Tien jaar gezocht: moordenaar van Palme

AMSTERDAM - Olof Palme had zijn lijfwachten een avondje vrijgegeven. Met zijn vrouw Lisbeth gaat hij die vrijdagavond te voet en per metro naar de film 'Bröderna Mozart' (Gebroeders Mozart), als een simpele Zweedse burger. Kort na het verlaten van bioscoop Grand, om 23.23 uur, op de besneeuwde Sveavügen bij de hoek van de smalle Tunnelgatan, tikt een man de premier op de schouder en schiet hem neer met twee kogels uit zijn Smith & Wesson .357.

De dader verdwijnt in het duister. Zes minuten na middernacht wordt in het ziekenhuis de dood geconstateerd. Een uur na de aanslag meldt de Zweedse radio voor het eerst het nieuws van de aanslag. Nu, tien jaar en bijna 18 000 onderzochte tips later, is de moord nog niet opgelost, het moordwapen niet gevonden en is de hoop op een oplossing vrijwel vervlogen.

Al tien seconden na de aanslag is de politie op de plaats van de aanslag, binnen een kwartier staat er een twintigtal politieauto's. Pas twee en een half uur later geeft de politie een landelijk alarm. En twaalf uur na de moord wordt de plek waar de Zweedse premier werd neergeschoten voor het eerst afgezet. Bossen bloemen en brandende kaarsen staan dan al bij de rode bloedvlek op de stoep van Sveavügen. Mogelijke sporen van de dader zijn uitgewist.

De Zweedse bevolking verkeert in een shock-toestand en rouwt weken, maanden lang. Nog steeds is de moord op de sociaaldemocratische premier niet geheel verwerkt. “Praat me er niet over”, is een eerste reactie. En daarop lepelt de gemiddelde Zweed alle mogelijke moordtheorieën op, vertelt waarom in zijn ogen deze zo geliefde of gehate Olof Palme - een tussenweg is er niet - werd omgebracht.

Litteken Het litteken van Palme's dood zal blijven bestaan zolang de dader niet is gevonden. Meer dan 300 rechercheurs hadden de afgelopen tien jaar een dagtaak aan het onderzoek naar de moord. Sinds kort is een 'Palme-groep' van 'slechts' veertien mensen bezig met de zaak. “Het onderzoek is een mislukking, een fiasco en het opsporingsteam heeft geen reden van bestaan meer”, zei hoofdcommissaris Hans Olvebro onlangs. Acht jaar geleden nam hij het dossier-Palme over. Nu zit hij op een 'dood spoor' en heeft het nog nauwelijks zin om zoveel krachten op de zaak te zetten. Als belangrijkste opdracht heeft de Palme-groep het moordwapen, bewijsstuk nummer 1, te vinden.

Khomeini Tientallen theorieën deden de ronde over de moord. Zij moest wel een politieke achtergrond hebben, was de eerste gedachte. De Zweedse leider had veel vijanden gemaakt. Palme, die premier was van 1969 tot 1976 en van 1982 tot zijn dood, kritiseerde de Amerikaanse inval in Vietnam, liep tot woede van president Richard Nixon in Stockholm mee in een Vietnamdemonstratie, arm-in-arm met de ambassadeur van het communistische Noord-Vietnam. Hij prees het Iraanse regime van ajatollah Khomeini, was voorstander van een atoomvrij gebied in Europa, keurde de plaatsing van kernwapens door de Amerikanen af, had goede contacten met PLO-leider Jasser Arafat, sympathiseerde met de Cubaan Fidel Castro, was fel bestrijder van de Zuidafrikaanse apartheid en speelde een hoofdrol in de socialistische internationale samen met zijn vrienden Willy Brandt, Bruno Kreisky en Joop den Uyl. Tientallen groeperingen en landen hadden een motief in Palme een vijand te zien. Palme nam nimmer een blad voor de mond, gaf het neutrale Zweden internationaal aanzien.

Sinds 1993 richt de Zweedse politie haar onderzoek vooral op de 'eenzame gek' die de premier zonder echt motief zou hebben vermoord. De samenzweringstheorieën zijn (voorlopig) terzijde geschoven. Het echtpaar Palme besloot immers pas op het laatste moment in de bioscoop een wandeling te maken over de Sveavügen naar een verder gelegen metrostation. In politiekringen gelooft men dat Christer Petterson, de man die in december 1988 werd gearresteerd maar in november 1989 wegens gebrek aan bewijs moest worden vrijgelaten, de dader is.

Lisbeth Palme had deze 41-jarige drugs- en alcoholverslaafde herkend op een video-opname. En Palme's zoon Marten, die met zijn vriendin tegelijkertijd 'Gebroeders Mozart' bezocht, zag dat een man die leek op Petterson zijn vader vanaf de bioscoop volgde. Ook andere ooggetuigen van de moord hadden hem herkend. Maar zonder moordwapen waren de beschuldigingen te mager voor een veroordeling.

De politiecommissaris die direct het onderzoek naar de moord ter hand nam, de dynamische maar chaotische Hans Holmér, wist destijds “voor 95 procent” zeker dat de radicale Koerdische beweging PKK achter de moord zat. Olof Palme had de woede van de PKK gewekt door de aanhangers in Zweden 'terroristen' te noemen en bewegingsvrijheid op te leggen. Holmér liet in januari 1987 een twintigtal Koerden arresteren, maar moest hen op last van de openbare aanklager weer vrijlaten. Holmér werd op een zijspoor gezet, omdat hij Koerden had laten afluisteren. Een van Holmérs medewerkers, Ebbe Carlsson, doet nog steeds officieus onderzoek naar 'het Koerdenspoor'.

Een andere veel gehoorde theorie is dat de Zweedse politie en/of veiligheidsdienst Palme om het leven heeft gebracht wegens zijn linkse ideeën en geflirt met het communistische bewind in Moskou. De chaos na de moord zou zijn gecreëerd om het onderzoek tegen de eigen mensen te bemoeilijken. Volgens ooggetuigen waren verschillende politiemensen met walkie-talkie in de buurt van de moord. Enkelen werden later geïdentificeerd als leden van de 'Baseball-Liga', een rechtsradicale groep van politiemensen.

De Amerikaanse inlichtingendienst FBI stelt dat de moord niet het werk kan zijn van beroepsmoordenaars. De plaats van de aanslag, het type wapen en het soort kogels zouden daarop wijzen. De FBI heeft geadviseerd te zoeken naar een moordenaar die uit zichzelf handelde.

Op 12 maart 1986, nog geen twee weken na de moord werd de 33-jarige Viktor Gunnarsson gearresteerd. Hij was kort voor de aanslag in een café in de buurt en had daar Palme dood toegewenst. Maar Gunnarsson werd na twee maanden wegens ontlastende verklaringen vrijgelaten. De man kan inmiddels niet meer opgeroepen worden. Hij is in januari 1994 in de VS overleden.

Weer een andere theorie, destijds vooral afkomstig uit Moskou, wijst de Amerikaanse geheime dienst CIA aan als dader of opdrachtgever van de moord. Motief de anti-Amerikaanse politiek en voortdurende tegenwerking van Amerikaanse belangen.

Net zo gemakkelijk wordt gewezen naar de Israëlische Mossad. Reden: Palme was pleitbezorger van de Palestijnse zaak en te vriendelijk tegenover 'terroristen' als Arafat. Ook de rol die Palme speelde als bemiddelaar in het conflict tussen Irak en Iran kan een motief geweest zijn. En de Zweedse wapenindustrie had reden om Palme te haten vanwege het verbod om wapens uit te voeren naar oorlogsgebieden. En dan waren er nog de Italiaanse Vrijmetselaarsloge P2, de Chileense geheime dienst, de KGB en nog enkele tientallen clubs die argumenten hadden om de premier van het leven te beroven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden