Thuisonderwijs was nooit een probleem – tot nu toe

(Trouw) Beeld Jean-Pierre Jans

De gemeente Amsterdam overweegt desnoods via de rechter te verhinderen dat islamitische ouders hun kinderen thuisonderwijs geven. „Maar ze heeft geen poot om op te staan”, zegt hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens.

De Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher was duidelijk, eergisteren op een bijeenkomst met ouders op het Islamitisch College Amsterdam: voor goed onderwijs moet een kind naar school.

Maar de ouders tegenover hem dachten daar anders over. Het Islamitisch College, de school van hun kinderen wordt aan het eind van dit schooljaar opgeheven en zij moeten dus op zoek naar een andere school. Zij hebben echter geen school kunnen vinden die genoeg respect opbrengt voor hun geloof. Daarom willen de ouders van 97 leerlingen dat die worden vrijgesteld van de leerplicht; dan kunnen de ouders hun kinderen voortaan zogeheten thuisonderwijs geven.

„Het beste wat je als ouder je kind kunt meegeven, naast een goede opvoeding, is goed onderwijs”, hield Asscher de ouders voor. „En daarvoor moet een kind naar school.” Maar de wethouder slaagde er vooralsnog niet in de ouders te overtuigen. Als die bij hun plan blijven, stapt de gemeente misschien zelfs naar de rechter om te voorkomen dat ze hun kind thuishouden.

Maar kan Asscher of zelfs de rechter de ouders tegenhouden? Dat is zeer de vraag. Want de ouders beroepen zich op een artikel uit de leerplichtwet, waarover minister Van Bijsterveldt van onderwijs zich twee maanden geleden nog heel tevreden toonde.

Volgens de leerplichtwet zijn alle ouders verplicht hun kinderen naar school te sturen. Maar zij kunnen vrijstelling krijgen van die verplichting, als er ’binnen redelijke afstand van hun woning’ geen school te vinden is die aansluit bij hun godsdienst of levensovertuiging. Ouders moeten dat dan melden bij burgemeester en wethouders van hun gemeente. Als zo’n vrijstelling aan de voorwaarden voldoet, kan de gemeente die niet weigeren.

In Nederland hebben ouders van bijna driehonderd kinderen zo’n vrijstelling. Vaak hebben die ouders een holistische levensovertuiging, maar ook baptisten, paganistische of messiaans-joodse ouders zijn er in het verleden in geslaagd aan de leerplicht te ontkomen.

In de wet is niets vastgelegd over wat er met deze kinderen moet gebeuren. Ouders mogen hen bij wijze van spreken de hele dag laten buitenspelen of televisiekijken. Maar in de praktijk blijkt dat niemand dat doet: kinderen die zijn vrijgesteld van de leerplicht krijgen thuisonderwijs, bijna altijd van hun eigen ouders.

Dat gebeurt ’consciëntieus’, stelde minister Van Bijsterveldt eind vorig jaar nog vast. De meeste ouders richten zich met hun kinderen op het niveau dat ze ook op school zouden moeten halen. En dat gaat hen niet slecht af, want als hun kinderen overstappen naar het gewone onderwijs, soms pas aan het eind van de middelbareschooltijd, gaat dat meestal goed.

Er is ’geen sprake van een zorgelijke situatie’ en er zijn ’geen signalen van misstanden’, stelde Van Bijsterveldt vast. Er is dus geen enkele reden om iets aan de wet te veranderen, concludeerde ze, bijvoorbeeld door de inspectie toezicht te laten houden op thuisonderwijs. Dat zou alleen maar een hoop gedoe opleveren, en verder niets.

De ouders van het Islamitisch College lijken dus in hun recht te staan. De vuistregel is dat kinderen worden vrijgesteld van de leerplicht als de dichtstbijzijnde school die bij hen past minstens 25 kilometer van hun huis verwijderd is. En omdat de enige andere islamitische middelbare school van Nederland in Rotterdam staat, een dikke 75 kilometer verder, kan de gemeente Amsterdam een vrijstelling nauwelijks weigeren.

Of toch? Want de ouders van het Islamitisch College zijn iets heel anders van plan dan wat alle andere vrijgestelde ouders doen. Zij willen niet ieder voor zich hun kind thuisonderwijs geven, legde hun woordvoerder Redouan Iboualatsen deze week uit; ze kiezen voor ’collectief thuisonderwijs’. De ouders zijn op zoek naar leslokalen voor hun kinderen, ze willen bevoegde docenten, ze streven naar een ’als het ware schoolse situatie’.

Volgens het ministerie van onderwijs kan dat niet. Dit is geen thuisonderwijs meer, meldde een woordvoerster deze week aan Trouw, dit is de facto het oprichten van een nieuwe, particuliere school. En dat kan niet zomaar. Wie een nieuwe school begint, ook al is die particulier, moet aan strikte wettelijke eisen voldoen.

Allereerst moeten de oprichters de minister op de hoogte stellen. Vervolgens komt de inspectie onderzoeken of de school haar zaken op orde heeft. Is dat niet het geval, dan geldt de school niet als ’school in de zin van de leerplichtwet’, stelt het ministerie. „En dan moeten de leerlingen alsnog op een gewone school worden ingeschreven.”

Maar Paul Zoontjens, hoogleraar onderwijsrecht aan de Universiteit van Tilburg, laat geen spaan heel van de redenering van het ministerie. „Het is heel simpel”, zegt hij. „Als ouders geen goede bestaande school kunnen vinden, kunnen ze twee dingen doen. Ofwel een nieuwe, particuliere school stichten – dan zijn er inderdaad allerlei vereisten. Ofwel vrijstelling van de leerplicht aanvragen.”

Hebben de ouders eenmaal een vrijstelling op zak, dan geldt er strikt genomen geen enkele eis meer. „Ze mogen hun kinderen de hele dag naar Koranles sturen of naar de sportschool of wat dan ook”, zegt Zoontjens. „Ze kunnen hen ook zelf onderwijs geven of collectief onderwijs laten geven.”

En als de gemeente of het ministerie dat ’collectief thuisonderwijs’ van de Amsterdamse islamitische ouders zou willen verhinderen? Zoontjens is duidelijk. „Ze hebben geen poot om op te staan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden