'Tien jaar lang sliep ik met één oog open'

Erik Claus (1968), ex-dakloze

"De Waalbrug staat op het omslag van mijn boek, maar onder díe brug heb ik nooit geslapen. Veel te koud, daar aan het water. Waar ik wél sliep? Tsja, waar niet? Jarenlang stond ik met een tentje op het terrein van de Radboud Universiteit. Ook sliep ik vaak in treinen. Als we 's nachts een eindstation binnenreden, mocht ik van de meeste conducteurs wel in de trein blijven, een beetje slapen, wachten op de volgende morgen. Jarenlang lag ik bij het ziekenhuis, achter struiken, op het rooster van de airconditioning. Om half acht 's morgens liep het ziekenhuispersoneel met honderden langs mijn slaapzak. Niemand stuurde me ooit weg. Als je dan toch dakloos bent, kun je dat maar het beste zijn in Nijmegen, de sociaalste stad van Nederland.

Begin jaren negentig raakte ik dakloos, omdat ik als jonge economiestudent mijn huur een paar maanden niet betaald had. Zo gemakkelijk kan het gaan. Die eerste jaren was ik best een gelukkige dakloze. Ik was opgelucht, had al die verantwoordelijkheden in één klap ingeruild voor de grootst denkbare vrijheid. Mijn dagen begon ik bij Albert Heijn. Ik dronk er gratis koffie uit een automaat en liet er elke morgen ongezien twee chocoladerepen in mijn jaszak glijden. Vaak tikte ik een autoruitje in, ik stal een autoradio, verkocht die en gaf de opbrengst uit aan drugs. Tussen de bedrijven door gaf ik jan en alleman de schuld van mijn mislukte leven: mijn ouders, voor wie ik nooit iets goed deed, die internaten van vroeger, 'de maatschappij' - dat monster dat van je verwacht dat je slaagt - en eigenlijk elke willekeurige voorbijganger.

Of ik onder de brug echt mezelf vond? Natuurlijk niet, zo werkt het niet. Geleidelijk kreeg ik een hekel aan mezelf. Ik zag die autoradiootjes, die chocoladerepen en vond mezelf een vervelend mens. Net toen ik dacht dat het met mij niets meer zou worden, helaas pindakaas, vond ik een baantje. Ik bedacht 'Dagloon Nijmegen', een stichting die dagbesteding verzorgt voor dak- en thuislozen. Voor zes uur werk - papierprikken, schoffelen of schoonmaken - ontvangt een dagloner twintig euro. Nog een paar jaar later begon ik een fietsenwinkel in Hilversum, 'De Weesfiets', waar ik daklozen aan werk help, mits ze van de kassa en de alcohol afblijven. Dat ik het verband ontdekte tussen werken en eigenwaarde, deed me goed. Voor je zelfbeeld is niets zo goed als een baan.

Rond dezelfde tijd ontmoette ik Simone. Zij haalde me van de straat, we betrokken een flatje. Toen ze zwanger raakte, bespeurde ik even weer dat benauwde gevoel van vroeger, die angst voor verantwoordelijkheden. Ik was bang het vaderschap niet aan te kunnen. Af en toe verlangde ik haast terug naar de straat. Toch bleek ik best een leuke vader.

Drie jaar geleden zijn we gescheiden. Momenteel leid ik een relatief gelukkig leven. Een dak boven je hoofd is prettig. Tien jaar lang sliep ik met één oog open, dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Ik moet maar niet te vaak terugdenken aan die tijd op straat. Het blijven tien weggegooide jaren."

Erik Claus & Arie van Driel (uitgever): Onder de brug vond ik mezelf! DIGI-Driel Biografie, Bergschenhoek; 127 blz. euro 14

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden