Thuiskomen op de Alpe d’Huez

Marijke Overbeeke: "Bij Alpe d'HuZes is de ziekte bespreekbaar. Wij zijn een taboedoorbrekende club. En daardoor voor mij een heilzame club." (MAARTEN HARTMAN)

God is dood, zegt de filosoof. De kerken lopen leeg, telt de statisticus. Maar religie leeft, constateert de godsdienst-psycholoog. Hoe dat in de praktijk werkt, toont de stichting Alpe d'Huzes. Deel 4 van een serie: "Rituelen zijn vertrouwenwekkend, en versterken het gemeenschapsgevoel."

Drieduizend wielrenners stonden woensdag tegen een uur of vijf aan de voet van de Alpe d’Huez. Allen hoopten zij tijdens wielerevenement Alpe d’HuZes één, twee, drie of zes keer de ’Hollandse berg’ te beklimmen, om zo geld op te halen voor het goede doel: kankerbestrijding.

„Afgelopen jaren stond ik tijdens het evenement de hele dag in één bocht ’gif’ te mengen”, zegt Marijke Overbeeke. „Ik zorgde ervoor dat Klaas, mijn man die zes keer en meer de Alpe d’Huez opreed, op tijd zijn bidon drinken en zijn eten kreeg. Nu wil ik het anders doen. Ik wil omhoog lopen, niet om een prestatie neer te zetten maar als afsluiting van mijn behandeling.

Sinds 2007, toen mijn man begon mee te fietsen, ben ik toeschouwer; sinds 2009 draai ik mee met de organisatie van Alpe d’HuZes. Ik hield me bezig met de deelnemerscoördinatie. Dit jaar wilde ik voor het eerst gaan fietsen, op mijn werk hadden we een team gevormd. Ik was teamleider. Maar hoe vreemd is het lot: in augustus kreeg ik zelf te horen dat ik aan borstkanker leed. In maart van dit jaar was ik klaar met de behandeling. Ik heb even overwogen alsnog te gaan fietsen, maar toen ik wilde gaan trainen, ontdekte ik hoe slecht mijn conditie was. Ik ben nu aan het revalideren. Zo werd ik bijna als vanzelf niet-fietsend teamleider – dat kan ook.

Nu de koersweek nadert, wordt het voor iedereen spannend. Op zaterdag 22 mei was in sportcentrum Papendal een laatste bijeenkomst, ’de kick-off’, het officieuze startsignaal van het evenement. Er waren interviews, onder andere met oud-renner Teun van Vliet, die dit jaar meefietst. Hij heeft een stoma, door een operatie aan zijn darmen. Daarbij heeft hij tot twee keer toe een hersentumor gehad. Zijn verhaal was het tranenmoment van de dag.

Alpe d’HuZes staat bol van de vaste patronen. Tijdens die bijeenkomst in Papendal werd ook het koersboekje gepresenteerd, ons zakbijbeltje waar de planning van de hele week in staat. Waar we ’s avonds eten, maar ook welke presentaties er ’s avonds gegeven worden. Deze rituelen zijn niet bedacht maar afgelopen jaren ontstaan. Bij het maken van zo’n koersboekje kijk je naar wat er vorig jaar goed gegaan is en minder goed. Zulke rituelen gaan wel de pijlers van het evenement vormen, omdat ze zo vertrouwenwekkend zijn.

Dat vertrouwen versterkt ook het gemeenschapsgevoel. De meeste deelnemers komen een kleine week voor het evenement aan in Bourg d’Oisans, het dorpje aan de voet van de Alpe d’Huez. Als wij de camping van het plaatsje oprijden, verzuchten we altijd: ’We zijn weer thuis’. Idioot natuurlijk, we zijn juist weg van thuis. Vorig jaar onthaalde het dorp ons met oranje ballonnen, als een welkomsgroet.

Dat thuiskomen heeft met de gemeenschap te maken die Alpe d’HuZes vormt. Vroeger konden mensen hun behoefte aan verbinding, troost, kracht, en hoop vinden in de kerk. Voor mij heeft dat nooit gewerkt, ik ben ongelovig. Maar die algemeen menselijke behoeftes, die zingeving, die vind ik bij Alpe d’HuZes. De koersweek is een feest, maar wel tegen de achtergrond van kanker, waardoor het feest diepgang krijgt.

De koersweek kent ook een vaste opbouw: we houden gezamenlijke maaltijden, er zijn presentaties, interviews, optredens. Gisteren, de woensdag voorafgaande aan de koersdag naderden we de climax. Toen vond Alpe d’HuZus plaats, het evenement voor partners, kinderen en ouders van deelnemers aan Alpe d’HuZes die één keer omhoog fietsen. Gistermiddag zag je uit alle huisjes in de omgeving fietsen tevoorschijn komen. Er werd niet meer getraind, er werd gepoetst. Fietsers zijn ijdel, fiets en renner moeten vanochtend verzorgd aan de start verschijnen. Deelnemers hebben nummers aan het stuur bevestigd, zodat ze te herkennen zijn. En om 16.00 uur is de groepsfoto gemaakt, met bijna drieduizend deelnemers is dat nog een behoorlijke opgave.

Op de foto draagt iedereen voor de eerste keer de speciaal voor deze editie ontworpen koerskleding. Op het shirt staan behalve de algemene sponsors ook sponsors die speciaal voor jou gedoneerd hebben. En er kan op staan voor wie je fietst. Dit jaar fietsen er ook een paar mensen voor mij, dat vind ik heel bijzonder.

De koerskleding is afgelopen jaren een grotere rol gaan spelen. Nu hebben we in de reglementen opgenomen dat deelnemers verplicht kleding van Alpe d’HuZes dragen. Het is een prachtig gezicht om zo’n sliert pakjes omhoog te zien gaan, het is net een mantra. Een enkele keer rijdt er een zwartrijder tussen, een vakantieganger die toevallig Alpe d’Huez opfietst, en geen idee heeft waarin hij verzeild is geraakt.

Gisteravond was de emotionele climax van de voorbereiding. Vorig jaar vertelde deelnemer Herman zijn verhaal aan Frits Barend. Hij zei dat hij uitbehandeld was. ’Ik ben ten dode opgeschreven. Volgend jaar ben ik dood. Maar nu ben ik hier, en leef ik.’ Een zaal met tweeduizend man was volkomen stil, voor mij was dat een spiritueel moment. En een leerzaam moment. Ondanks zijn vooruitzichten, wist Herman de regie over zijn leven in eigen hand te houden. Hij toonde ons, dat hij zijn leven niet bij voorbaat liet verknoeien. Hij was een navolgenswaardig voorbeeld.

Nu ik voor het eerst deelneem als patiënt is mijn positie veranderd. Toen ik afgelopen jaar anderen vertelde dat ik kanker had, reageerden sommigen met: ’Goh, dat juist jij dit moet krijgen, terwijl je je zo inzet als vrijwilliger.’ Alsof daar rekening mee kan worden gehouden. Ik draai het liever om: je krijgt kanker, dat is vreselijk, maar als je bij zo’n groep als Alpe d’HuZes zit, is de ziekte bespreekbaar, wij weten erover te praten, wij zijn een taboedoorbrekende club. En daardoor voor mij een heilzame club. Ik word begrepen wanneer ik iets niet aankan, en tegelijkertijd word ik wel voor vol aangezien. De patiënt is wat waard, maar hij heeft hulp nodig. Door de club heb ik veel warmte ontvangen. Die warmte is troost, en kracht. Bij zo’n gemeenschap wil ik horen.

Twee weken geleden had ik mijn afscheidsgesprek in het ziekenhuis, nu hoef ik alleen nog voor controle te komen. Mijn wandeltocht van vandaag zie ik daarom als een bedevaart: een afsluiting en een nieuw begin. Ik wil al de 21 bochten meemaken. Ik neem in mijn rugzak een stokbrood mee, beleg en drinken, een fototoestel en een rol toiletpapier. Ik heb een schema gemaakt waarop staat hoe laat ik bij welke bocht moet zijn om uiterlijk om 17.00 uur bij de finish te zijn. Zodat ik niet te lang blijf hangen als het gezellig is.

Voor velen heeft de tocht iets van een bedevaart. Deelnemers die een dierbare verloren hebben zeggen vaak: ’Wij hebben op de top afgesproken.’ Voor anderen staat juist de laatste beklimming in het teken van diegene die er niet meer is. Bij de finish, als ze hun tocht volbracht hebben, barsten ze in tranen uit. Als ik vanmiddag boven aankom, wil ik een paar seconden alleen zijn, en daarna feest vieren met mijn familie en vrienden. Lekker op de top een biertje drinken, en zien dat het goed is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden