de westkust van Zuid-Afrika tot de zuidkust van Angola. Zeventig procent van de robben bevindt zich in Namibië. Recente cijfers ontbreken, maar de populatie is naar schatting tussen de zes- en zevenhonderdduizend exemplaren groot.

De laatste jaren trekken de robben steeds verder noordwaarts, richting Angola. Ook verplaatsen ze zich in toenemende mate van de rotseilanden voor de kust naar de stranden, waar ze ten prooi vallen aan roofdieren en blootgesteld worden aan ziektes. De Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES) heeft de Kaapse pelsrobben op de lijst geplaatst van dieren die niet op korte termijn bedreigd worden met uitsterven, maar die wel goed in de gaten moeten worden gehouden.

François Hugo, oprichter van Seal SA, in zijn opvangcentrum Seal Rescue Centre op de pier van Hout Bay in Zuid-Afrika. © Rob Hartgers
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden