Thuiswonende student houdt over

Tussen een student op kamers en een die bij z'n ouders woont, gaapt een groot financieel verschil, blijkt uit gisteren gepubliceerd onderzoek van budgetvoorlichter Nibud. De kamerbewoner geeft meer uit dan het rijk denkt, de thuiswoner houdt, vooral dankzij z'n ouders, juist geld over: gemiddeld 100 gulden per maand.

Kamerbewoners geven maandelijks 1350 gulden uit, thuiswonende studenten komen gemiddeld rond van 740 gulden, wijst de Nibud-enquete uit. Die 1350 gulden is honderd gulden meer dan het bedrag waarvan een uitwonende student volgens de Groningse studiefinancieringsnorm rond moet kunnen komen. De 740 gulden waarvan thuiswoners rondkomen is juist 170 gulden minder dan de rijksnorm. Die normbedragen krijgt een student overigens allang niet meer van de overheid: de basisbeurs voor kamerbewoners is 425 gulden, die voor thuiswoners 125 gulden. De rest moet ofwel geleend, ofwel bijeengewerkt worden, of van de ouders komen. Baantjes komen het meeste voor: vier van elke vijf studenten werkt er bij. Daarmee verdient een kamerbewoner gemiddeld 600 gulden en een thuiswoner 480 gulden netto bij.

“Het bestedingspatroon van scholieren is al jaren bekend, maar over studenten bestond alleen plaatselijk onderzoek. Terwijl kamerhuren per stad flink verschillen”, zegt NIBUD-woordvoerster B. van Dam.

Maar of we dankzij het Nibud-onderzoek nu werkelijk zoveel meer weten valt te betwijfelen. Het is gebaseerd op de antwoorden van zo'n 600 studenten die op Internet een vragenlijst invulden op de webpagina's van het banenblad Intermediair. Het zijn dus antwoorden van gevorderde studenten, in richtingen waar vraag naar personeel is. Niet van jongerejaars en niet van 'onzakelijke' richtingen.

Een van de Nibud-uitkomsten is: om huur, boodschappen, kleding en uitgaan te kunnen betalen, beknibbelen studenten op de aanschaf van boeken. Maar in de academische boekhandels zeggen ze daar niets van te merken. “Verplichte boeken moet je toch gewoon aanschaffen”, zegt E. de Boer, commercieel manager studieboeken bij een grote Amsterdamse studieboekhandel: Scheltema Holkema Vermeulen. “Maar wat je wel merkt: er wordt gespreider aangeschaft. De hogescholen werken dat ook in de hand, door het studiejaar in blokken te verdelen. Er wordt veel gefotokopieerd. Eerstejaars kopen ook altijd trouwer hun studieboeken dan ouderejaars.”

Wel is de reader de laatste jaren sterk in opmars, de bundel fragmenten uit verschillende boeken. “Die worden vooral veel gebruikt sinds de auteursrechtenkwestie geregeld is. Als je maar tien bladzijden hoeft te lezen uit een boek van 200 pagina's, dan kan ik me ook goed voorstellen dat je dat boek niet koopt.”

Bij Kooyker Ginsberg in Leiden, ook een grote in studieboeken, zegt een woordvoerster dat ze meer merkt van het feit dat het aantal studenten terugloopt, dan dat die studenten minder boeken kopen. “Voor psychologie gingen we er bij het bestellen bijvoorbeeld uit van de prognose van de universiteit, dat er 400 eerstejaars zouden zijn. Daar bestel je dan 325 stuks van elk boek voor, want er zijn ook nog andere boekhandels, en er is een tweedehands markt. Of men bestelt de boeken bij een studievereniging. Nu blijken er in werkelijkheid 340 eerstejaars te zijn. Maar die 325 stuks raken we toch aardig kwijt.”

Dat ouders van thuiswonende studenten veel maar onzichtbaar bijdragen aan de kosten van hun kinderen is bij Patricia van Velzen (21) thuis te merken. Ze woont bij haar ouders in Beverwijk en gaat medicijnen studeren in Amsterdam. Dat ze thuis woont is niet omdat ze zo graag bij haar ouders blijft wonen, maar meer omdat het zo moeilijk is om in Amsterdam woonruimte te vinden. Ze wilde altijd al medicijnen doen maar werd telkens uitgeloot. Tot dit jaar deed ze rechten maar ook werkte ze als secretaresse. Van die baan heeft ze “flink wat spaargeld” overgehouden, maar vanaf volgende week moet ze zien uit te komen met de maandelijkse 125 gulden basisbeurs voor thuiswoners, plus de OV-kaart. “Daar kan ik natuurlijk niet van rondkomen, dat weet ik nu al.” De afspraak met haar ouders luidt dat die alles betalen wat verband houdt met de opleiding, en dat ze zelf 'al het andere' betaalt. Ook kostgeld? “Nee, nee kom zeg. Mijn ouders doen niet zo moeilijk. Ze zouden het zonde vinden als al m'n spaargeld er in één klap doorheen ging.” Al het andere zelf betalen komt in Patricia's geval dus neer op kleren en cadeaus. “Maar als het te gek wordt denk ik dat ik weer een baantje neem. Op zaterdag of zo.”

Rebecca Roskam (22) studeert Indonesisch in Leiden en woont daar samen met Dirk Jan Biemond (30), die bijna klaar is met kunstgeschiedenis. De etage die ze delen bevat twee kamers. Die van Dirk Jan kost 600 gulden voor 26 vierkante meter. Die van Rebecca kost 480 gulden voor 23. Rebecca is hulpkracht bij Kreymborg en vult zo haar basisbeurs aan tot ruim 900 gulden. Dirk Jan had een tijdelijke baan als onderzoeker bij het Rijksmuseum en verdiende daar 3500 gulden netto per maand mee. Van het geld dat hij toen spaarde leeft hij nu.

“We hebben allebei dezelfde afwijking: boeken kopen”, zegt Dirk Jan. Daar geeft Rebecca zo'n 100 gulden per maand aan uit, al koopt ze ze wel antiquarisch. Die gewoonte hebben ze altijd gehad, geld of geen geld. “Toen ik eerstejaars was, had ik 70 centimeter. Nu vijftien meter. Maar ik draag nog steeds dezelfde overhemden als in m'n eerste jaar. Kleding is het eerste waar je op bezuinigt als je rood staat.” Rebecca: “Maar dat gebeurt toch maar weinig. Rondkomen van acht-, negenhonderd gulden kan eigenlijk best. Het enige wat er aan ons uitgavenpatroon veranderde toen Dirk Jan ging verdienen, was dat we uit eten gingen. Nu koken we weer zelf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden