Tien gelukkige moslims, ontmoette schrijver Rudi Rotthier van 'De koranroute' op zijn reis door 14 landen.

Zo erg kan de Arabische wereld toch niet zijn, dacht Rudi Rotthier (46). Vlak na 11 september ergerde de Vlaamse reisschrijver zich aan het stereotiepe beeld van moslims in de westerse pers. ,,Ik dacht: wij doen moslims onrecht aan, wij diaboliseren hen.'

En daarom ging hij op reis: om te bewijzen dat niet alle moslims agressief of onderdrukt zijn. Om het beeld van dé moslim en dé islam te versplinteren en te vermenselijken. Gedurende 13 maanden trok hij door 14 moslimlanden, waaronder Marokko, Egypte, Tunesië, Syrië en de Golfstaten. En dat, vertelt Rotthier, ,,was niet de beste ervaring in mijn leven. De realiteit was erger dan ik verwacht had.'

Hij ervoer de Arabische wereld als uitzichtloos, als 'oneindig veel zuurder, bitterder en minder creatief' dan toen hij er achttien jaar geleden voor het eerst reisde. Met deze sombere conclusie besluit 'De koranroute', het vuistdikke reisverslag waarvoor Rotthier afgelopen vrijdag de Bob den Uyl Prijs ontving. Het is een vol, veelkantig boek dat raakt aan zeer uiteenlopende thema's: de Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon, het arbeidsethos in Saoedi-Arabië, de ex-slaven in Mauretanië en de koers van tv-zender Al Jazeera in Katar. Maar voor al die landen geldt hetzelfde: Rotthier ontmoette er nauwelijks gelukkige mensen.

Speciaal voor de prijs kwam Rotthier terug uit Amerika, waar hij werkt aan een boek over 'de grote aartsvijand van de moslims'. Het uitgangspunt lijkt op dat van 'De koranroute': ,,Amerika moet toch verschillend zijn van Bush, dacht ik.' Ook achter dé Amerikaan moet een veelstemmig koor schuilgaan. En ook in de VS gaat Rotthier op zoek naar 'de grondstroom': ,,Als reisschrijver hoop je een barometer bij je te hebben, die iets meet van de sfeer. Als dat lukt, dan is zo'n onderneming zinvoller dan een jaar journalistiek.'

Met zijn ogen nog op jetlag en zijn rugzak onuitgepakt op de vloer van zijn Amsterdamse uitgeverij, vertelt Rotthier wat hem trof in de Arabische wereld: ,,Het gigantische vermogen om de schuld niet bij zichzelf te zoeken, het gebrek aan zelfkritiek.'

De grondstroom was er troebel, somber en verongelijkt: ,,De frustraties waren nergens zo tastbaar als tijdens deze reis. Niet elke dag maar elk úúr beginnen mensen over hun frustraties.'

Die frustraties hangen vooral samen met de economische malaise en de werkeloosheid, die in landen als Algerije meer dan 25 procent van de bevolking treft. (Een 27-jarige kelner in Algiers: ,,Ik zou betalen voor werk. Maar zelfs dat lukt hier niet.') Maar ook in (relatief) rijke landen als Katar en Saoedi-Arabië hoorde Rotthier weinig vrolijke geluiden. Daar klaagden de allochtonen over discriminatie en de autochtonen over verveling. En elke dag ontmoette Rotthier wel iemand die zich beklaagde zich over de joden.

,,Wat ik niet voor mogelijk hield is gebeurd: zeven maanden in moslimgebied hebben mijn sympathie voor Israël hersteld.' Zo typeert Rotthier in 'De koranroute' zijn stemming bij zijn aankomst in Israël. Hier in Amsterdam licht hij dat gevoel toe: ,,Ik heb zeker geen dag rondgelopen zonder te horen dat Hitler gelijk had, dat Israël moet verdwijnen, dat joden verantwoordelijk waren voor 11 september. Ik begrijp nu beter hoe de Israëliërs zich bedreigd voelen in die haatdragende mensenzee.'

Intussen staken zijn Arabische gesprekspartners zelden hun hand in eigen boezem, zwegen ze over misstanden in eigen land. Waarom ontbreekt de zelfkritiek? Rotthier: ,,Ik denk dat de Arabische wereld het gevoel heeft recht te hebben op welvaart en geluk. Zij zijn uitverkoren, zij moeten groots zijn. En ze zijn er belabberd aan toe.'

Als reisschrijver laat Rotthier zich het liefst leiden door het toeval, door spontane ontmoetingen: ,,Mijn techniek is om vrij passief reacties van mensen af te wachten.' Hij wil zelf luisteren en kijken, onbevangen als 'een observerende oen'.

Maar soms ensceneerde hij toch een ontmoeting, bijvoorbeeld met de Nigeriaanse Safiya Husseini. Zij werd van ontucht beschuldigd, volgens islamitische wet (sjaria) veroordeeld tot dood door steniging en uiteindelijk toch vrijgesproken.

De kennismaking met Safiya was een van de indrukwekkendste momenten van zijn reis, vertelt Rotthier: ,,Ik kwam daar binnen met een zak vol buitenlandse steunbetuigingen. 'Goed dat je met de sjaria hebt afgerekend!' was hun teneur. Toen werd me het misverstand duidelijk: Satiya heeft die afstand helemaal niet, die rebellie. Zij zou zelf liever gestenigd zijn dan dat zij de wet belachelijk had gemaakt.'

Op de kaft van 'De koranroute' staat een prachtige, jonge vrouw met een hoofddoek, die ontspannen een sigaretje rookt. Ze is, met al haar vrijmoedige vrolijkheid, niet representatief voor de vrouwen die Rotthier tegenkwam. Maar wél voor de vrouwen in Iran, het land dat hem juist heel goed beviel. In Iran ervoer Rotthier wat reisschrijven zo leuk maakt: ,,In een reisboek kun je echt tevreden zijn, frustratieloos toch iets zinnigs schrijven.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden